De regels van Machiavelli
De regels van Machiavelli

De regels van Machiavelli

Le regole del Machiavelli


Machiavelli è un gioco di carte molto popolare in Italia. È un gioco che richiede ingegno, strategia, capacità di “ribaltare” la situazione.
Machiavelli is een zeer populair kaartspel in Italië. Het is een spel dat vernuft, strategie en het vermogen om de situatie "om te draaien" vereist.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
I giochi da tavolo Bordspellen
Le carte Kaarten
Stare tutti insieme Met z’n allen samen zijn
Il Machiavelli Machiavelli
Il mazzo Het kaartspel
Il giocatore De speler
Il turno De beurt
Per giocare a Machiavelli servono due mazzi di carte francesi e da due a sei giocatori. (Om Machiavelli te spelen heb je twee Franse kaartspellen nodig en twee tot zes spelers.)
Il mazziere dà tredici carte a ogni giocatore e lo scopo del gioco è finire per primi tutte le carte. (De deler geeft iedere speler dertien kaarten en het doel van het spel is als eerste al je kaarten kwijt te raken.)
Il mazzo coperto, detto "tallone", viene messo al centro e inizia il giocatore alla sinistra del mazziere. (De gedekte stapel, de zogeheten "tallone", wordt in het midden gelegd en de speler links van de deler begint.)
Nel proprio turno si può pescare una carta e passare, oppure "calare" una o più combinazioni valide. (Tijdens je beurt kun je een kaart trekken en passen, of één of meer geldige combinaties "leggen".)
Le combinazioni sono: tris con semi diversi, scale dello stesso seme e aggiunte di carte alle combinazioni. (De combinaties zijn: drie gelijke kaarten van verschillende kleuren, reeksen van dezelfde kleur en kaarten aanleggen aan combinaties.)
Nella maggior parte dei casi, per poter giocare la prima mano i giocatori devono avere almeno un tris. (In de meeste gevallen moeten spelers, om de eerste ronde te mogen spelen, minstens één set van drie gelijke kaarten hebben.)
Tutti i giocatori possono modificare le combinazioni per crearne di nuove valide. (Alle spelers mogen de combinaties aanpassen om er nieuwe geldige combinaties van te maken.)
Possono anche scomporre e ricomporre le combinazioni a piacere: i tris possono diventare sequenze. (Ze mogen de combinaties ook naar wens uit elkaar halen en weer samenstellen: setjes van drie gelijke kaarten kunnen reeksen worden.)
Durante le modifiche bisogna lasciare combinazioni valide, giocare almeno una carta e non prendere carte dal tavolo. (Tijdens het aanpassen moet je geldige combinaties laten liggen, minstens één kaart spelen en geen kaarten van tafel pakken.)
Vince il giocatore che finisce per primo tutte le carte; se il "tallone" finisce, si continua finché qualcuno chiude. (De speler die als eerste al zijn kaarten kwijt is, wint; als de "tallone" op is, gaat men door tot iemand uitgaat.)

1. Quante carte riceve ogni giocatore all'inizio?

(Hoeveel kaarten krijgt elke speler aan het begin?)

2. Chi inizia a giocare dopo che il "tallone" è messo al centro?

(Wie begint te spelen nadat de "tallone" in het midden is gelegd?)

3. Quale regola è importante quando si modificano le combinazioni sul tavolo?

(Welke regel is belangrijk wanneer je de combinaties op tafel aanpast?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Due amici organizzano una cena e una serata di giochi di carte con un ospite straniero

Twee vrienden organiseren een etentje en een avond kaartspellen met een buitenlandse gast
1. Davide: Stasera voglio invitare qualche amico a cena a casa. (Vanavond wil ik een paar vrienden bij mij thuis uitnodigen om te komen eten.)
2. Federica: Ottima idea! Che ne dici di fare una serata di giochi dopo cena? (Goed idee! Wat dacht je van een spelletjesavond na het eten?)
3. Davide: Perfetto! Pensavo di preparare una pasta e poi giocare a un gioco di carte, tipo Machiavelli. (Perfect! Ik dacht eraan pasta te maken en daarna een kaartspel te spelen, zoals Machiavelli.)
4. Federica: C'è un mio collega che viene dall'estero: lo possiamo invitare? (Ik heb een collega die uit het buitenland komt: kunnen we hem uitnodigen?)
5. Davide: Certamente, è il benvenuto! Conosce le regole del gioco? (Zeker, hij is van harte welkom! Kent hij de regels van het spel?)
6. Federica: No. Mi aiuti a ripassare le regole? Non le ricordo bene. (Nee. Help je me de regels even op te frissen? Ik herinner ze me niet zo goed.)
7. Davide: Certo. Ognuno riceve 13 carte: l'obiettivo è rimanere senza carte. (Natuurlijk. Iedereen krijgt 13 kaarten: het doel is om als eerste al je kaarten kwijt te raken.)
8. Federica: Quando è il tuo turno, puoi pescare una carta o mettere una carta sul tavolo. (Als het jouw beurt is, kun je een kaart trekken of een kaart op tafel leggen.)
9. Davide: Esatto, ma solo se ci sono già delle carte sul tavolo. Altrimenti devi aprire il gioco con almeno tre carte. (Precies, maar alleen als er al kaarten op tafel liggen. Anders moet je openen met minstens drie kaarten.)
10. Federica: E queste carte possono essere tre numeri di semi diversi o una sequenza di numeri dello stesso seme. (En die kaarten kunnen drie kaarten met hetzelfde nummer in verschillende kleuren zijn, of een reeks nummers van dezelfde kleur.)
11. Davide: Esatto, te lo ricordi bene allora. Ricordati che le carte sul tavolo si possono spostare: è il bello del gioco. (Precies, dan weet je het nog goed. Onthoud dat je de kaarten op tafel mag verschuiven: dat is juist het leuke aan het spel.)
12. Federica: Va bene, allora stasera spieghi tu le regole. (Oké, dan leg jij vanavond de regels uit.)

1. Cosa organizzano Davide e Federica per la serata?

(Wat organiseren Davide en Federica voor de avond?)

2. Nel gioco descritto, cosa deve fare chi apre il gioco se non ci sono carte sul tavolo?

(In het beschreven spel: wat moet degene die opent doen als er nog geen kaarten op tafel liggen?)