A2.27: Kledingstijlen en mode

Stili di abbigliamento e moda

Leer Italiaanse uitdrukkingen voor plaatsaanduidingen zoals 'accanto' (naast), 'davanti' (voor), en 'dentro' (binnen) om kleding en stijl nauwkeurig te beschrijven. Oefen zinnen zoals "La giacca è davanti allo specchio" om je vocabulaire praktisch toe te passen in gesprekken over mode en outfits.

Woordenschat (17)

 La moda: De mode (Italian)

La moda

Show

De mode Show

 Il trend: De trend (Italian)

Il trend

Show

De trend Show

 Vintage: vintage (Italian)

Vintage

Show

Vintage Show

 Le calze: de sokken (Italian)

Le calze

Show

De sokken Show

 Le mutande: het ondergoed (Italian)

Le mutande

Show

Het ondergoed Show

 La sciarpa: de sjaal (Italian)

La sciarpa

Show

De sjaal Show

 Il reggiseno: de beha (Italian)

Il reggiseno

Show

De beha Show

 Il vestito: de jurk (Italian)

Il vestito

Show

De jurk Show

 Il completo: het pak (Italian)

Il completo

Show

Het pak Show

 Il gilè: Het gilet (Italian)

Il gilè

Show

Het gilet Show

 La cravatta: de stropdas (Italian)

La cravatta

Show

De stropdas Show

 L'accessorio: het accessoire (Italian)

L'accessorio

Show

Het accessoire Show

 Elegante: Elegant (Italian)

Elegante

Show

Elegant Show

 Informale: informeel (Italian)

Informale

Show

Informeel Show

 Avere stile: Een stijl hebben (Italian)

Avere stile

Show

Een stijl hebben Show

 Consigliare (aanraden) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Consigliare

Show

Aanraden Show

 Cambiarsi (zich omkleden) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Cambiarsi

Show

Zich omkleden Show

Oefeningen

Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.

Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

La cravatta


De stropdas

2

Le mutande


Het ondergoed

3

Cambiarsi


Zich omkleden

4

L'accessorio


Het accessoire

5

Il completo


Het pak

Oefening 2: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Io ______ un vestito elegante quando vado a lavoro.

(Ik ______ een elegante jurk als ik naar mijn werk ga.)

2. Lei ______ sempre gli accessori giusti accanto al vestito.

(Zij ______ altijd de juiste accessoires aan naast de jurk.)

3. Noi ______ la giacca quando entriamo dentro l'ufficio.

(Wij ______ de jas uit als we het kantoor binnenkomen.)

4. Tu ______ sempre uno stile elegante anche fuori dalla tua zona.

(Jij ______ altijd een elegante stijl, zelfs buiten je eigen buurt.)

Oefening 4: Een dag winkelen voor mode

Instructie:

Oggi io (Uscire - Presente) da casa alle otto del mattino per andare al centro commerciale. Nel negozio di vestiti, tu (Provare - Presente) un completo elegante e io (Consigliare - Presente) una sciarpa vintage che ho visto accanto al cappotto. Mentre lui (Scegliere - Presente) la cravatta più adatta, noi due (Parlare - Presente) di come la moda cambia ogni anno. Alla fine della giornata, io e tu (Tornare - Presente) a casa con molti nuovi accessori.


Vandaag ga ik om acht uur 's ochtends van huis om naar het winkelcentrum te gaan. In de kledingwinkel pas jij een elegante outfit en ik raad een vintage sjaal aan die ik naast de jas heb gezien. Terwijl hij de meest geschikte das kiest , praten wij twee over hoe mode elk jaar verandert. Aan het einde van de dag gaan jij en ik naar huis met veel nieuwe accessoires.

Werkwoordschema's

Uscire - Gaan

Presente

  • io esco
  • tu esci
  • lui/lei esce
  • noi usciamo
  • voi uscite
  • loro escono

Provare - Passen

Presente

  • io provo
  • tu provi
  • lui/lei prova
  • noi proviamo
  • voi provate
  • loro provano

Consigliare - Raden

Presente

  • io consiglio
  • tu consigli
  • lui/lei consiglia
  • noi consigliamo
  • voi consigliate
  • loro consigliano

Scegliere - Kiezen

Presente

  • io scelgo
  • tu scegli
  • lui/lei sceglie
  • noi scegliamo
  • voi scegliete
  • loro scelgono

Parlare - Praten

Presente

  • io parlo
  • tu parli
  • lui/lei parla
  • noi parliamo
  • voi parlate
  • loro parlano

Tornare - Gaan

Presente

  • io torno
  • tu torni
  • lui/lei torna
  • noi torniamo
  • voi tornate
  • loro tornano

Oefening 5: Le espressioni di luogo: 'accanto', 'davanti', 'dentro', etc...

Instructie: Vul het juiste woord in.

Grammatica: Plaatsuitdrukkingen: 'accanto', 'davanti', 'dentro', enzovoort...

Toon vertaling Toon antwoorden

lungo, dentro, dietro, sotto, davanti, fuori, di fianco, lontano

1. Direzione estesa:
Il vestito è appeso ... la parete bianca.
(De jurk hangt langs de witte muur.)
2. Di fronte:
Il gilè è appeso ... alla finestra.
(Het jasje hangt voor het raam.)
3. Accanto:
La cravatta è messa ... al gilè.
(De stropdas ligt naast het gilet.)
4. Nella parte posteriore:
Il completo è riposto ... alla porta.
(Het pak ligt achter de deur.)
5. All'esterno:
Le calze sono lasciate ... dalla borsa.
(De sokken liggen buiten de tas.)
6. All'interno:
Le mutande sono ... al cassetto ordinato.
(De onderbroeken liggen in de nette lade.)
7. A distanza:
Il negozio è molto ... dalla piazza.
(De winkel is heel ver van het plein.)
8. Posizione inferiore:
Il reggiseno sta ... la camicia blu.
(De beha zit onder het blauwe hemd.)

Grammatica

We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!

A2.27.1 Grammatica

Le espressioni di luogo: 'accanto', 'davanti', 'dentro', etc...

Plaatsuitdrukkingen: 'accanto', 'davanti', 'dentro', enzovoort...


Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les

Consigliare aanraden

Trapassato prossimo

Italiaans Nederlands
(io) avevo consigliato ik had aangeraden
(tu) avevi consigliato jij had aangeraden
(lui/lei) aveva consigliato hij/zij had aangeraden
(noi) avevamo consigliato wij hadden aangeraden
(voi) avevate consigliato jullie hadden aangeraden
(loro) avevano consigliato zij hadden aangeraden

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Cambiarsi zich omkleden

Passato prossimo

Italiaans Nederlands
si è cambiato/si è cambiata hij/zij heeft zich omgekleed

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!

Wil je vandaag Italiaans oefenen? Dat is mogelijk! Neem gewoon vandaag nog contact op met een van onze docenten.

Schrijf je nu in!

Kledingstijlen en Mode: Overzicht van de Les

In deze les leer je Italiaanse uitdrukkingen die betrekking hebben op kleding en mode, met een focus op plaatsbepalingen zoals 'accanto' (naast), 'davanti' (voor), en 'dentro' (binnenin). De les is geschikt voor A2-niveau en helpt je om eenvoudige gesprekken te voeren over kleding, outfits te beschrijven en te praten over je persoonlijke stijl.

Belangrijkste Leerinhoud

  • Uitdrukkingen van plaats: Leren hoe je kledingstukken positioneert in een ruimte, bijvoorbeeld bij een winkel, op kantoor of thuis.
  • Praktische woordenschat: Woorden zoals vestito (pak/jurk), giacca (jas), pantaloni (broek), camicia (hemd), cravatta (stropdas), sciarpa (sjaal) en scarpe (schoenen).
  • Presentatie van werkwoorden in de tegenwoordige tijd: Bijvoorbeeld indossare (dragen), consigliare (aanraden), provare (passen/proberen), scegliere (kiezen), met multiple-choice oefeningen om de juiste vervoeging te oefenen.
  • Dialogen en situaties: Realistische voorbeelden, zoals winkelen, besprekingen over kleding op het werk, en gesprekken over favoriete stijlen.

Voorbeelden van Plaatsuitdrukkingen in Context

  • La giacca è davanti allo specchio – De jas is voor de spiegel.
  • Il vestito accanto al cappotto – De jurk naast de jas.
  • La cravatta è dentro al cassetto – De stropdas is in de lade.
  • La sciarpa è sopra il tavolo – De sjaal ligt op de tafel.

Verschillen tussen het Nederlands en Italiaans

In tegenstelling tot het Nederlands, gebruikt het Italiaans verschillende voorzetsels om plaats aan te geven, zoals accanto a (naast), davanti a (voor), dietro a (achter), en dentro a (binnenin). Deze kunnen verschillen in gebruik en soms ook in betekenis. In het Nederlands zeggen we simpelweg 'naast', 'voor', 'achter', 'in', zonder een extra voorzetsel aan het einde te koppelen.

Daarnaast is de werkwoordvervoeging in het Italiaans essentieel om de juiste persoon en tijd uit te drukken, iets wat in het Nederlands eenvoudiger is. Bijvoorbeeld, io indosso betekent 'ik draag', waarbij de uitgang verandert per persoon.

Handige Italiaanse Woorden en Uitdrukkingen met Nederlandse Equivalenten

  • indossare – dragen (kleding)
  • provare – passen/proberen
  • consigliare – aanraden
  • scegliere – kiezen
  • accanto a – naast
  • davanti a – voor (plaats)
  • dentro a – binnenin/in
  • sopra – op/boven

Deze woorden en uitdrukkingen vormen de basis voor het voeren van gesprekken over kleding en interieur, waarbij je precies kunt aangeven waar iets zich bevindt en welke keuzes je maakt.

Deze lessen zouden niet mogelijk zijn zonder onze geweldige partners🙏