In Italia, in media ci sono 1,3 figli per famiglia. Questo succede perché ci sono tante famiglie che hanno un figlio, due o nessuno. Famiglie più numerose, al giorno d'oggi, sono rare.
In Italië zijn er gemiddeld 1,3 kinderen per gezin. Dit komt doordat er veel gezinnen zijn met één kind, twee kinderen of geen kinderen. Grotere gezinnen zijn tegenwoordig zeldzaam.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
Il mio futuro marito Mijn toekomstige man
Una coppia Een koppel
Avere un bebè Een baby krijgen
Diventare mamma Moeder worden
Mio figlio Mijn zoon
La famiglia Het gezin
Quando io e il mio futuro marito eravamo una coppia facevamo spesso delle passeggiate. (Toen mijn toekomstige man en ik een koppel waren, maakten we vaak wandelingen.)
Quando vedevo i passeggini sognavo di avere un bebè. (Als ik kinderwagens zag, droomde ik ervan zelf een baby te krijgen.)
Volevo essere mamma dall'età di dieci anni. (Ik wilde al moeder worden sinds mijn tiende.)
Giocavo con le bambole, curavo molti bambini e facevo la babysitter. (Ik speelde met poppen, zorgde voor veel kinderen en deed vaak oppaswerk.)
Per me era naturale pensare che sarei diventata la mamma perfetta di una bambina perfetta. (Het leek vanzelfsprekend dat ik de perfecte moeder van een perfect meisje zou worden.)
Alla nascita, però, è arrivato l'annuncio della trisomia ventuno, che ha cambiato il mio film perfetto. (Bij de geboorte kwam echter het bericht dat er trisomie 21 was, wat mijn perfecte plaatje veranderde.)
All'inizio ho provato disperazione e negazione. (In het begin voelde ik wanhoop en ontkenning.)
Pensavo: "Non è possibile, non è mio figlio". (Ik dacht: "Het kan niet waar zijn, het is niet mijn kind.")
Con il tempo ho capito che questa è la vita e che la perfezione non esiste. (Met de tijd begreep ik dat dit het leven is en dat perfectie niet bestaat.)
Anche con un bambino sano e desiderato, i problemi fanno parte della vita. (Zelfs met een gezond en gewenst kind horen problemen bij het leven.)

1. Che cosa facevano spesso la donna e il suo futuro marito quando erano una coppia?

(Wat deden de vrouw en haar toekomstige man vaak toen ze een koppel waren?)

2. A che età la donna voleva diventare mamma?

(Vanaf welke leeftijd wilde de vrouw moeder worden?)

3. Che immagine aveva la donna della sua futura maternità prima della nascita?

(Welk beeld had de vrouw van haar toekomstige moederschap vóór de geboorte?)

4. Cosa ha capito la donna col tempo riguardo alla vita e alla perfezione?

(Wat begreep de vrouw met de tijd over het leven en perfectie?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Piani di famiglia

Gezinsplannen
1. Stefano: Amore, dato che ci sposiamo tra qualche mese, che ne dici di parlare un po’ di fare una famiglia? (Schat, aangezien we over een paar maanden trouwen, wat denk je ervan om eens over het stichten van een gezin te praten?)
2. Simona: Sì, assolutamente! Di cosa volevi parlare? (Ja, absoluut! Waar wilde je het precies over hebben?)
3. Stefano: Di un po’ di tutto, in realtà. Stiamo facendo un grande passo. Quanti figli vorresti? (Eigenlijk over van alles een beetje. We zetten een grote stap. Hoeveel kinderen zou jij willen?)
4. Simona: Vorrei avere due bambini, un maschio e una femmina. E tu? (Ik zou graag twee kinderen willen, een jongen en een meisje. En jij?)
5. Stefano: Mi piacerebbe avere due o tre figli, sai che mi piacciono tanto i bambini. (Ik zou graag twee of drie kinderen willen, je weet dat ik dol ben op kinderen.)
6. Simona: Intanto vediamo con uno, alla fine non li fai tu. (Laten we het eerst met één proberen, uiteindelijk ben jij het niet die ze draagt.)
7. Stefano: Ahah, hai ragione, però sicuramente non sarà figlio unico. (Haha, je hebt gelijk, maar het wordt zeker geen enig kind.)
8. Simona: E se dovessero avere delle esigenze speciali? È un pensiero che mi spaventa un po’. (En als ze speciale behoeften zouden hebben? Dat idee maakt me een beetje bang.)
9. Stefano: Tranquilla, conosco degli specialisti che potrebbero aiutarci in questo caso. Potrebbero darci buoni consigli. (Maak je geen zorgen, ik ken specialisten die ons in zo’n geval kunnen helpen. Ze kunnen ons goede adviezen geven.)
10. Simona: Sono felice di stare con te e di iniziare questa nuova vita insieme. (Ik ben blij dat ik bij jou ben en dat we samen dit nieuwe leven beginnen.)
11. Stefano: E io ancora di più! (En ik ben nog blijer!)

1. Leggi il dialogo. Perché Stefano e Simona parlano di figli?

(Lees de dialoog. Waarom praten Stefano en Simona over kinderen?)

2. Quanti figli vorrebbe avere Simona?

(Hoeveel kinderen zou Simona willen?)