Indicano quando è avvenuta un'azione, la sua durata e quanto tempo è trascorso da quando è avvenuta.
(Ze geven aan wanneer een handeling heeft plaatsgevonden, hoe lang ze duurde en hoeveel tijd er is verstreken sinds ze gebeurde.)
- Een hoeveelheid tijd + "fa" geeft een periode in het verleden aan.
- "Scorso/a" gebruik je met periodes zoals weken, maanden, jaren.
- "Prima" geeft aan hoeveel tijd er is verstreken tussen twee handelingen in het verleden.
| Espressione (Uitdrukking) | Tempo verbale (Werkwoordstijd) | Esempio (Voorbeeld) |
|---|---|---|
| Due giorni fa (Twee dagen geleden) | Passato prossimo (Voltooid tegenwoordige tijd) | Due giorni fa ho ricevuto il prestito. (Twee dagen geleden heb ik de lening gekregen.) |
| La settimana scorsa (Vorige week) | Passato prossimo (Voltooid tegenwoordige tijd) | Hanno trasferito i soldi la settimana scorsa. (Ze hebben het geld vorige week overgemaakt.) |
| Il mese scorso (Vorige maand) | Passato prossimo (Voltooid tegenwoordige tijd) | Il mese scorso abbiamo aperto un conto. (Vorige maand hebben we een rekening geopend.) |
| Il giorno prima (De dag ervoor) | Trapassato prossimo (Voltooid verleden tijd) | Avevo prelevato dal bancomat il giorno prima. (De dag ervoor had ik geld gepind bij de geldautomaat.) |
| Due ore prima (Twee uur eerder) | Trapassato prossimo (Voltooid verleden tijd) | Avevamo già ricevuto l’assegno due ore pima. (Twee uur eerder hadden we de cheque al gekregen.) |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. ____ ho ricevuto la carta di credito a casa.
____ heb ik de creditcard thuis ontvangen.2. ____ abbiamo aperto un conto corrente in questa banca.
____ hebben we bij deze bank een betaalrekening geopend.3. ____ avevo già prelevato 100 euro dal bancomat.
____ had ik al 100 euro gepind bij de geldautomaat.4. ____ avevamo già trasferito i soldi con un pagamento elettronico.
____ hadden we het geld al overgemaakt met een elektronische betaling.Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste zin.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen en geef duidelijk de juiste tijdsaanduiding in het Italiaans aan: gebruik passato prossimo met „... fa” of „... scorso/a” en trapassato prossimo met „... prima”. Voorbeeld: „Ho pagato la bolletta due giorni fa.” → „Due giorni fa ho pagato la bolletta.”
-
Ho pagato la bolletta due giorni fa.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDue giorni fa ho pagato la bolletta.(Twee dagen geleden heb ik de rekening betaald.)
-
Abbiamo cambiato banca la settimana scorsa.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldLa settimana scorsa abbiamo cambiato banca.(Vorige week zijn we van bank veranderd.)
-
Luca ha firmato il contratto il mese scorso.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIl mese scorso Luca ha firmato il contratto.(Vorige maand heeft Luca het contract ondertekend.)
-
Hint Hint (Il giorno prima) Ho fatto un bonifico. Poi ho chiamato la banca. (l’azione del bonifico è successa prima)⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldAvevo fatto un bonifico il giorno prima e poi ho chiamato la banca.(Ik had de dag ervoor een overschrijving gedaan en daarna heb ik de bank gebeld.)
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Spreek met de medewerker en reconstrueer samen wanneer de handelingen hebben plaatsgevonden.
- Quando hai effettuato il trasferimento o il pagamento elettronico? (Wanneer heb je de overschrijving of de elektronische betaling gedaan?)
- Hai ricevuto una conferma o un assegno? Quando esattamente? Descrivi i dettagli rilevanti. (Heb je een bevestiging of een cheque ontvangen? Wanneer precies? Beschrijf de relevante details.)
- Due giorni fa ho ricevuto un trasferimento sul conto corrente. (Twee dagen geleden heb ik een overschrijving op mijn betaalrekening ontvangen.)
- La settimana scorsa ho prelevato al bancomat e ho pagato in contanti. (Vorige week heb ik geld opgenomen bij de geldautomaat en contant betaald.)
- Il giorno prima avevo depositato i soldi e poi avevo fatto un pagamento elettronico. (De dag ervoor had ik het geld gestort en daarna had ik een elektronische betaling gedaan.)
- Due giorni fa + passato prossimo (Twee dagen geleden + voltooid tegenwoordige tijd)
- La settimana scorsa/Il mese scorso + passato prossimo (Vorige week/Vorige maand + voltooid tegenwoordige tijd)
- Due ore prima/Il giorno prima + trapassato prossimo (Twee uur eerder/De dag ervoor + voltooid verleden tijd)