In estate, molti Italiani vanno in vacanza in Sud Italia per la bellezza delle spiagge, del mare o per il cibo.
In de zomer gaan veel Italianen op vakantie naar Zuid-Italië vanwege de schoonheid van de stranden, de zee of het eten.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.

Woord Vertaling
meta bestemming
viaggio reis
parco park
Mediterraneo Middellandse Zee
estivo zomer
costa kust
isola eiland
mare zee
destinazione bestemming
Le acque italiane sono chiare, fresche e pulite, e molti Paesi del mondo le ammirano. (De Italiaanse wateren zijn helder, fris en schoon, en veel landen ter wereld bewonderen ze.)
La giornalista Nina Burleigh, sul New York Times, descrive la bellezza del Cilento, una meta ancora poco conosciuta, con un’atmosfera da film. (Journaliste Nina Burleigh schrijft in The New York Times over de schoonheid van het Cilento, een nog relatief onbekende bestemming met een filmsfeer.)
Storia, arte, parchi naturali, spiagge e dieta mediterranea rendono il Cilento un luogo molto desiderato in estate. (Geschiedenis, kunst, natuurparken, stranden en het mediterrane dieet maken het Cilento tot een zeer gewilde plek in de zomer.)
Nel duemilaventi­quattro anche la Costiera Amalfitana e il Golfo di Napoli sono mete molto richieste. (Ook in 2024 zijn de Amalfikust en de baai van Napels zeer gewilde bestemmingen.)
In queste zone ci sono scogliere, stradine strette e piccole calette dove si arriva solo in barca, con un forte profumo di limone. (In deze gebieden vind je kliffen, smalle straatjes en kleine inhammen die je alleen per boot kunt bereiken, met een sterke geur van citroen.)
Le due principali isole italiane, Sicilia e Sardegna, restano destinazioni estive molto popolari. (De twee belangrijkste Italiaanse eilanden, Sicilië en Sardinië, blijven populaire zomerbestemmingen.)
Le prenotazioni aumentano in luoghi famosi come la Costa Smeralda in Sardegna e Taormina in Sicilia. (Boekingen nemen toe op bekende plekken zoals de Costa Smeralda in Sardinië en Taormina in Sicilië.)
Queste località offrono paesaggi mozzafiato sul mare e un patrimonio storico e archeologico unico. (Deze locaties bieden adembenemende zeezichten en een uniek historisch en archeologisch erfgoed.)
Nel duemilaventi­quattro aumentano anche i comuni premiati con la bandiera blu, un riconoscimento per la qualità del mare e il rispetto dell’ambiente. (In 2024 neemt ook het aantal gemeenten dat de Blauwe Vlag krijgt toe, een erkenning voor de kwaliteit van het zeewater en het respect voor het milieu.)
In totale, la Fondazione per l’Educazione Ambientale premia duecentotrentasei località, un segno dell’impegno per il turismo e per la protezione delle acque italiane. (In totaal bekroont de Stichting voor Milieu-educatie 236 plaatsen, een teken van inzet voor toerisme en voor de bescherming van de Italiaanse wateren.)

Begripsvragen:

  1. Perché il Cilento è considerato una meta estiva interessante per i turisti?

    (Waarom wordt het Cilento als een aantrekkelijke zomerse bestemming voor toeristen beschouwd?)

  2. Che tipo di paesaggi e atmosfere si trovano nella Costiera Amalfitana e nel Golfo di Napoli? Fai due esempi dal testo.

    (Wat voor soort landschappen en sferen vind je aan de Amalfikust en in de baai van Napels? Noem twee voorbeelden uit de tekst.)

  3. Che cosa significa la bandiera blu per una località di mare e perché è importante per il turismo?

    (Wat betekent de Blauwe Vlag voor een badplaats en waarom is dit belangrijk voor het toerisme?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Piani per le vacanze

Vakantieplannen
1. Pietro: Federica? (Federica?)
2. Federica: Pietro, ciao! Anche tu sei in partenza? (Pietro, hoi! Gaan jullie ook op reis?)
3. Pietro: Sì! Abbiamo il volo tra poco per Napoli, andiamo in Costiera Amalfitana. (Ja! We hebben binnenkort een vlucht naar Napels; we gaan naar de Amalfikust.)
4. Federica: Che bello! Andate dai tuoi zii? (Wat leuk! Gaan jullie naar je ooms en tantes?)
5. Pietro: Sì, stiamo con loro per i primi quattro giorni, poi ci spostiamo in Cilento per altri cinque giorni. E tu invece? (Ja, we zijn de eerste vier dagen bij hen, daarna gaan we naar Cilento voor nog vijf dagen. En jij?)
6. Federica: Io vado in Sardegna dalla mia amica Giulia, ha una casa vicino alla spiaggia in Costa Smeralda. (Ik ga naar Sardinië, naar mijn vriendin Giulia. Ze heeft een huis vlak bij het strand in de Costa Smeralda.)
7. Pietro: Dai! Che fortuna avere un’amica con la casa lì! (Wauw! Wat heb je geluk dat je vriendin daar een huis heeft!)
8. Federica: Eh sì! Abbiamo voglia di mare e di riposo, per rilassarci un po’. (Ja, echt! We hebben zin in zee en rust, even lekker ontspannen.)
9. Pietro: Anch’io. Ho scelto il Cilento proprio perché è tranquillo e poco affollato. (Ik ook. Ik heb Cilento gekozen juist omdat het rustig is en niet druk.)
10. Federica: Fate anche qualche escursione? (Gaan jullie ook wat excursies doen?)
11. Pietro: Sì, abbiamo già preparato un piccolo itinerario con una guida turistica: visitiamo Positano e Amalfi. (Ja, we hebben al een klein routeprogramma met een gids opgesteld: we bezoeken Positano en Amalfi.)
12. Federica: Che meraviglia! Poi mi racconti tutto quando torni. (Wat prachtig! Dan vertel je me alles als je terugkomt.)
13. Pietro: Certo! E mandami qualche foto dalla Sardegna. (Natuurlijk! En stuur me wat foto’s uit Sardinië.)
14. Federica: Promesso. Buon viaggio, ci sentiamo presto! (Beloofd. Goede reis, we spreken elkaar snel!)

1. Leggi il dialogo. Dove va Pietro in vacanza?

(Lees de dialoog. Waar gaat Pietro op vakantie?)

2. Come arriva Pietro alla sua destinazione di vacanza?

(Hoe reist Pietro naar zijn vakantiebestemming?)

Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken

Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.

  1. Che tipo di vacanza preferisci in questo periodo della tua vita (mare, montagna, isola, città d’arte)? Perché?
    Welk soort vakantie heeft je voorkeur in deze periode van je leven (strand, bergen, eiland, kunststad)? Waarom?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Raccontami le tue ultime vacanze: dove sei andato/a, con chi e per quanti giorni sei rimasto/a?
    Vertel over je laatste vakantie: waar ben je naartoe gegaan, met wie en en hoe lang bleef je?

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. Immagina di vivere in Italia: quali tre destinazioni ti piacerebbe visitare e come ci arriveresti (aereo, treno, nave, macchina)?
    Stel je voor dat je in Italië woont: welke drie bestemmingen zou je graag bezoeken en hoe zou je ernaartoe reizen (vliegtuig, trein, boot, auto)?

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. Hai una settimana di ferie e un budget limitato: come organizzi il viaggio? Cosa prenoti prima e quali attività scegli di fare?
    Je hebt een week vrij en een beperkt budget: hoe organiseer je de reis? Wat boek je als eerste en welke activiteiten kies je om te doen?

    __________________________________________________________________________________________________________