Indicano quando è avvenuta un'azione, la sua durata e quanto tempo è trascorso da quando è avvenuta.

(Ze geven aan wanneer een handeling heeft plaatsgevonden, hoe lang ze duurde en hoeveel tijd er is verstreken sinds ze heeft plaatsgevonden.)

Wat leer je in dit onderdeel?

  • Het verschil tussen fa, scorso/a en prima.
  • Wanneer je het passato prossimo gebruikt.
  • Wanneer je het trapassato prossimo gebruikt.
  • Hoe je typische fouten voorkomt.

1. Overzicht: drie soorten tijdsaanduidingen

Italiaans Letterlijk idee Typische combinatie Gewoonlijk met tijd
… fa X tijd geleden vanaf nu due giorni fa, una settimana fa passato prossimo
scorso / scorsa de vorige … (week, maand, jaar) la settimana scorsa, il mese scorso passato prossimo
prima eerder dan een ander moment in het verleden il giorno prima, due ore prima trapassato prossimo

Belangrijk idee:

  • fa / scorso → één afgesloten verleden actie.
  • primatwee acties in het verleden, de ene eerder dan de andere.

2. “Fa”: een hoeveelheid tijd geleden

Structuur:

  • getal + tijdseenheid + fa
Italiaans Nederlands
due giorni fa twee dagen geleden
tre mesi fa drie maanden geleden
un anno fa een jaar geleden

Gebruik met passato prossimo:

  • Due giorni fa ho ricevuto il prestito.
    → Twee dagen geleden heb ik de lening ontvangen.
  • Una settimana fa ho pagato l’affitto.
    → Een week geleden heb ik de huur betaald.

Waarop letten?

  • Er staat altijd een hoeveelheid tijd voor fa:
    fa ho ricevuto il prestito ✗ → due giorni fa ho ricevuto il prestito
  • Je gebruikt het om te vertellen hoe lang geleden vanaf nu, niet vergeleken met een ander verleden moment.

3. “Scorso / scorsa”: vorige week, vorige maand…

Structuur:

  • lidwoord + periode + scorso/scorsa
Italiaans Nederlands Geslacht
la settimana scorsa vorige week settimana = vr. → scorsa
il mese scorso vorige maand mese = m. → scorso
l’anno scorso vorig jaar anno = m. → scorso

Gebruik met passato prossimo:

  • Hanno trasferito i soldi la settimana scorsa.
    → Vorige week hebben ze het geld overgemaakt.
  • Il mese scorso abbiamo aperto un conto.
    → Vorige maand hebben we een rekening geopend.

Typische fouten:

  • due settimane scorse ✗ → gebruik bij aantallen liever fa:
    due settimane fa ho aperto il conto.
  • la mese scorso ✗ → il mese scorso ✓ (mese is mannelijk).

4. “Prima”: eerder dan een ander verleden moment

Met prima kijk je niet terug vanaf nu, maar vanaf een ander moment in het verleden.

Structuur:

  • il giorno prima → de dag ervoor
  • due ore prima → twee uur eerder

Altijd met twee acties:

  1. Een actie in het verleden (meestal passato prossimo).
  2. Een eerdere actie (meestal trapassato prossimo).
Stap Italiaans Uitleg
Later moment Quando sono arrivato in banca… Toen ik bij de bank aankwam…
Eerder moment avevo prelevato il giorno prima. … had ik de dag ervoor al gepind.

Meer voorbeelden:

  • Avevamo già ricevuto l’assegno due ore prima.
    → We hadden de cheque twee uur eerder al ontvangen.
  • Avevo controllato il conto online il giorno prima.
    → Ik had de rekening de dag ervoor online gecontroleerd.

Let op:

  • Met prima staat het werkwoord vaak in het trapassato prossimo (avevo fatto, avevamo ricevuto…).
  • Gebruik prima alleen als er in de context duidelijk een tweede moment is.

5. Fa of prima? Snelle keuzehulp

  • Vraag jezelf af: Vergelijk ik met nu of met een ander verleden moment?
Situatie Goed Fout
Je vertelt wat je twee dagen geleden deed (vanaf nu). Ho pagato la bolletta due giorni fa. Ho pagato la bolletta due giorni prima.
Je hebt nu een actie, en je wilt zeggen wat je eerder al had gedaan. Ieri ho fatto il bonifico. Il giorno prima avevo pagato l’affitto. Il giorno prima ho pagato l’affitto. (vorm van tijd is niet duidelijk eerder).
  • Gebruik fa → als je ook in het Nederlands spontaan “geleden” zou zeggen.
  • Gebruik prima → als je in het Nederlands “eerder / de dag ervoor / twee uur eerder” zegt in relatie tot een andere gebeurtenis.

6. Passato prossimo of trapassato prossimo?

In deze combinaties zie je vaak twee tijden:

  • Passato prossimo → wat er op een bepaald moment in het verleden gebeurde.
  • Trapassato prossimo → wat daarvoor al gebeurd was.
Tijd Vorm Korte herinnering
Passato prossimo ho ricevuto, hanno trasferito avere/essere (nu) + voltooid deelwoord
Trapassato prossimo avevo prelevato, avevamo ricevuto imperfetto van avere/essere + voltooid deelwoord

Typisch patroon met prima:

  • Quando sono arrivato in banca (passato prossimo),
    avevo prelevato il giorno prima (trapassato prossimo).

7. Typische fouten en hoe je ze vermijdt

  • 1. “Prima” gebruiken zonder tweede referentie
    Ho ricevuto lo stipendio due ore prima. ✗ (eerder dan wat?)
    Beter:
    Ho ricevuto lo stipendio due ore fa. ✓ (vanaf nu)
    of
    Ho firmato il contratto alle 10. Due ore prima avevo ricevuto lo stipendio.
  • 2. “Scorso” gebruiken met een getal
    Ho aperto il conto due settimane scorse.
    Ho aperto il conto due settimane fa.
  • 3. Verkeerd lidwoord bij "mese"
    la mese scorsa ✗ → il mese scorso
  • 4. Trapassato prossimo vergeten met prima
    Quando sono arrivato, ho prelevato il giorno prima.
    Quando sono arrivato, avevo prelevato il giorno prima.

8. Zelftest: kan ik dit al?

Beantwoord voor jezelf de vragen. Kun je het antwoord in het Italiaans formuleren? Zo ja, dan beheers je de stof.

  1. Kun je een zin maken met fa over iets dat je:
    • twee dagen geleden hebt gedaan?
    • een jaar geleden hebt gedaan?
  2. Kun je een zin maken met la settimana scorsa of il mese scorso over je werk of studie?
  3. Kun je een korte mini-verhaal maken met twee acties:
    • actie A: passato prossimo (bijvoorbeeld: ieri ho firmato il contratto)
    • actie B: trapassato prossimo + prima (bijvoorbeeld: avevo letto il preventivo il giorno prima)
  4. Kun je uitleggen (in het Nederlands) wanneer je fa en wanneer je prima gebruikt?

Als je deze vragen kunt beantwoorden, dan ben je klaar om deze tijdsaanduidingen actief in gesprekken te gebruiken.

  1. Een hoeveelheid tijd + "fa" geeft een periode in het verleden aan.
  2. "Scorso/a" wordt gebruikt met perioden zoals weken, maanden, jaren.
  3. "Prima" geeft aan hoeveel tijd er is verstreken tussen twee handelingen in het verleden.
Espressione (Uitdrukking)Tempo verbale (Werkwoordstijd)Esempio (Voorbeeld)
Due giorni faPassato prossimo (Voltooid tegenwoordige tijd)Due giorni fa ho ricevuto il prestito.
La settimana scorsaPassato prossimo (Voltooid tegenwoordige tijd)Hanno trasferito i soldi la settimana scorsa.
Il mese scorsoPassato prossimo (Voltooid tegenwoordige tijd)Il mese scorso abbiamo aperto un conto.
Il giorno primaTrapassato prossimo (Voltooid verleden tijd)Avevo prelevato dal bancomat il giorno prima.
Due ore primaTrapassato prossimo (Voltooid verleden tijd)Avevamo già ricevuto l’assegno due ore pima.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. ___ ho ricevuto il suo bonifico sul conto corrente aziendale.

___ heb ik uw overboeking op de zakelijke betaalrekening ontvangen.)

2. ___ abbiamo aperto un nuovo conto bancario online.

___ hebben we een nieuwe online betaalrekening geopend.)

3. ___ hanno approvato il mio prestito per la ristrutturazione della casa.

___ hebben ze mijn lening voor de renovatie van het huis goedgekeurd.)

4. Quando sono arrivato in banca, ___ i contanti dal bancomat il giorno prima.

Toen ik bij de bank arriveerde, ___ de dag ervoor contant geld bij de geldautomaat opgenomen.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin die de tijdsaanduidingen correct gebruikt om aan te geven wanneer een handeling heeft plaatsgevonden.

1.
"Afgelopen" past niet in deze context; hoewel het vrouwelijke meervoud is van 'weken', is deze formulering hier onjuist.
"Eerder" wordt niet gebruikt met vaste tijdsbepalingen zoals 'twee weken'; het geeft de relatie aan tussen twee gebeurtenissen in het verleden.
2.
"De maand vorige" is onjuist; het juiste lidwoord en volgorde is 'vorige maand'.
Hoewel grammaticaal correct, vereist de context hier het gebruik van 'vorige maand' om naar een specifieke periode te verwijzen.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met de aangegeven tijdsaanduidingen (twee dagen geleden, vorige week, vorige maand, de dag ervoor, twee uur eerder) en verander indien nodig de tijdsvorm naar de voltooid tegenwoordige tijd of de voltooid verleden tijd.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (Due giorni fa) Ieri ho pagato la bolletta online.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Due giorni fa ho pagato la bolletta online.
    (Twee dagen geleden heb ik de rekening online betaald.)
  2. Hint Hint (La settimana scorsa) Hanno firmato il contratto ieri.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    La settimana scorsa hanno firmato il contratto.
    (Vorige week hebben ze het contract ondertekend.)
  3. Hint Hint (Il mese scorso) In gennaio abbiamo iniziato un nuovo progetto in ufficio.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Il mese scorso abbiamo iniziato un nuovo progetto in ufficio.
    (Vorige maand zijn we op kantoor aan een nieuw project begonnen.)
  4. Hint Hint (Il giorno prima) Ieri ho fatto il bonifico. Poi oggi ho chiamato la banca.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Avevo fatto il bonifico il giorno prima; poi oggi ho chiamato la banca.
    (De dag ervoor had ik de overschrijving gedaan; vandaag heb ik de bank gebeld.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Vertel om de beurt jullie laatste banktransacties met data.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
In banca spieghi al consulente le operazioni recenti sul tuo conto.
(In de bank leg je aan de adviseur uit welke recente verrichtingen er op je rekening stonden.)

Bespreek
  • Cosa hai fatto in banca due giorni fa o la settimana scorsa? (Wat heb je twee dagen geleden of vorige week bij de bank gedaan?)
  • Che cosa avevi fatto il giorno prima di ricevere l’ultimo stipendio? (Wat had je gedaan de dag voordat je je laatste salaris ontving?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Due giorni fa ho prelevato al bancomat. (Twee dagen geleden heb ik geld gepind bij de geldautomaat.)
  • La settimana scorsa abbiamo aperto un conto corrente. (Vorige week hebben we een betaalrekening geopend.)
  • Il mese scorso ho chiesto un prestito in banca. (Vorige maand heb ik bij de bank een lening aangevraagd.)

Gebruik in gesprek
  • passato prossimo con espressioni di tempo (fa, scorso) (passato prossimo con espressioni di tempo (fa, scorso))
  • trapassato prossimo con prima (trapassato prossimo con prima)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 04/03/2026 18:46