1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (15)

Il compagno di squadra

Il compagno di squadra Show

De teamgenoot Show

Il leader del gruppo

Il leader del gruppo Show

De groepsleider Show

La riunione

La riunione Show

De vergadering Show

La comunicazione

La comunicazione Show

De communicatie Show

Il rispetto

Il rispetto Show

Respect Show

Collaborare

Collaborare Show

Samenwerken Show

Lavorare insieme

Lavorare insieme Show

Samen werken Show

Supportarsi

Supportarsi Show

Elkaar steunen Show

Contribuire

Contribuire Show

Bijdragen Show

Risolvere un problema

Risolvere un problema Show

Een probleem oplossen Show

Fare un errore

Fare un errore Show

Een fout maken Show

Creativo

Creativo Show

Creatief Show

Collaborativo

Collaborativo Show

Samenwerkend Show

D'aiuto

D'aiuto Show

Behulpzaam Show

Egoista

Egoista Show

Egoïstisch Show

4. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Nuove regole per il lavoro di squadra in ufficio

Woorden om te gebruiken: contribuire, comunicazione, egoisti, risolvere, rispetto, leader, aiutatelo, supporto, Date, errore, collaborare

(Nieuwe regels voor samenwerken op kantoor)

Nel nostro ufficio il direttore ha deciso nuove regole per migliorare il lavoro di squadra. Ogni lunedì mattina facciamo una breve riunione: il del gruppo spiega gli obiettivi della settimana e tutti devono e con idee. È importante avere una buona e molto tra i colleghi.

Il direttore dice sempre: “ più ai compagni di squadra, non siate . Se qualcuno fa un , e non criticate subito”. In questo modo il clima diventa più collaborativo e creativo. Alla fine del mese controlliamo insieme i risultati del team e discutiamo come i problemi ancora aperti.
Op ons kantoor heeft de directeur nieuwe regels ingevoerd om de samenwerking te verbeteren. Elke maandagmorgen houden we een korte vergadering: de leider van de groep legt de doelen voor de week uit en iedereen moet samenwerken en ideeën aanleveren. Het is belangrijk om goede communicatie te hebben en veel respect tussen collega’s.

De directeur zegt altijd: “Geef meer ondersteuning aan je teamgenoten, wees niet egoïstisch . Als iemand een fout maakt, help diegene en kritiseer niet meteen.” Op die manier wordt de sfeer meer coöperatief en creatief. Aan het einde van de maand bekijken we samen de resultaten van het team en bespreken we hoe we de nog openstaande problemen kunnen oplossen .

  1. Perché il direttore introduce nuove regole nel lavoro di squadra?

    (Waarom stelt de directeur nieuwe regels in voor de samenwerking?)

  2. Che cosa fa il leader del gruppo durante la riunione del lunedì?

    (Wat doet de leider van de groep tijdens de vergadering op maandag?)

  3. Come devono comportarsi i colleghi quando qualcuno fa un errore?

    (Hoe moeten collega’s zich gedragen als iemand een fout maakt?)

  4. Nel tuo lavoro o nei tuoi studi, che cosa aiuta a creare un clima di squadra positivo?

    (Wat draagt volgens jou, in je werk of studie, bij aan een positieve teamsfeer?)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Maria, tu sei molto creativa, ___ con il nuovo compagno di squadra sul progetto del cliente.

(Maria, je bent erg creatief; ___ met de nieuwe teamgenoot aan het klantproject.)

2. Ragazzi, ___ e troviamo insieme una soluzione: la riunione finisce tra dieci minuti.

(Jongens, ___ en laten we samen een oplossing vinden: de vergadering is over tien minuten voorbij.)

3. Colleghi, ___ con il team di marketing e poi date il vostro contributo al report finale.

(Collega's, ___ met het marketingteam en draag daarna jullie bijdrage aan het eindrapport bij.)

4. Per favore, non essere egoista: ___ con gli altri e aiuta chi è in difficoltà.

(Alsjeblieft, wees niet egoïstisch: ___ met anderen en help wie in moeilijkheden verkeert.)

Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Sei in ufficio e stai iniziando un nuovo progetto. Devi scegliere il compagno di squadra giusto e spiegarlo al tuo capo. (Usa: il compagno di squadra, collaborare, lavorare insieme)

(Je bent op kantoor en start een nieuw project. Je moet de juiste teamgenoot kiezen en dat aan je baas uitleggen. (Gebruik: de teamgenoot, samenwerken, samen werken))

Per questo progetto  

(Voor dit project...)

Voorbeeld:

Per questo progetto il compagno di squadra migliore è Marco, perché sa collaborare bene e possiamo lavorare insieme senza problemi.

(Voor dit project is Marco de beste teamgenoot, omdat hij goed kan samenwerken en we zonder problemen samen kunnen werken.)

2. Sei in riunione con il tuo team. Il leader del gruppo ti chiede chi può coordinare una parte del lavoro. Rispondi e spiega chi è adatto. (Usa: il leader del gruppo, responsabile, organizzare)

(Je zit in een vergadering met je team. De groepsleider vraagt wie een deel van het werk kan coördineren. Antwoord en leg uit wie geschikt is. (Gebruik: de groepsleider, verantwoordelijk, organiseren))

Secondo me il leader  

(Naar mijn mening is de leider...)

Voorbeeld:

Secondo me il leader del gruppo può essere Laura, perché è molto responsabile e sa organizzare bene il lavoro di tutti.

(Naar mijn mening kan Laura de groepsleider zijn, omdat zij erg verantwoordelijk is en het werk van iedereen goed kan organiseren.)

3. Scrivi un breve messaggio sul gruppo WhatsApp del lavoro. Vuoi ricordare ai colleghi che la comunicazione è importante per risolvere un problema del progetto. (Usa: la comunicazione, chiaro, risolvere un problema)

(Schrijf een kort bericht in de werk-WhatsAppgroep. Je wilt de collega’s eraan herinneren dat communicatie belangrijk is om een probleem in het project op te lossen. (Gebruik: de communicatie, duidelijk, een probleem oplossen))

Per me la comunicazione  

(Voor mij is communicatie...)

Voorbeeld:

Per me la comunicazione è molto importante: se parliamo in modo chiaro possiamo risolvere un problema più velocemente e lavorare meglio in squadra.

(Voor mij is communicatie heel belangrijk: als we duidelijk praten, kunnen we een probleem sneller oplossen en beter samenwerken.)

4. Una nuova collega entra nel tuo team. Vuoi spiegarle che nel vostro gruppo è importante supportarsi a vicenda ed essere d’aiuto. (Usa: supportarsi, d’aiuto, rispetto)

(Er komt een nieuwe collega in je team. Je wilt haar uitleggen dat het in jullie groep belangrijk is elkaar te ondersteunen en behulpzaam te zijn. (Gebruik: elkaar ondersteunen, behulpzaam, respect))

Nel nostro team ci  

(In ons team...)

Voorbeeld:

Nel nostro team ci piace supportarsi: cerchiamo sempre di essere d’aiuto ai colleghi e di avere rispetto per il lavoro di tutti.

(In ons team vinden we het belangrijk elkaar te ondersteunen: we proberen altijd behulpzaam te zijn voor collega’s en respect te hebben voor elkaars werk.)

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 6 tot 8 zinnen om te beschrijven hoe je samenwerkt op je werk of in je studie-ervaring en geef minstens twee tips aan je collega’s met de gebiedende wijs (bijvoorbeeld: werk samen, help, respecteer).

Nuttige uitdrukkingen:

Nel mio lavoro di squadra cerchiamo di… / Secondo me, un buon compagno di squadra deve… / Per migliorare il nostro team, fate… / Per favore, non siate…

Esercizio 6: Gespreksoefening

Istruzione:

  1. Lavori da solo o in squadra nel tuo lavoro? (Werk je alleen of in een team in je baan?)
  2. Cosa preferisci e perché? (Wat geef je de voorkeur aan en waarom?)
  3. Quali sono i valori importanti del lavoro di squadra? (Wat zijn belangrijke waarden van teamwork?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

A volte lavoro in squadra, a volte da solo. Dipende dal compito.

Soms werk ik in een team, soms alleen. Het hangt af van de taak.

Lavoro in un team. Ci aiutiamo a vicenda ogni giorno.

Ik werk in een team. We helpen elkaar elke dag.

Il lavoro di squadra è migliore per me. Imparo dagli altri.

Teamwerk is beter voor mij. Ik leer van anderen.

Preferisco lavorare da solo. Non mi piace troppo rumore.

Ik werk liever alleen. Ik houd niet van te veel lawaai.

Il rispetto è importante. Dobbiamo ascoltarci a vicenda.

Respect is belangrijk. We moeten naar elkaar luisteren.

Una buona comunicazione aiuta. Parliamo e comprendiamo meglio.

Goede communicatie helpt. We praten en begrijpen beter.

...