Esercizio: Gespreksoefening
- Descrivi le immagini: i panorami, le attività e l'abbigliamento. (Beschrijf de afbeeldingen: de uitzichten, de activiteiten en de kleding.)
- In quale paese vuoi andare a fare escursioni? (In welk land wil je gaan wandelen?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten