Il video spiega come i proprietari di appartamenti su AirB&B possono aiutare a rendere l'esperienza di chi soggiorna piacevole.
De video legt uit hoe appartementseigenaren op AirB&B kunnen helpen om de ervaring van gasten prettig te maken.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
Il check-in Inchecken
Il check-out Uitchecken
Le chiavi Sleutels
Gli ospiti Gasten
Le istruzioni Instructies
L'accoglienza Ontvangst
Una recensione Een recensie
Come organizzare il check-in e il check-out negli affitti brevi? (Hoe organiseer je het in- en uitchecken bij korte verhuur?)
Per un check-in flessibile, usa una smart lock o una cassetta per le chiavi. (Voor flexibel inchecken kun je een smart lock of een sleutelkluisje gebruiken.)
In questo modo gli ospiti possono arrivare quando vogliono. (Op die manier kunnen gasten aankomen wanneer ze willen.)
Per una buona comunicazione, invia istruzioni semplici e chiare, magari con un breve video. (Voor goede communicatie stuur je eenvoudige en duidelijke instructies, bij voorkeur met een kort filmpje.)
Se possibile, accogli gli ospiti di persona e dai qualche consiglio sulla zona. (Als het mogelijk is, verwelkom de gasten persoonlijk en geef je wat tips over de buurt.)
Per un check-out semplice, lascia istruzioni brevi, per esempio su come spegnere le luci e dove lasciare le chiavi. (Voor een soepel uitchecken laat je korte instructies achter, bijvoorbeeld over het uitschakelen van de lichten en waar je de sleutels achterlaat.)
Dopo il check-out, manda un messaggio per ringraziare gli ospiti. (Na het uitchecken stuur je een bericht om de gasten te bedanken.)
Nel messaggio puoi anche chiedere una recensione. (In dat bericht kun je ook om een recensie vragen.)
È un piccolo gesto che porta grandi risultati per il tuo alloggio. (Het is een klein gebaar dat veel oplevert voor je accommodatie.)

1. Per avere un check-in flessibile, che cosa è consigliato usare?

(Wat wordt aangeraden te gebruiken om flexibel in te checken?)

2. Perché è utile inviare istruzioni semplici e chiare agli ospiti?

(Waarom is het nuttig om eenvoudige en duidelijke instructies naar gasten te sturen?)

3. Cosa è consigliato fare, se possibile, all'arrivo degli ospiti?

(Wat wordt aanbevolen te doen, als het mogelijk is, bij de aankomst van gasten?)

4. Cosa è bene fare dopo il check-out degli ospiti?

(Wat is aan te raden te doen na het uitchecken van gasten?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

In hotel – Alla reception

In hotel – Bij de receptie
1. Receptionist: Buongiorno, benvenuta! Ha una prenotazione? (Goedemorgen, welkom! Heeft u een reservering?)
2. Giulia: Buongiorno! Sì, ho prenotato una camera con vista mare per due notti, a nome Giulia. (Goedemorgen! Ja, ik heb een kamer met zeezicht voor twee nachten geboekt, op naam van Giulia.)
3. Receptionist: Mi faccia controllare... Sì, vedo la sua prenotazione, però c’è stato un problema. (Laat me even controleren... Ja, ik zie uw reservering, maar er is een probleem.)
4. Giulia: Ah... che tipo di problema c’è? (Ah... wat voor probleem is dat?)
5. Receptionist: La camera non è disponibile, c’è stato un errore nell’inserimento della prenotazione. (De kamer is niet beschikbaar; er is een fout gemaakt bij het invoeren van de reservering.)
6. Giulia: Caspita... questo è un bel problema. Come possiamo risolverlo? (Oh nee... dat is vervelend. Hoe kunnen we dat oplossen?)
7. Receptionist: Non si preoccupi, le posso dare un’altra camera senza farle pagare costi extra. (Maak u geen zorgen, ik kan u een andere kamer geven zonder extra kosten.)
8. Giulia: Va bene, posso comunque avere la vista mare? (Goed, kan ik dan toch zeezicht krijgen?)
9. Receptionist: Sì, certamente. Le do la camera numero 235, che è più grande e ha una splendida vista. (Ja, natuurlijk. Ik geef u kamer nummer 235; die is groter en heeft een prachtig uitzicht.)
10. Giulia: Ok, grazie mille! È stato molto gentile. (Oké, heel erg bedankt! U bent erg vriendelijk.)
11. Receptionist: Non c’è di che! Ecco la sua chiave. Benvenuta in hotel! (Graag gedaan! Hier is uw sleutel. Welkom in het hotel!)

1. Dove si svolge la scena del dialogo?

(Waar speelt de scène van de dialoog zich af?)

2. Che tipo di camera ha prenotato Giulia?

(Welk type kamer heeft Giulia gereserveerd?)