La forma impersonale si usa per parlare di azioni generali, opinioni, giudizi od ordini.

(De onpersoonlijke vorm met si wordt gebruikt om te spreken over algemene handelingen, meningen, oordelen of bevelen.)

Wat doet het si impersonale?

Met het si impersonale beschrijf je algemene gewoontes of wat mensen “in het algemeen” doen.

  • Je bedoelt: men, je, ze, one (Engels), on (Frans).
  • Je zegt dus niet wat jij of een specifieke groep doet.

Voorbeelden:

  • In campagna si vive tranquilli. – Op het platteland leeft men rustig.
  • In questo villaggio si mangia bene. – In dit dorp eet men goed.

De basisvorm: si + 3e persoon enkelvoud

De kernregel:

  • si + werkwoord in 3e persoon enkelvoud

Bij werkwoorden zonder direct meewerkend/meewerkend voorwerp (intransitief):

  • si vive tranquilli.
  • si lavora molto.
  • si va a piedi.

Let op de vorm van het werkwoord:

  • si viviamo → fout (1e persoon meervoud)
  • si vivono → fout (3e persoon meervoud)
  • si vive → goed (3e persoon enkelvoud)

Let op: enkelvoud of meervoud van het werkwoord?

Hier maken veel studenten fouten. Twee situaties:

  1. Geen lijdend voorwerp of alleen een hele zin → altijd enkelvoud
  • Si vive tranquilli in campagna.
  • Si mangia bene qui.
  • Si vede il contadino lavorare.
  • Si vivono tranquilli → fout in deze onpersoonlijke betekenis.
  1. Met een meervoudig lijdend voorwerp → vaak meervoud

Als je nadruk ligt op wat men doet met dingen (COD), kan het werkwoord meervoud worden:

  • Nel nostro agriturismo si mangiano prodotti freschi.
    (= De producten zijn meervoud → mangiano)
  • In quella zona si vedono spesso animali selvatici.

Een handig check:

  • Kun je de zin herschrijven als: I prodotti vengono mangiati?
    → Dan kan het werkwoord meervoud worden (si mangiano prodotti).
  • Beschrijf je alleen een gewoonte zonder concreet meervoudsobject?
    → Gebruik enkelvoud (si vive, si mangia, si lavora).

Hoe zit het met bijvoeglijke naamwoorden?

Het werkwoord blijft meestal enkelvoud, maar het bijvoeglijk naamwoord verwijst naar de mensen en staat dan vaak in het mannelijk meervoud.

  • Si vive tranquilli in campagna.
    (tranquilli = mensen, mannelijk meervoud neutraal “men”)
  • Qui si lavora molto e si è stanchi la sera.

Belangrijk onderscheid:

  • Werkwoord: 3e persoon enkelvoud.
  • Bijvoeglijk naamwoord over mensen: meestal mannelijk meervoud.

Wederkerende werkwoorden: ci si

Bij wederkerende werkwoorden (zoals svegliarsi, perdersi, vestirsi):

  • Je hebt al een si in het werkwoord.
  • Daarvoor komt nog de onpersoonlijke si.
  • Twee keer si na elkaar klinkt niet; daarom wordt het ci si.

Schema:

Infinitief Onpersoonlijke vorm Betekenis
svegliarsi ci si sveglia presto men wordt vroeg wakker
perdersi ci si perde facilmente men verdwaalt makkelijk
vestirsi ci si veste eleganti men kleedt zich elegant

Let op veelgemaakte fouten:

  • si ci sveglia → volgorde is fout.
  • ci si svegliamo → werkwoord niet in 3e persoon enkelvoud.
  • ci si sveglia presto → correct.

Stap voor stap: zo vorm je een si impersonale

  1. Kijk naar de betekenis
    Wil je “men / je in het algemeen” zeggen? Ja → gebruik si impersonale.
  2. Neem de 3e persoon enkelvoud
    van het werkwoord in de tijd die je nodig hebt.
    • presente: mangia, vive, va, lavora
    • imperfetto: mangiava, viveva, andava
  3. Plaats si voor het werkwoord
    • mangiaresi mangia
    • viveresi vive
  4. Is het werkwoord wederkerend?
    Ja → gebruik ci si + 3e persoon enkelvoud.
    • svegliarsici si sveglia
    • perdersici si perde
  5. Check snel
    • Staat er geen persoon (io, tu, noi, voi) in de zin?
    • Staat het werkwoord in 3e persoon enkelvoud?
    • Bij reflexief: staat er ci si, niet si ci?
    Als je drie keer “ja” hebt: goed bezig.

Typische fouten en hoe je ze herkent

  • Verkeerde persoon van het werkwoord
    Si andiamo a piedi. → fout
    Si va a piedi. → goed
  • Verkeerde volgorde bij reflexief
    Si ci sveglia presto. → fout
    Ci si sveglia presto. → goed
  • Te veel informatie over “wie”
    Si noi mangia tardi. → mengvorm, vermijden
    Si mangia tardi. (men) of Noi mangiamo tardi. (wij) → kies één

Zelfcheck: heb je het onder controle?

Beantwoord voor jezelf deze vragen (in gedachten of hardop):

  1. Kan ik in het Italiaans zeggen:
    • “In dit dorp eet men goed.” → In questo villaggio si mangia bene.
    • “Op het platteland wordt men vroeg wakker.” → In campagna ci si sveglia presto.
  2. Herken ik snel of ik 3e persoon enkelvoud moet gebruiken?
  3. Weet ik wanneer ik ci si nodig heb (bij wederkerende werkwoorden)?

Als je deze vragen met “ja” kunt beantwoorden, kun je het si impersonale zelfstandig gebruiken en ben je klaar om het in spreekvaardigheid te oefenen.

  1. Met de onpersoonlijke vorm met si drukt men algemene handelingen uit die veel mensen betreffen en niet één persoon in het bijzonder.
  2. Het werkwoord wordt meestal vervoegd in de derde persoon enkelvoud.
  3. De onpersoonlijke vorm van wederkerige werkwoorden wordt gevormd met ci + si + derde persoon enkelvoud.
FormulaVoorbeeld
Si + MangiareSi mangia bene nel villaggio.
Si + VivereSi vive tranquilli nella natura.
Si + VedereSi vede il contadino lavorare.
Ci + Si + SvegliarsiCi si sveglia presto in campagna.
Ci + Si+ PerdersiCi si perde facilmente nei campi.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. In questo agriturismo, la sera ___ tutti insieme prodotti freschi della campagna.

In questo agriturismo, la sera ___ tutti insieme prodotti freschi della campagna.)

2. In campagna, di solito ___ presto per dare da mangiare alle mucche e alle pecore.

In campagna, di solito ___ presto per dare da mangiare alle mucche e alle pecore.)

3. Nelle nostre colline ___ tranquilli, si respira aria pulita e si vedono pochi turisti.

Nelle nostre colline ___ tranquilli, si respira aria pulita e si vedono pochi turisti.)

4. Nel villaggio di montagna, la domenica ___ a cavallo e ___ facilmente tra i sentieri nei boschi.

Nel villaggio di montagna, la domenica ___ a cavallo e ___ facilmente tra i sentieri nei boschi.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin bij elk voorbeeld met het onpersoonlijke si in dagelijkse situaties op het platteland of in het dorpsleven. Let goed op de veelvoorkomende fouten in de onpersoonlijke vorm.

1.
Fout: het werkwoord mag niet in de eerste persoon meervoud staan bij het onpersoonlijke si.
Fout: het werkwoord mag niet in de derde persoon meervoud staan bij het onpersoonlijke si.
2.
Fout: de correcte volgorde is 'ci si', niet 'si ci'.
Fout: werkwoord is niet vervoegd in de derde persoon enkelvoud.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met de onpersoonlijke vorm met «si» (en met «ci si» voor wederkerende werkwoorden), zoals in de voorbeelden: «Nel villaggio si mangia bene», «In campagna ci si sveglia presto».

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (si) Nel nostro agriturismo la gente mangia prodotti freschi.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Nel nostro agriturismo si mangiano prodotti freschi.
    (Nel nostro agriturismo si mangiano prodotti freschi.)
  2. Gli abitanti vivono tranquilli in questo piccolo paese.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Si vive tranquilli in questo piccolo paese.
    (Si vive tranquilli in questo piccolo paese.)
  3. Hint Hint (si) Dalla terrazza dell’hotel tutti vedono le colline e i vigneti.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Dalla terrazza dell’hotel si vedono le colline e i vigneti.
    (Dalla terrazza dell’hotel si vedono le colline e i vigneti.)
  4. Hint Hint (ci si) In questo villaggio tutti si svegliano molto presto per lavorare nei campi.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    In questo villaggio ci si sveglia molto presto per lavorare nei campi.
    (In questo villaggio ci si sveglia molto presto per lavorare nei campi.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Bespreek en beslis wat er gedaan wordt en hoe men daar gedurende de dag leeft.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Stai organizzando con un collega una gita in campagna per domenica.
(Je organiseert met een collega een uitstapje naar het platteland voor zondag.)

Bespreek
  • Com’è la vita in un villaggio di campagna? Cosa si fa di solito? (Hoe is het leven in een dorp op het platteland? Wat doet men daar meestal?)
  • In un’azienda agricola, come si allevano e si nutrono gli animali? Si lavora molto? Perché? (Op een boerderij: hoe worden de dieren gehouden en gevoed? Is er veel werk te doen? Waarom?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • In campagna si vive tranquilli e si sta all’aria aperta. (Op het platteland leeft men rustig en is men veel buiten.)
  • Nel villaggio si mangia cibo locale e ci si sveglia presto. (In het dorp eet men lokaal voedsel en staat men vroeg op.)
  • In un’azienda agricola si allevano mucche, pecore e capre. (Op een boerderij worden koeien, schapen en geiten gehouden.)

Gebruik in gesprek
  • si + verbo (si mangia, si vive, si lavora) (si + werkwoord (si mangia, si vive, si lavora))
  • ci si + verbo riflessivo (ci si sveglia presto, ci si perde facilmente) (ci si + wederkerlijk werkwoord (ci si sveglia presto, ci si perde facilmente))

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 05:47