Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Open day alla scuola superiore: informazioni per le famiglie
Vul de lege plekken in: superiori, diploma, aule, media, voti
(Open dag op de middelbare school: informatie voor gezinnen)
Il Comune informa che sabato prossimo si svolgono gli open day delle scuole . Le famiglie possono visitare le , parlare con i docenti e chiedere informazioni su licei, istituti tecnici e professionali. In ogni scuola c'è una breve presentazione dell'offerta formativa e dei laboratori.
Per partecipare basta registrarsi online. Chi ha frequentato la scuola in un altro Paese può chiedere un colloquio di orientamento: si parlerà della lingua, dei e degli interessi. Dopo l'incontro, la segreteria spiega quali documenti servono per l'iscrizione e per il .De gemeente informeert dat volgende zaterdag de open dagen van de middelbare scholen plaatsvinden. Gezinnen kunnen de lokalen bezoeken, met docenten praten en informatie vragen over gymnasia, technische scholen en beroepsscholen. Op elke school is er een korte presentatie van het onderwijsaanbod en van de praktijklokalen.
Om deel te nemen hoef je je alleen online te registreren. Wie de middelbare school in een ander land heeft gevolgd, kan een oriëntatiegesprek aanvragen: er wordt gesproken over de taal, de cijfers en de interesses. Na het gesprek legt het secretariaat uit welke documenten nodig zijn voor de inschrijving en voor het diploma.
-
Quali informazioni può chiedere una famiglia durante l'open day e perché queste informazioni sono utili per scegliere la scuola?
(Welke informatie kan een gezin tijdens de open dag vragen en waarom is die informatie nuttig bij het kiezen van een school?)
Oefening 3: Luistervaardigheid
Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.
| Waar | Onwaar | |
|---|---|---|
|
(Als kind zat ze op de basisschool en op de middelbare school in hetzelfde gebouw.) |
||
|
(Op de middelbare school is ze in dezelfde stad gebleven waar ze op de basisschool zat.) |
||
|
(Ze zegt dat ze altijd hoge cijfers had en bijna nooit fouten maakte.) |
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Alle medie, la professoressa di matematica ___ in aula con molta pazienza.
(Op de middelbare school ___ de wiskundelerares les in de klas met veel geduld.)2. Negli anni della scuola superiore, ___ che avevo preso un buon voto all’esame finale.
(Tijdens mijn middelbareschooltijd ___ dat ik een goed cijfer had gehaald voor het eindexamen.)3. Quando ero alla scuola primaria, ___ italiano ai miei compagni stranieri durante la ricreazione.
(Toen ik op de basisschool zat, ___ Italiaans aan mijn buitenlandse klasgenoten tijdens de pauze.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Discussievragen
Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.
Nuttige uitdrukkingen:
Da bambino/a andavo a scuola... / Quando ero alle superiori, avevo buoni voti in... / Un ricordo importante è che...
-
Com'era la tua scuola primaria o media? Descrivi la classe e le lezioni.
Hoe was je basisschool of middelbare school? Beschrijf je klas en de lessen.
__________________________________________________________________________________________________________
-
Racconta un ricordo d'infanzia legato alla scuola: cosa è successo e come ti sei sentito/a?
Vertel over een jeugdherinnering die met school te maken heeft: wat is er gebeurd en hoe voelde je je?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefening 7: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Ciao! Sono Giulia, la mamma di Tommaso (2B).
Per la newsletter di fine anno la maestra ci ha chiesto un piccolo ricordo di scuola dei genitori. Mi puoi scrivere 4-5 righe?
- che scuola frequentavi (primaria/media/superiore)
- un ricordo dall'aula o dalla classe
- una cosa che ti piaceva o non ti piaceva
Se hai anche una foto (per esempio il diploma o un quaderno), va benissimo. Grazie!
Hoi! Ik ben Giulia, de moeder van Tommaso (2B).
Voor de eindejaarsnieuwsbrief heeft de juf ons gevraagd om een korte schoolherinnering van de ouders. Kun je 4-5 regels voor me schrijven?
- welke school je volgde (basisschool/middelbare school/bovenbouw)
- een herinnering uit het klaslokaal of uit de klas
- iets wat je leuk vond of juist niet
Als je ook een foto hebt (bijvoorbeeld van je diploma of een schrift), is dat helemaal prima. Bedankt!
Nuttige zinnen:
-
Quando ero a scuola, di solito…
(Toen ik op school zat, meestal…)
-
Mi ricordo che un giorno…
(Ik herinner me dat ik op een dag…)
-
Alla scuola superiore ho… e non mi è piaciuto perché…
(Op de middelbare school heb ik… en dat vond ik niet leuk omdat…)
Alle scuole medie avevo buoni voti in italiano, ma la matematica era più difficile. Alla scuola superiore ho preso il diploma e mi sentivo orgoglioso.
Ho una foto del mio diploma: va bene se te la mando qui?
Hoi Giulia! Zeker, graag. Toen ik klein was, zat ik op de basisschool bij ons in de buurt. In de klas vond ik tekenen leuk en ik gebruikte vaak een potlood. Ik herinner me dat de juf ons een keer meenam naar de bibliotheek en dat ik heel nieuwsgierig was.
Op de middelbare school had ik goede cijfers voor Nederlands, maar wiskunde was moeilijker. In de bovenbouw heb ik mijn diploma gehaald en ik was trots.
Ik heb een foto van mijn diploma: is het goed als ik die hier stuur?