Esercizio: Gespreksoefening

Istruzione:

  1. Immagina di invitare i tuoi amici a una di queste attività e crea il dialogo. (Stel je voor dat je je vrienden uitnodigt voor een van deze activiteiten en maak het gesprek.)
  2. Vedi spesso i tuoi amici? Che tipo di attività ti piace fare insieme a loro? (Zie je je vrienden vaak? Welke activiteiten doe je graag samen?)
  3. Preferisci andare alle feste o fare una serata di giochi da tavolo insieme? (Heb je liever feestjes of een bordspelavond samen?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten