Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Avviso del centro commerciale: servizi e negozi
Vul de lege plekken in: lavanderia, calzolaio, tabaccheria, commesso, cartoleria, fiorista, centro commerciale, macellaio, fruttivendolo
(Melding van het winkelcentrum: diensten en winkels)
Al Le Terrazze trovi servizi e negozi per le spese di tutti i giorni. Al piano terra ci sono la , la e la . Nel corridoio ovest si trovano anche il e il .
Per la spesa più grande, al primo piano ci sono il e diversi negozi: abbigliamento, articoli sportivi, elettronica e arredamento. In ogni negozio puoi chiedere aiuto al . Se hai un problema con le scarpe, vicino all'uscita sud c'è il .In winkelcentrum Le Terrazze vind je voorzieningen en winkels voor de dagelijkse boodschappen. Op de begane grond zijn de wasserette, de kantoorboekhandel en de tabakszaak. In de westelijke gang bevinden zich ook de bloemist en de groenteboer.
Voor grotere boodschappen zijn op de eerste verdieping de slager en verschillende winkels: kleding, sportartikelen, elektronica en meubelzaken. In elke winkel kun je de verkoper om hulp vragen. Als je een probleem met je schoenen hebt, is er bij de zuidelijke uitgang een schoenmaker.
-
Quali servizi o negozi useresti in questo centro commerciale e per quale motivo? Descrivi con esempi concreti.
(Welke diensten of winkels zou jij in dit winkelcentrum gebruiken en waarom? Beschrijf met concrete voorbeelden.)
Oefening 3: Luistervaardigheid
Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.
| Waar | Onwaar | |
|---|---|---|
|
(De persoon koopt eerst fruit en groenten voordat hij/zij naar een andere winkel gaat.) |
||
|
(Hij/zij wil de koptelefoon ongeacht de prijs kopen.) |
||
|
(Aan het einde moet hij/zij nog naar de stomerij en de schoenmaker.) |
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Da studente, al centro commerciale ___ spesso scarpe in saldo.
(Als student ___ ik in het winkelcentrum vaak schoenen in de uitverkoop.)2. Quando vivevo in Italia, in cartoleria ___ quaderni per l'università?
(Toen ik in Italië woonde, ___ jij in de kantoorboekhandel notitieboeken voor de universiteit?)3. Da piccoli, al negozio di articoli sportivi ___ spesso palloni e racchette.
(Toen we klein waren, ___ we in de sportwinkel vaak ballen en rackets.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Discussievragen
Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.
Nuttige uitdrukkingen:
Di solito vado per comprare ... e lo porto a casa. / Se non lo trovano, chiedo al commesso di ordinarlo. / Preferisco il centro commerciale perché è comodo per fare acquisti.
-
Se devi fare commissioni dopo il lavoro, quali negozi o servizi cerchi di solito e che cosa compri o fai lì?
Als je na het werk boodschappen moet doen, naar welke winkels of diensten ga je meestal en wat koop of regel je daar?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Quando vai al centro commerciale, cosa trovi utile e cosa non ti piace? Spiega in una o due frasi.
Als je naar het winkelcentrum gaat, wat vind je handig en wat vind je niet fijn? Leg uit in één of twee zinnen.
__________________________________________________________________________________________________________
Oefening 7: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Ciao! Sono Giulia. Sabato pomeriggio devo andare al centro commerciale perché mi serve un regalo e anche un paio di cose per casa.
Tu ci vieni? Vorrei passare al negozio d'elettronica e al negozio d'abbigliamento. Poi magari prendiamo un caffè. A che ora ti va bene? Ci vediamo all'ingresso principale?
Hoi! Ik ben Giulia. Zaterdagmiddag moet ik naar het winkelcentrum omdat ik een cadeau nodig heb en ook een paar dingen voor in huis.
Ga jij mee? Ik wil even langs de elektronicawinkel en de kledingwinkel. Daarna kunnen we misschien een kopje koffie drinken. Hoe laat komt het jou uit? Zullen we bij de hoofdingang afspreken?
Nuttige zinnen:
-
Sabato posso venire, ma solo dalle...
(Zaterdag kan ik komen, maar alleen vanaf...)
-
Possiamo incontrarci davanti a... alle...
(We kunnen elkaar ontmoeten voor... om...)
-
Se vuoi, te lo/te la prendo io quando sono lì.
(Als je wilt, kan ik het voor je meenemen als ik daar ben.)
Hoi Giulia! Ja, ik ga graag mee. Ik kan er zijn vanaf 15:30. Zullen we om 15:30 bij de hoofdingang afspreken? Ik wil ook naar de kledingwinkel en daarna naar de kantoorboekhandel om een schrift te kopen. Als je bij de elektronicawinkel een telefoonhoesje ziet, kun je dat voor me meenemen? Daarna drinken we samen een kopje koffie. Tot zaterdag!