Sono congiunzioni che collegano elementi, esprimendo inclusione, esclusione o negazione.
(Het zijn voegwoorden die elementen met elkaar verbinden en inclusie, uitsluiting of ontkenning uitdrukken.)
- "Nè...nè" verbindt twee ontkenningen.
- "Sia…sia" verbindt twee elementen.
- "O…o" geeft een keuze aan tussen twee opties.
| Congiunzione (Voegwoord) | Esempio (Voorbeeld) |
|---|---|
| Nè...nè | Non vedo nè il leone nè la tigre. |
| Sia…sia | Ammiriamo sia l'elefante sia la giraffa. |
| O…o | Andiamo o allo zoo o all'acquario. |
Uitzonderingen!
- sia…sia kan meer dan twee elementen verbinden. Voorbeeld: "mi piacciono sia gli elefanti, sia le giraffe, sia i leoni"
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Per la gita allo zoo domani non portiamo ___ i panini ___ le bibite perché c’è il bar all’ingresso.
Voor de schoolreis naar de dierentuin nemen we morgen ___ de broodjes ___ de drankjes mee omdat er een bar bij de ingang is.)2. In questo parco naturale potete ammirare ___ il panorama del deserto ___ la zona con la giungla.
In dit natuurpark kunt u ___ het uitzicht op de woestijn ___ het gebied met de jungle bewonderen.)3. Per i bambini scegliamo ___ lo zoo ___ l’acquario, perché nello stesso giorno è troppo stancante.
Voor de kinderen kiezen we ___ de dierentuin ___ het aquarium, want hetzelfde dagprogramma is te vermoeiend.)4. Nel nostro centro proteggiamo ___ i leoni ___ le tigri ___ i rinoceronti, ma non abbiamo ___ scimmie ___ giraffe.
In ons centrum beschermen we ___ leeuwen ___ tijgers ___ neushoorns, maar we hebben ___ apen ___ giraffen.)Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste zin die de voegwoorden 'nè...nè', 'sia…sia', 'o…o' correct gebruikt volgens de grammaticale regels.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen door ze te combineren tot één zin met de aangegeven voegwoorden: noch…noch, zowel…als of of…of. Voorbeeld: Ik zie de hond. Ik zie de kat niet. → Ik zie noch de hond noch de kat niet.
-
⇒ _______________________________________________ ExampleNon voglio nè il tè nè il caffè.(Ik wil noch thee noch koffie.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleMi piacciono sia il mare sia la montagna.(Ik hou zowel van de zee als van de berg.)
-
⇒ _______________________________________________ ExamplePossiamo o guardare un film o leggere un libro.(We kunnen of een film kijken of een boek lezen.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleNon ho tempo nè per cucinare nè per fare la spesa.(Ik heb noch tijd om te koken noch om boodschappen te doen.)
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Bespreek en kies samen welke gebieden jullie willen bezoeken en welke dieren jullie willen zien.
- Preferite andare allo zoo o all'acquario? Perché? (Willen jullie liever naar de dierentuin of naar het aquarium gaan? Waarom?)
- Quali animali volete assolutamente ammirare, sia da vicino sia da lontano?」「Ci sono animali che non vi piacciono né allo zoo né all'acquario? Perché?」「La vostra famiglia è più interessata alla zona del deserto o a quella della giungla? (Welke dieren willen jullie absoluut bewonderen, zowel van dichtbij als van een afstand?)
- Ammiriamo sia l'elefante sia la giraffa dalla terrazza. (We bewonderen zowel de olifant als de giraffe vanaf het terras.)
- Non voglio vedere né la tigre né il leone, sono pericolosi. (Ik wil noch de tijger noch de leeuw zien; ze zijn gevaarlijk.)
- Andiamo o alla zona del deserto o a quella della giungla. (Laten we of naar de woestijnzone gaan of naar de jungle.)
- nè...nè (noch...noch)
- sia...sia (zowel...als)
- o...o (of...of)