De tijdsbepalingen: due giorni fa, la settimana scorsa, due ore prima, ...

Le espressioni temporali: due giorni fa, la settimana scorsa, due ore prima, ...


Indicano quando è avvenuta un'azione, la sua durata e quanto tempo è trascorso da quando è avvenuta.

(Ze geven aan wanneer een handeling heeft plaatsgevonden, hoe lang ze duurde en hoeveel tijd er is verstreken sinds ze gebeurde.)

Wanneer kies je ... fa, scorso/a of ... prima?

  • ... fa = je kijkt terug vanaf nu (hoe lang geleden vanaf vandaag).
  • scorso/a = je noemt een afgesloten periode (vorige week/maand/jaar).
  • ... prima = je vergelijkt twee gebeurtenissen in het verleden (iets gebeurde eerder dan iets anders).

Praktisch: fa en scorso/a gaan meestal samen met passato prossimo. prima gaat vaak samen met trapassato prossimo omdat je een “verleden vóór het verleden” uitdrukt.

Snelkeuze: welke tijd hoort erbij?

Wat wil je zeggen? Italiaans signaal Werkwoordtijd
Moment in het verleden t.o.v. nu una quantità di tempo + fa passato prossimo
Afgesloten periode (vorige week/maand/jaar) scorso/a passato prossimo
Eerder dan een andere verleden actie prima (il giorno prima, due ore prima…) trapassato prossimo

Let op de plaats van het tijdwoord

  • ... fa staat bijna altijd achteraan: Ho ricevuto il prestito due giorni fa.
  • In deze les oefen je ook met het naar voren halen voor extra duidelijkheid: Due giorni fa ho ricevuto il prestito.
  • scorso/a staat bij het woord: la settimana scorsa, il mese scorso.
  • prima staat bij de “eerdere” gebeurtenis: Avevo prelevato il giorno prima.

Scorso/a: de vorm moet kloppen (m/v)

Scorso/a past zich aan aan het zelfstandig naamwoord.

Periode Correct Niet correct
la settimana (v) la settimana scorsa la settimana scorso
il mese (m) il mese scorso il mese scorsa
l’anno (m) l’anno scorso l’anno scorsa

Prima = “eerder dan toen” (niet: “geleden”)

  • due ore fa = twee uur geleden (vanaf nu).
  • due ore prima = twee uur eerder (vóór een ander moment in het verleden).

Mini-scenario (bank):

  • Alle 11 ho chiamato la banca.
  • Ma due ore prima avevo già fatto un bonifico.

Hier is de logica: je beschrijft twee verleden acties; de eerste in de volgorde krijgt vaak trapassato prossimo.

Zelfcheck: stel jezelf 2 vragen

  1. Vergelijk ik met “nu”?
    • Ja → gebruik ... fa + passato prossimo.
  2. Vergelijk ik met een ander moment in het verleden?
    • Ja → gebruik ... prima + trapassato prossimo.
    • Nee, ik noem gewoon een vorige periode → scorso/a + passato prossimo.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze vermijdt)

  • Dubbel tijdsignaal: Due giorni fa ... fa → maar één keer fa.
  • Fa verwarren met prima:
    • Due ore fa (vanaf nu) ≠ due ore prima (eerder dan een ander verleden moment).
  • Scorso/a niet aanpassen: la settimana scorsola settimana scorsa.

Wat leer je hier? Tijdsaanduidingen zijn in het Italiaans niet alleen vocabulaire: ze bepalen ook welke verleden tijd je logisch kiest.

  1. Een hoeveelheid tijd + "fa" geeft een periode in het verleden aan.
  2. "Scorso/a" gebruik je met periodes zoals weken, maanden, jaren.
  3. "Prima" geeft aan hoeveel tijd er is verstreken tussen twee handelingen in het verleden.
Espressione (Uitdrukking)Tempo verbale (Werkwoordstijd)Esempio (Voorbeeld)
Due giorni fa (Twee dagen geleden)Passato prossimo (Voltooid tegenwoordige tijd)Due giorni fa ho ricevuto il prestito. (Twee dagen geleden heb ik de lening gekregen.)
La settimana scorsa (Vorige week)Passato prossimo (Voltooid tegenwoordige tijd)Hanno trasferito i soldi la settimana scorsa. (Ze hebben het geld vorige week overgemaakt.)
Il mese scorso (Vorige maand)Passato prossimo (Voltooid tegenwoordige tijd)Il mese scorso abbiamo aperto un conto. (Vorige maand hebben we een rekening geopend.)
Il giorno prima (De dag ervoor)Trapassato prossimo (Voltooid verleden tijd)Avevo prelevato dal bancomat il giorno prima. (De dag ervoor had ik geld gepind bij de geldautomaat.)
Due ore prima (Twee uur eerder)Trapassato prossimo (Voltooid verleden tijd)Avevamo già ricevuto l’assegno due ore pima. (Twee uur eerder hadden we de cheque al gekregen.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. ____ ho ricevuto la carta di credito a casa.

____ heb ik de creditcard thuis ontvangen.

2. ____ abbiamo aperto un conto corrente in questa banca.

____ hebben we bij deze bank een betaalrekening geopend.

3. ____ avevo già prelevato 100 euro dal bancomat.

____ had ik al 100 euro gepind bij de geldautomaat.

4. ____ avevamo già trasferito i soldi con un pagamento elettronico.

____ hadden we het geld al overgemaakt met een elektronische betaling.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin.

1.
"Geleden" gebruik je maar één keer: je zegt "twee dagen geleden", voeg niet nog een "geleden" aan het einde toe.
Met "twee dagen geleden" gaat het over een moment in het verleden: je hebt de passato prossimo nodig, niet de tegenwoordige tijd.
2.
De passato prossimo is de typische vorm voor een afgeronde handeling in een duidelijk afgebakende periode zoals "vorige week"; de passato imperfetto suggereert een gewoontehandeling of beschrijvende actie.
Met "settimana" (vrouwelijk) zeg je "scorsa", niet "scorso".

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen en geef duidelijk de juiste tijdsaanduiding in het Italiaans aan: gebruik passato prossimo met „... fa” of „... scorso/a” en trapassato prossimo met „... prima”. Voorbeeld: „Ho pagato la bolletta due giorni fa.” → „Due giorni fa ho pagato la bolletta.”

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Ho pagato la bolletta due giorni fa.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Due giorni fa ho pagato la bolletta.
    (Twee dagen geleden heb ik de rekening betaald.)
  2. Abbiamo cambiato banca la settimana scorsa.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    La settimana scorsa abbiamo cambiato banca.
    (Vorige week zijn we van bank veranderd.)
  3. Luca ha firmato il contratto il mese scorso.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Il mese scorso Luca ha firmato il contratto.
    (Vorige maand heeft Luca het contract ondertekend.)
  4. Hint Hint (Il giorno prima) Ho fatto un bonifico. Poi ho chiamato la banca. (l’azione del bonifico è successa prima)
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Avevo fatto un bonifico il giorno prima e poi ho chiamato la banca.
    (Ik had de dag ervoor een overschrijving gedaan en daarna heb ik de bank gebeld.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Spreek met de medewerker en reconstrueer samen wanneer de handelingen hebben plaatsgevonden.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Sei in banca: c'è un problema con un trasferimento sul tuo conto corrente.
(Je bent in de bank: er is een probleem met een overschrijving naar je betaalrekening.)

Bespreek
  • Quando hai effettuato il trasferimento o il pagamento elettronico? (Wanneer heb je de overschrijving of de elektronische betaling gedaan?)
  • Hai ricevuto una conferma o un assegno? Quando esattamente? Descrivi i dettagli rilevanti. (Heb je een bevestiging of een cheque ontvangen? Wanneer precies? Beschrijf de relevante details.)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Due giorni fa ho ricevuto un trasferimento sul conto corrente. (Twee dagen geleden heb ik een overschrijving op mijn betaalrekening ontvangen.)
  • La settimana scorsa ho prelevato al bancomat e ho pagato in contanti. (Vorige week heb ik geld opgenomen bij de geldautomaat en contant betaald.)
  • Il giorno prima avevo depositato i soldi e poi avevo fatto un pagamento elettronico. (De dag ervoor had ik het geld gestort en daarna had ik een elektronische betaling gedaan.)

Gebruik in gesprek
  • Due giorni fa + passato prossimo (Twee dagen geleden + voltooid tegenwoordige tijd)
  • La settimana scorsa/Il mese scorso + passato prossimo (Vorige week/Vorige maand + voltooid tegenwoordige tijd)
  • Due ore prima/Il giorno prima + trapassato prossimo (Twee uur eerder/De dag ervoor + voltooid verleden tijd)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 15/04/2026 13:15