A2.21 - Een zondagwandeling maken
A2.21 - Een zondagwandeling maken

A2.21 - Een zondagwandeling maken - Oefeningen

Fare una passeggiata domenicale


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

Fare una camminata — Andare a piedi (Een wandeling maken — Gaan lopen)
Fare un'escursione — Fare una gita a piedi (Een trektocht maken — Een wandeling maken (lange tocht))
Che bello! — È bellissimo! (Wat mooi! — Wat prachtig!)
Che peccato! — Peccato! Mi dispiace (Wat jammer! — Wat vervelend! Het spijt me)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Avviso in bacheca: camminata di domenica

Vul de lege plekken in: che peccato, camminata, fiume, prato, scarponi, sentiero, riserva naturale, facile

(Aankondiging op het prikbord: zondagse wandeling)

Domenica mattina il Comitato del condominio organizza una di gruppo al Parco del Ticino. Ritrovo alle 9:30 davanti all'ingresso; si percorre un lungo il fino a un per una breve pausa. Il percorso è e adatto anche a chi non pratica sport regolarmente; è sufficiente portare acqua.

Per chi vuole continuare, è possibile fare un giro più lungo verso una con vista sulla valle. Sono consigliati da trekking, perché in alcuni tratti il terreno può essere bagnato. In caso di pioggia forte l'uscita viene rimandata: , ma così non va bene camminare.
Zondagochtend organiseert het bestuur van het appartementencomplex een groepswandeling in het Parco del Ticino. Verzamelen om 9:30 uur bij de ingang; we volgen een pad langs de rivier naar een weiland voor een korte pauze. De route is eenvoudig en ook geschikt voor wie niet regelmatig sport; het is voldoende om water mee te nemen.

Voor wie wil doorwandelen, is het mogelijk een langere tocht te maken naar een natuurreservaat met uitzicht over de vallei. Wandelschoenen worden aanbevolen, omdat het op sommige stukken modderig of nat kan zijn. Bij zware regen wordt de wandeling uitgesteld: wat jammer, maar onder die omstandigheden is het niet verstandig om te lopen.

  1. Quale percorso preferiresti e perché: quello facile lungo il fiume o quello più lungo verso la riserva naturale? Indica anche cosa portare.

    (Welke route zou jij verkiezen en waarom: de gemakkelijke langs de rivier of de langere naar het natuurreservaat? Geef ook aan wat je zou meenemen.)

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Domenica vorrei fare una camminata con te. Pensavo al Lago di Como, nella valle vicino a Bellagio. C'è un sentiero facile nella riserva naturale: si cammina tra la foresta e un prato, e alla fine si vede una piccola cascata. La vista sul lago è bellissima. Porta gli scarponi da trekking e una bottiglia d'acqua. Partiamo alle nove dalla stazione e torniamo nel pomeriggio.
(Zondag wil ik graag met je gaan wandelen. Ik dacht aan het Comomeer, in de vallei vlakbij Bellagio. Er is een makkelijk pad in het natuurreservaat: je loopt tussen het bos en een weiland en aan het einde zie je een kleine waterval. Het uitzicht op het meer is prachtig. Neem je wandelschoenen en een fles water mee. We vertrekken om negen uur vanaf het station en komen in de namiddag terug.)
Waar Onwaar

(De persoon nodigt iemand uit om zondag bij het Comomeer een wandeling te maken.)

(Het traject wordt beschreven als moeilijk en leidt naar de top van een berg.)

(We vertrekken om negen uur vanaf het station en zijn voor de middag terug.)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Che bello! Domenica ___ una cima facile vicino al lago.

(Wat leuk! Zondag ___ een gemakkelijke top vlak bij het meer.)

2. Sono molto contenta: oggi ___ un sentiero nella riserva naturale.

(Ik ben heel blij: vandaag ___ een pad in het natuurreservaat.)

3. Che peccato! Luca non ___ la cima perché non ha gli scarponi da trekking.

(Wat jammer! Luca ___ de top omdat hij geen wandelschoenen heeft.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

Ti va di fare una camminata questo fine settimana? / Secondo me è un percorso facile/difficile. / Mi piace perché c'è un bel lago/una valle e la vista è splendida.

  1. Inviti un amico o un parente a fare una camminata domenica: dove vorresti andare e perché?
    Nodig een vriend of familielid uit om zondag een wandeling te maken: waar zou je naartoe willen en waarom?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Descrivi una camminata o un'escursione che ti è piaciuta o non ti è piaciuta: com'era il sentiero e che vista c'era?
    Beschrijf een wandeling of trektocht die je leuk vond of juist niet: hoe was het pad en wat voor uitzicht had je?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Ciao! Sono Chiara 😊

Domenica mattina vorrei fare una camminata vicino al Lago di Braies. C'è un sentiero facile (circa 1 ora) con una bella vista sul lago e sulla foresta. Ti va di venire? Pensavo di partire alle 10:00. Porta acqua e, se li hai, gli scarponi da trekking. Se piove, possiamo cambiare e fare una passeggiata in paese.


Hoi! Ik ben Chiara 😊

Zondagochtend wil ik graag een wandeling maken bij het Meer van Braies. Er is een pad dat makkelijk is (ongeveer 1 uur) met een mooi uitzicht op het meer en het bos. Heb je zin om mee te komen? Ik dacht eraan om om 10:00 te vertrekken. Neem water mee en, als je ze hebt, trekkinglaarzen. Als het regent, kunnen we het plan veranderen en een wandeling in het dorp maken.


Nuttige zinnen:

  1. Che bello! Mi piacerebbe venire.

    (Wat leuk! Ik zou graag mee willen komen.)

  2. A che ora ci vediamo e dove ci incontriamo?

    (Hoe laat spreken we af en waar ontmoeten we elkaar?)

  3. Se piove, preferisco la passeggiata in paese.

    (Als het regent, kies ik liever de wandeling in het dorp.)

Ciao Chiara, che bello! Mi piacerebbe venire alla camminata al Lago di Braies. Sono molto contento, perché adoro la vista sul lago e la foresta. Va benissimo per me partire alle 10:00. Dove ci incontriamo esattamente, al parcheggio vicino al lago? Ho gli scarponi da trekking e porto anche acqua. Se piove, allora ok per la passeggiata in paese. A domenica!

Hoi Chiara, wat leuk! Ik zou graag mee willen komen naar de wandeling bij het Meer van Braies. Ik vind het uitzicht op het meer en het bos echt prachtig. Het is prima voor mij om om 10:00 te vertrekken. Waar spreken we precies af, bij de parkeerplaats bij het meer? Ik heb trekkinglaarzen en ik neem ook water mee. Als het regent is de wandeling in het dorp prima. Tot zondag!