Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

Comprare un souvenir — Comprare un ricordo (Een souvenir kopen — Een aandenken kopen)
Controllare la mappa — Guardare la cartina (De kaart controleren — Naar de kaart kijken)
Prendere un taxi — Andare in taxi (Een taxi nemen — Met de taxi gaan)
Ne compro tre — Compro tre souvenir (Ik koop er drie van — Ik koop drie souvenirs)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Info Point Torino: itinerario facile per 3 giorni

Vul de lege plekken in: visita guidata, decidi, ne, monumento, centro storico, prendere un taxi, Ne, fare una foto, entrata della metro, chiesa, controlla

(Info Point Turijn: eenvoudig 3-daags voorstel)

All’Info Point Turismo di Torino trovi una proposta semplice per un weekend lungo. Il primo giorno: passeggiata nel , una sosta davanti a un e a una , poi visita al Museo Egizio. Il secondo giorno: musei e palazzi in zona pedonale; la mappa per raggiungere l’ più vicina e risparmiare tempo.

Per il terzo giorno puoi scegliere: una al Palazzo Reale oppure tempo libero per e comprare un souvenir. Se hai già visto alcuni musei, puoi dire: “ ho visti due” o “Non ho visitati molti”. Per spostarti la sera, puoi . Se di spedire una cartolina, in centro ci sono diverse edicole e uffici postali.
Bij het Info Point Toerisme van Turijn vind je een eenvoudig voorstel voor een lang weekend. De eerste dag: een wandeling door het historisch centrum, een stop bij een monument en bij een kerk, daarna een bezoek aan het Egyptisch Museum (reserveren aanbevolen). De tweede dag: musea en paleizen in de voetgangerszone; raadpleeg de kaart om de dichtstbijzijnde metro-ingang te vinden en tijd te besparen.

Voor de derde dag kun je kiezen: een rondleiding in het Koninklijk Paleis of vrije tijd om een foto te maken en een souvenir te kopen. Als je sommige musea al hebt gezien, kun je zeggen: “Ik heb er twee gezien” of “Ik heb er niet veel bezocht”. Om je ’s avonds te verplaatsen kun je een taxi nemen. Als je besluit een ansichtkaart te versturen, zijn er in het centrum verschillende kiosken en postkantoren.

  1. Quali attività sono indicate per il primo e per il secondo giorno dell’itinerario?

    (Welke activiteiten worden genoemd voor de eerste en de tweede dag van het programma?)

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Stamattina sono andata all’ufficio turistico nel centro storico. Ho controllato la mappa e ho deciso di fare la visita guidata al museo nazionale. Prima però voglio vedere la chiesa vicino al palazzo e fare una foto alla statua in piazza. Per arrivare più veloce prendo la metro dall’entrata vicino alla strada pedonale. Dopo la visita compro un souvenir e mando una cartolina alla mia famiglia.
(Vanmorgen ben ik naar het VVV-kantoor in het historische centrum gegaan. Ik heb de plattegrond bekeken en besloten de rondleiding in het nationale museum te doen. Maar eerst wil ik de kerk bij het paleis bekijken en een foto maken van het standbeeld op het plein. Om er sneller te komen neem ik de metro vanaf de ingang bij de voetgangersstraat. Na het bezoek koop ik een souvenir en stuur ik een ansichtkaart naar mijn familie.)
Waar Onwaar

(De persoon gebruikt de plattegrond bij het VVV-kantoor om het bezoek aan het museum te plannen.)

(Voorafgaand aan de rondleiding gaat ze rechtstreeks naar het paleis zonder ergens anders te stoppen.)

(Om zich sneller te verplaatsen kiest ze de metro in plaats van een taxi.)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Dopo aver controllato la mappa, ieri sera abbiamo ___ di visitare il centro storico.

(Na het controleren van de kaart ___ we gisteravond besloten het historische centrum te bezoeken.)

2. Al museo nazionale Marco ___ ___ di fare una visita guidata.

(In het nationaal museum Marco ___ ___ om een rondleiding te volgen.)

3. All'ufficio turistico hai chiesto delle informazioni e ___ ___ capite solo alcune.

(Bij het VVV-kantoor vroeg je om informatie en ___ ___ maar een deel van begrepen.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

C'è un/una ... vicino? / Preferisco andare a piedi / Prendo la metro fino a ... / Vorrei informazioni su una visita guidata, per favore.

  1. Sei in vacanza a Torino e hai solo un pomeriggio: quale monumento o museo vuoi vedere nel centro storico e come ci vai (a piedi, in metro o in taxi)?
    Je bent op vakantie in Turijn en hebt maar één middag: welk monument of museum wil je bezoeken in het historische centrum en hoe ga je ernaartoe (te voet, met de metro of met de taxi)?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Sei all'ufficio turistico: chiedi informazioni per una visita guidata e domandi se c'è qualche evento o attrazione interessante nei dintorni.
    Je staat bij het VVV-kantoor: vraag om informatie over een rondleiding en informeer of er een evenement of interessante attractie in de buurt is.

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Ciao! Sono Marco. Domani vorrei andare al centro storico e poi al Museo Egizio. Sai se conviene comprare i biglietti online? Io ne vorrei prendere due.

Alle 10 ci vediamo all'entrata della metro di Porta Nuova. Dopo il museo facciamo una passeggiata nella strada pedonale e magari compriamo un souvenir. Tu hai già controllato la mappa?


Hoi! Ik ben Marco. Morgen wil ik graag naar het historische centrum en daarna naar het Egyptisch Museum. Weet je of het verstandig is de kaartjes online te kopen? Ik zou er graag twee willen nemen.

Om 10 uur spreken we af bij de ingang van de metro bij Porta Nuova. Na het museum maken we een wandeling over de winkelstraat en kopen misschien een souvenir. Heb jij al de kaart bekeken?


Nuttige zinnen:

  1. Possiamo vederci alle... davanti a...

    (We kunnen afspreken om... voor...)

  2. Per i biglietti: ne prendo... / non ne ho...

    (Voor de kaartjes: ik neem er... / ik heb er geen...)

  3. Secondo me conviene... perché...

    (Volgens mij is het handig... omdat...)

Ciao Marco! Perfetto. Ho controllato la mappa: dal centro storico al Museo Egizio ci vogliono circa 10 minuti a piedi.
Per i biglietti conviene comprarli online: ne prendo due adesso così evitiamo la fila. Dopo il museo possiamo passeggiare in via Roma (strada pedonale) e fare qualche foto. Per il souvenir ne compro uno piccolo, magari una cartolina. Ci vediamo alle 10 all'entrata della metro di Porta Nuova!

Hoi Marco! Perfect. Ik heb de kaart bekeken: van het historische centrum naar het Egyptisch Museum is het ongeveer 10 minuten lopen.
Voor de kaartjes is het verstandig ze online te kopen: ik neem nu twee zodat we de rij vermijden. Na het museum kunnen we wandelen over via Roma (winkelstraat) en wat foto’s maken. Voor het souvenir koop ik een kleintje, misschien een ansichtkaart. We spreken af om 10 uur bij de ingang van de metro bij Porta Nuova!