1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (14)

Il prosciutto

Il prosciutto Show

De ham Show

La pizza

La pizza Show

De pizza Show

L'hamburger

L'hamburger Show

De hamburger Show

Il gelato

Il gelato Show

Het ijs Show

Il cibo cinese

Il cibo cinese Show

Chinees eten Show

Le patatine

Le patatine Show

De friet / de frietjes Show

La porzione

La porzione Show

De portie Show

L'ordine

L'ordine Show

De bestelling Show

La cannuccia

La cannuccia Show

Het rietje Show

Buono

Buono Show

Lekker / goed Show

Assaggiare

Assaggiare Show

Proeven Show

Prendere qualcosa da mangiare

Prendere qualcosa da mangiare Show

Iets te eten halen Show

Prendere d'asporto

Prendere d'asporto Show

Om mee te nemen / afhalen Show

Essere pieno

Essere pieno Show

Vol zitten / verzadigd zijn Show

4. Oefeningen

Oefening 1: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie

WhatsApp: Je krijgt een WhatsApp-bericht van een Italiaanse vriend die je vraagt om eten af te halen voor een avondje bij hem thuis; reageer om de bestelling te regelen.


Ciao!

Stasera vengono un paio di amici a casa mia a vedere una partita. Ti va di prendere qualcosa da mangiare?

Io pensavo a pizza e forse anche cibo cinese. Puoi occuparti tu dell’ordine online e passare a prendere d’asporto verso le 20:00?

Noi siamo in quattro. Io ho già finito di lavorare e comincio a preparare da bere.

Dimmi tu cosa prendi e quanto costa.

Luca


Hoi!

Vanavond komen een paar vrienden bij mij thuis om een wedstrijd te kijken. Wil je iets te eten halen?

Ik dacht aan pizza en misschien ook Chinees eten. Kun jij de online bestelling doen en de afhaalbestelling rond 20:00 ophalen?

We zijn met z'n vieren. Ik ben al klaar met werken en begin met het klaarmaken van de drankjes.

Zeg maar wat je bestelt en hoeveel het kost.

Luca


Begrijp de tekst:

  1. Quante persone ci sono in totale alla serata a casa di Luca?

    (Met hoeveel mensen zijn ze in totaal bij Luca thuis?)

  2. Che cosa chiede Luca alla persona del messaggio di fare per la cena?

    (Wat vraagt Luca de ontvanger van het bericht te doen voor het avondeten?)

Nuttige zinnen:

  1. Ciao Luca, va bene, posso occuparmi io dell’ordine.

    (Hoi Luca, prima, ik kan de bestelling doen.)

  2. Pensavo di prendere…

    (Ik dacht eraan om te bestellen…)

  3. Fammi sapere se va bene o se vuoi cambiare qualcosa.

    (Laat het me weten als het goed is of als je iets wilt veranderen.)

Ciao Luca,

va benissimo, mi occupo io dell’ordine. Pensavo di prendere due pizze margherita e una pizza con prosciutto e funghi. Poi prendo anche una porzione grande di patatine.

Per il cibo cinese prendo degli involtini primavera e del riso con le verdure. In totale sono circa 40 euro. Passo a prendere d’asporto tutto verso le 20:00 e poi vengo da te.

Se vuoi cambiare qualcosa, scrivimi.

A dopo!

Hoi Luca,

perfect, ik regel de bestelling. Ik dacht twee margherita's te bestellen en een pizza met ham en champignons. Daarnaast neem ik ook een grote portie friet.

Voor het Chinese eten neem ik loempia's en gebakken rijst met groenten. In totaal zal het ongeveer €40 zijn. Ik haal alles rond 20:00 af en kom daarna naar je toe.

Als je iets wilt veranderen, stuur me even een bericht.

Tot straks!

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Buonasera, vorrei ___ ordinare: posso vedere il menù delle pizze da asporto?

(Goedenavond, ik wil graag ___ beginnen met bestellen: mag ik de menukaart met afhaalpizza's zien?)

2. Prima ___ assaggiare il gelato e poi scelgo se prendere anche un hamburger.

(Eerst ___ mijn ijsje en daarna besluit ik of ik ook een hamburger neem.)

3. Ogni venerdì ___ prendere il cibo cinese da asporto vicino all’ufficio.

(Elke vrijdag ___ we Chinees afhaaleten halen bij het restaurant vlakbij het kantoor.)

4. Quando ___ questo prosciutto, capisci subito che il ristorante è molto buono.

(Als ___ deze ham proeft, merk je meteen dat het restaurant erg goed is.)

Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. È venerdì sera e sei ancora in ufficio con una collega. Chiamate una pizzeria per prendere da asporto due pizze. Ordina il tuo cibo e specifica bene quale pizza vuoi. (Usa: la pizza, da asporto, senza / con)

(Het is vrijdagavond en je bent nog op kantoor met een collega. Jullie bellen een pizzeria om twee pizza’s af te halen. Bestel je eten en geef duidelijk aan welke pizza je wilt. (Gebruik: de pizza, afhalen, zonder / met))

Per la pizza vorrei  

(Voor de pizza wil ik ...)

Voorbeeld:

Per la pizza vorrei una margherita da asporto, senza olive ma con un po’ di prosciutto, per favore.

(Voor de pizza wil ik een margherita om af te halen, zonder olijven maar met een beetje ham, alstublieft.)

2. Sei a casa con la famiglia e ordini il cibo cinese al telefono. Vuoi una porzione grande di riso e un secondo piatto. Fai l’ordine e chiedi quante porzioni sono consigliate. (Usa: il cibo cinese, la porzione, per quante persone)

(Je bent thuis met je familie en bestelt Chinees eten telefonisch. Je wilt een grote portie rijst en een hoofdgerecht. Doe de bestelling en vraag voor hoeveel personen een portie is aanbevolen. (Gebruik: het Chinese eten, de portie, voor hoeveel personen))

Vorrei sapere la porzione  

(Ik wil graag weten of de portie ...)

Voorbeeld:

Vorrei sapere la porzione di riso: è per una persona o per due? Allora prendo due porzioni di riso e una porzione di pollo alle mandorle di cibo cinese.

(Ik wil graag weten of de portie rijst voor één persoon of voor twee personen is. Dan neem ik twee porties rijst en één portie kip met amandelen van het Chinese eten.)

3. Stai ordinando il pranzo per te e un collega in un fast food vicino all’ufficio. Lui vuole un menù hamburger, tu vuoi un gelato e delle patatine. Fai un ordine chiaro al bancone. (Usa: l’hamburger, le patatine, il gelato)

(Je bestelt de lunch voor jezelf en een collega bij een fastfoodrestaurant vlakbij kantoor. Hij wil een hamburgermenu, jij wilt een ijsje en frietjes. Geef een duidelijke bestelling aan de balie. (Gebruik: de hamburger, de frietjes, het ijsje))

Per l’hamburger prendo  

(Voor de hamburger neem ik ...)

Voorbeeld:

Per l’hamburger prendo un menù completo con le patatine e la bibita media, per il mio collega. Per me invece prendo solo un gelato alla vaniglia, grazie.

(Voor de hamburger neem ik een compleet menu met frietjes en een middelgroot drankje, voor mijn collega. Voor mij neem ik alleen een vanille-ijsje, bedankt.)

4. Sei al bar e prendi un caffè con un’amica. Il cameriere ti chiede se vuoi anche qualcosa da mangiare. Accetti e ordini in modo semplice. (Usa: prendere qualcosa da mangiare, è buono, assaggiare)

(Je bent in het café en drinkt koffie met een vriendin. De ober vraagt of je ook iets te eten wilt. Je stemt toe en bestelt op een eenvoudige manier. (Gebruik: iets te eten nemen, het is lekker, proeven))

Sì, vorrei prendere qualcosa da mangiare  

(Ja, ik wil graag iets te eten nemen ...)

Voorbeeld:

Sì, vorrei prendere qualcosa da mangiare, magari un tramezzino con prosciutto perché è buono. Vorrei anche assaggiare una piccola fetta di torta al cioccolato.

(Ja, ik wil graag iets te eten nemen, misschien een sandwich met ham omdat het lekker is. Ik zou ook graag een klein stukje chocoladecake willen proeven.)

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 6 of 8 zinnen om te vertellen hoe je gewoonlijk afhaalmaaltijden bestelt (waar je bestelt, wat je neemt, met wie je eet en hoe je je daarna voelt).

Nuttige uitdrukkingen:

Di solito ordino da… / Mi piace prendere… perché… / Quando non ho tempo di uscire… / Dopo aver mangiato mi sento…

Esercizio 6: Gespreksoefening

Istruzione:

  1. Vuoi ordinare cibo da asporto. Cosa dici? (Je wilt eten bestellen. Wat zeg je?)
  2. Cucini da solo o ordini spesso cibo da asporto? Perché? (Kook je zelf of bestel je vaak afhaalmaaltijden? Waarom?)
  3. Ti piace il cibo da asporto? E che ne pensi dei pasti pronti? (Hou je van fastfood? En hoe zit het met kant-en-klaarmaaltijden?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Ciao! Vorrei ordinare delle crocchette e della pasta al pomodoro, per favore.

Hallo! Ik zou graag wat kroketten willen bestellen, evenals wat pasta met tomatensaus, alstublieft.

Buonasera! Posso avere un Pad Thai, involtini primavera e riso fritto?

Goedenavond! Mag ik alstublieft een Pad Thai, loempia's en gebakken rijst?

Non mi piace cucinare. Perciò ordino cibo da asporto abbastanza spesso.

Ik houd niet van koken. Daarom bestel ik vaak afhaalmaaltijden.

Ordinare takeaway tutto il tempo è costoso. Quindi lo faccio solo a volte.

Het is duur om altijd eten te bestellen. Dus doe ik het alleen soms.

Preferisco cucinare da solo. È più sano ed economico.

Ik kook liever zelf. Het is gezonder en goedkoper.

Non mi piace il fast food come hamburger e patatine, ma adoro il cibo cinese.

Ik houd niet van fastfood zoals hamburgers en friet, maar ik houd wel van Chinees eten.

...