De onvoltooide toekomende tijd

Il futuro semplice


Il futuro semplice si usa per azioni certe che accadranno o intenzioni.

(De futuro semplice wordt gebruikt voor zekere acties die zullen gebeuren of voor intenties.)

Wanneer gebruik je de futuro semplice?

  • Plannen en afspraken: Domani suoneremo (Morgen spelen we).
  • Voorspellingen: Stasera riceverà una mail (Vanavond zal hij/zij een mail krijgen).
  • Beloften / intenties: Comprerò i biglietti (Ik zal de tickets kopen).

Let op: in het Italiaans wordt de toekomst ook vaak met de tegenwoordige tijd gezegd als het om een duidelijke afspraak gaat: Domani vado a Milano. Maar in deze les oefen je vooral de futuro semplice.

Hoe maak je de futuro semplice (stap voor stap)?

  1. Neem het infinitief: suonare, ricevere, sentire.
  2. Haal de uitgang weg (zoals in het boek): -are / -ere / -ire.
  3. Plak de juiste toekomstuitgang eraan.
Type werkwoord Je krijgt als basis Uitgangen
-are en -ere stam + er- -erò, -erai, -erà, -eremo, -erete, -eranno
-ire (3e conjugatie) stam + ir- -irò, -irai, -irà, -iremo, -irete, -iranno

Wat je bijna altijd vergeet: het accent

  • io: eindigt op met accent: comprerò, suonerò, sentirò.
  • lui/lei: eindigt op met accent: riceverà, suonerà, sentirà.

Dus: comprerocomprerò / riceverariceverà.

Snelle check: klopt de persoon bij het onderwerp?

Een veelgemaakte fout is dat je de verkeerde persoon kiest. Controleer altijd: wie doet het?

Onderwerp Juiste vorm (voorbeeld: ricevere) Niet
io riceverò riceverai
tu riceverai riceverà
noi riceveremo riceveranno
voi riceverete riceveremo
loro riceveranno riceverò

Zelfcontrole in 10 seconden

  1. Heb ik -are/-ere/-ire weggehaald?
  2. Heb ik er- (bij -are/-ere) of ir- (bij -ire) gebruikt?
  3. Past de uitgang bij io/tu/lui-noi/voi/loro?
  4. Staat er een accent op (io) en (lui/lei)?

Mini-voorbeeld (zoals je het straks in gesprekken gebruikt)

  • Domani suonerò la chitarra. (Morgen speel ik gitaar.)
  • Tra un’ora riceverai una mail. (Over een uur krijg je een mail.)
  • Stasera sentiranno la risposta. (Vanavond horen ze het antwoord.)
  1. De werkwoorden van de eerste en tweede vervoeging worden gevormd door -are, -ire weg te laten en -erò, -erai, -erà, -eremo, -erete, -eranno toe te voegen.
  2. De werkwoorden van de derde vervoeging worden gevormd door -ire weg te laten en -irò, -irai, -irà, -iremo, -irete, -iranno toe te voegen.
1a coniugazione: suonare (1e vervoeging: suonare)2a coniugazione: ricevere (2e vervoeging: ricevere)3a coniugazione: sentire (3e vervoeging: sentire)
Io suoneròIo riceveròIo sentirò
Tu suoneraiTu riceveraiTu sentirai
Lui / lei suoneràLui / lei riceveràLui / lei sentirà
Noi suoneremoNoi riceveremoNoi sentiremo
Voi suonereteVoi ricevereteVoi sentirete
Loro suonerannoLoro riceverannoLoro sentiranno

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Domani ______ online i biglietti per il festival all'arena.

Morgen ______ online de tickets voor het festival in de arena.

2. Tu ______ una mail di conferma dopo l'acquisto dei biglietti.

Jij ______ een bevestigingsmail na de aankoop van de tickets.

3. Loro ______ rock e pop, e il pubblico applaudirà alla fine.

Zij ______ rock en pop, en het publiek zal aan het einde applaudisseren.

4. Noi ______ il violino molto bene, perché saremo vicini al palco.

Wij ______ de viool heel goed, omdat we dicht bij het podium zullen zijn.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin in de toekomende tijd (futuro semplice).

1.
Spelfout: het accent ontbreekt in de correcte vorm "comprerò".
Fout in persoon: de zin heeft het impliciete onderwerp "ik", dus "comprerò" is nodig, niet "comprerai".
2.
Fout in vervoeging: het werkwoord "suonare" wordt vervoegd als "suonerete", niet "suonirete".
Fout in persoon: als het onderwerp "jullie" is, is de correcte vorm "suonerete", niet "suoneremo".

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de toekomende tijd door het werkwoord tussen haakjes te vervoegen (bv.: Vandaag (pianospelen) → Morgen zal ik piano spelen).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Domani io (suonare) la chitarra al concerto della scuola.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Domani io suonerò la chitarra al concerto della scuola.
    (Morgen zal ik gitaar spelen op het schoolconcert.)
  2. Tra un'ora tu (ricevere) una mail dal tuo collega.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Tra un'ora tu riceverai una mail dal tuo collega.
    (Over een uur zul jij een e-mail ontvangen van je collega.)
  3. Stasera lei (sentire) i risultati dell'esame di italiano.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Stasera lei sentirà i risultati dell'esame di italiano.
    (Vanavond zal zij de resultaten van het Italiaans examen horen.)
  4. La prossima settimana noi (suonare) al matrimonio di un amico.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    La prossima settimana noi suoneremo al matrimonio di un amico.
    (Volgende week zullen wij op de bruiloft van een vriend spelen.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Praat en beslis: locatie, muzieksoort, tijdstip en kaartjes.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Sei a Milano e stai organizzando con un collega un concerto per domani sera.
(Je bent in Milaan en je organiseert met een collega een concert voor morgenavond.)

Bespreek
  • Che musica suonerete: pop, rock, jazz o musica classica? Perché? (Welke muziek zullen jullie spelen: pop, rock, jazz of klassieke muziek? Waarom?)
  • Chi suonerà: una band famosa o un artista moderno? Come lo inviterete?`,`Come venderete i biglietti e dove li riceveranno i fan? (Wie zal spelen: een bekende band of een moderne artiest? Hoe zullen jullie hem/haar uitnodigen?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • La band suonerà musica rock (De band zal rockmuziek spelen)
  • Il pubblico applaudirà (Het publiek zal applaudisseren)
  • L’arena sarà piena (De arena zal vol zijn)

Gebruik in gesprek
  • Domani suoneremo… (Morgen zullen we spelen…)
  • Riceveremo i biglietti… (We zullen de tickets ontvangen…)
  • Sentiremo la canzone… (We zullen het lied horen…)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 15/04/2026 14:56