1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (15)

La busta

La busta Show

De envelop Show

La cartolina

La cartolina Show

De ansichtkaart Show

Il francobollo

Il francobollo Show

De postzegel Show

La posta

La posta Show

De post Show

Il mittente

Il mittente Show

De afzender Show

Il destinatario

Il destinatario Show

De geadresseerde Show

La firma

La firma Show

De handtekening Show

L'utente

L'utente Show

De gebruiker Show

Il messaggio

Il messaggio Show

Het bericht Show

Cordiali saluti

Cordiali saluti Show

Met vriendelijke groeten Show

Andare all'ufficio postale

Andare all'ufficio postale Show

Naar het postkantoor gaan Show

Inviare una lettera

Inviare una lettera Show

Een brief versturen Show

Spedire

Spedire Show

Verzenden Show

Allegare un file

Allegare un file Show

Een bestand bijvoegen Show

Sacaricare

Sacaricare Show

Downloaden Show

3. Grammatica

4. Oefeningen

Oefening 1: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie

Email: Ontvang een e-mail van een Italiaanse collega die belangrijke documenten naar het hoofdkantoor moet verzenden en je om hulp vraagt bij het online versturen; antwoord om te bevestigen wat je zult doen en stel enkele vragen.


Oggetto: Aiuto per spedire documenti alla sede centrale

Ciao,

devo spedire alcuni documenti importanti alla nostra sede centrale di Milano. Di solito vado all’ufficio postale e inviare una lettera o un pacco è semplice, ma questa volta il direttore mi ha chiesto di usare il servizio online, tipo Poste Delivery Web, perché è più veloce.

Io non sono molto brava con il computer. Ho provato ad aprire il sito, ma dopo avere scaricato i file non ho capito come allegare un file al modulo di richiesta. Inoltre non so bene cosa devo scrivere come mittente e come destinatario: devo mettere il mio nome o il nome dell’azienda?

Mi puoi aiutare, per favore? Pensavo di fare così: prima prepariamo i documenti in pdf, poi li allego alla richiesta online e alla fine tu controlli il messaggio prima dell’invio. Dopo avere spedito tutto, possiamo stampare una copia per l’archivio.

Se sei d’accordo, possiamo vederci domani in ufficio verso le 15.00.

Grazie mille in anticipo.

Cordiali saluti,
Sara


Onderwerp: Hulp bij het verzenden van documenten naar het hoofdkantoor

Hoi,

ik moet enkele belangrijke documenten naar ons hoofdkantoor in Milaan verzenden. Meestal ga ik naar het postkantoor en is het verzenden van een brief of een pakket eenvoudig, maar deze keer heeft de directeur mij gevraagd de online dienst te gebruiken, zoals Poste Delivery Web, omdat dat sneller is.

Ik ben niet erg handig met de computer. Ik heb geprobeerd de site te openen, maar nadat ik de bestanden had geüpload begreep ik niet hoe ik een bestand moet bijvoegen bij het aanvraagformulier. Bovendien weet ik niet goed wat ik moet invullen als afzender en als ontvanger: moet ik mijn naam invullen of de naam van het bedrijf?

Kun je me alsjeblieft helpen? Ik dacht aan het volgende: eerst zetten we de documenten in pdf, daarna voeg ik ze toe aan de online aanvraag en ten slotte controleer jij het bericht voordat het wordt verzonden. Nadat alles is verzonden, kunnen we een kopie voor het archief afdrukken.

Als je het goed vindt, kunnen we elkaar morgen op kantoor rond 15.00 uur spreken.

Alvast heel erg bedankt.

Met vriendelijke groet,
Sara


Begrijp de tekst:

  1. Perché il direttore chiede a Sara di usare il servizio online invece dell’ufficio postale?

    (Waarom vraagt de directeur Sara om de online dienst te gebruiken in plaats van naar het postkantoor te gaan?)

  2. Che cosa vuole fare Sara con i documenti dopo avere spedito tutto online?

    (Wat wil Sara met de documenten doen nadat alles online is verzonden?)

Nuttige zinnen:

  1. Ciao Sara, grazie per la tua email.

    (Hoi Sara, bedankt voor je e-mail.)

  2. Posso aiutarti a…

    (Ik kan je daarbij helpen…)

  3. Prima di spedire i documenti, vorrei sapere…

    (Voordat we de documenten verzenden, zou ik graag willen weten…)

Ciao Sara,

grazie per la tua email.

Sì, certo, posso aiutarti a spedire i documenti online. Domani alle 15.00 per me va bene. Possiamo prepararli insieme in ufficio.

Secondo me, come mittente dobbiamo mettere il nome dell’azienda e il tuo nome sotto. Come destinatario mettiamo l’indirizzo completo della sede centrale di Milano.

Possiamo prima salvare tutti i documenti in pdf e poi allegare un file alla richiesta sul sito di Poste Delivery Web. Dopo avere spedito tutto, stampiamo una copia per l’archivio, come hai scritto tu.

Se hai tempo, mandami prima per email i file, così posso già controllarli.

Cordiali saluti,

[Il tuo nome]

Hoi Sara,

bedankt voor je e-mail.

Ja, natuurlijk kan ik je helpen de documenten online te verzenden. Morgen om 15.00 uur komt voor mij goed uit. We kunnen ze samen op kantoor voorbereiden.

Naar mijn mening moeten we bij 'afzender' de naam van het bedrijf invullen en daaronder jouw naam. Bij 'ontvanger' vullen we het volledige adres van het hoofdkantoor in Milaan in.

We kunnen eerst alle documenten als pdf opslaan en vervolgens een bestand bij de aanvraag op de site van Poste Delivery Web bijvoegen. Nadat alles is verzonden, printen we een kopie voor het archief, zoals je schreef.

Als je tijd hebt, stuur me de bestanden eerst per e-mail, zodat ik ze alvast kan controleren.

Met vriendelijke groet,

[Je naam]

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Dopo _________ il file, ho inviato l'email al destinatario.

(Na het _________ van het bestand, heb ik de e-mail naar de ontvanger gestuurd.)

2. Prima di _______ all'ufficio postale, ho controllato il francobollo.

(Voor ik _______ naar het postkantoor ging, controleerde ik de postzegel.)

3. Senza _______ bene il messaggio, non l'ho risposto.

(Zonder het bericht _______ te hebben, heb ik niet geantwoord.)

4. Dopo _______ la cartolina, ho chiuso il computer.

(Na het _______ van de ansichtkaart, heb ik de computer afgesloten.)

Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Devi spedire una lettera importante dall'ufficio postale. Spiega cosa devi fare per preparare la busta, scrivendo il mittente, il destinatario e applicando il francobollo. (Usa: la busta, il mittente, il destinatario, il francobollo)

(Je moet een belangrijke brief versturen vanaf het postkantoor. Leg uit wat je moet doen om de envelop klaar te maken, door de afzender en de ontvanger te schrijven en een postzegel te plakken. (Gebruik: de envelop, de afzender, de ontvanger, de postzegel))

Per preparare la busta  

(Om de envelop klaar te maken...)

Voorbeeld:

Per preparare la busta scrivo chiaramente il mittente e il destinatario e metto un francobollo valido.

(Om de envelop klaar te maken schrijf ik duidelijk de afzender en de ontvanger en plak ik een geldige postzegel.)

2. Hai ricevuto una cartolina da un collega che è in viaggio. Devi rispondere con un messaggio breve via email, allegando una foto. Descrivi come faresti l'email. (Usa: la cartolina, il messaggio, allegare un file)

(Je hebt een ansichtkaart ontvangen van een collega die op reis is. Je moet kort reageren via e-mail en een foto bijvoegen. Beschrijf hoe je de e-mail zou maken. (Gebruik: de ansichtkaart, het bericht, een bestand bijvoegen))

Nell'email voglio allegare  

(In de e-mail wil ik een bestand bijvoegen...)

Voorbeeld:

Nell'email voglio allegare una foto e scrivo un messaggio gentile per ringraziare della cartolina.

(In de e-mail voeg ik een foto toe en schrijf ik een vriendelijk bericht om te bedanken voor de ansichtkaart.)

3. Parli con un collega su come si invia una lettera importante e gli consigli di usare la posta raccomandata. Spiega perché e cosa deve fare all'ufficio postale. (Usa: inviare una lettera, andare all'ufficio postale, spedire)

(Je praat met een collega over hoe je een belangrijke brief verstuurt en raadt hem aan aangetekende post te gebruiken. Leg uit waarom en wat hij moet doen bij het postkantoor. (Gebruik: een brief sturen, naar het postkantoor gaan, versturen))

Per inviare una lettera  

(Om een brief te sturen...)

Voorbeeld:

Per inviare una lettera importante, consiglio di andare all'ufficio postale e chiedere di spedire raccomandata con ricevuta.

(Om een belangrijke brief te sturen raad ik aan naar het postkantoor te gaan en te vragen om aangetekende post met ontvangstbevestiging te versturen.)

4. Devi scrivere una email formale a un cliente. Spiega come concludi il messaggio usando una frase di cortesia e la firma. (Usa: cordiali saluti, la firma, il messaggio)

(Je moet een formele e-mail schrijven aan een klant. Leg uit hoe je het bericht afsluit met een beleefde zin en de handtekening. (Gebruik: met vriendelijke groet, de handtekening, het bericht))

Alla fine del messaggio  

(Aan het einde van het bericht...)

Voorbeeld:

Alla fine del messaggio scrivo 'Cordiali saluti' e sotto metto la mia firma e i miei dati di contatto.

(Aan het einde van het bericht schrijf ik 'Met vriendelijke groet' en daaronder zet ik mijn handtekening en mijn contactgegevens.)

5. Vuoi spiegare a un amico come scaricare un file che ha ricevuto per email. Descrivi il processo e perché è importante. (Usa: scaricare, l'utente, il messaggio)

(Je wilt een vriend uitleggen hoe je een bestand downloadt dat je via e-mail hebt ontvangen. Beschrijf het proces en waarom dat belangrijk is. (Gebruik: downloaden, de gebruiker, het bericht))

Per scaricare il file  

(Om het bestand te downloaden...)

Voorbeeld:

Per scaricare il file, l'utente deve aprire l'email e cliccare sul link o sull'allegato nel messaggio.

(Om het bestand te downloaden moet de gebruiker de e-mail openen en op de link of bijlage in het bericht klikken.)

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf een korte e-mail (5 of 6 zinnen) waarin je een belangrijk werkdocument naar een collega of naar een klant stuurt en uitlegt welke bijlage je meestuurt.

Nuttige uitdrukkingen:

Buongiorno / Buonasera, / In allegato trova il documento richiesto. / Resto a disposizione per eventuali domande. / Cordiali saluti,

Esercizio 6: Gespreksoefening

Istruzione:

  1. In ogni immagine, crea una situazione: cosa sta facendo la persona e cosa sta tenendo o inviando. (Maak bij elke afbeelding een situatie: wat de persoon aan het doen is en wat hij vasthoudt of verstuurt.)
  2. Mandi ancora lettere o solo e-mail? (Stuur je nog steeds brieven of alleen e-mails?)
  3. Quante email ricevi di solito in un giorno? (Hoeveel e-mails ontvang je meestal op een dag?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Voglio inviare una cartolina al mio amico in Italia.

Ik wil een ansichtkaart naar mijn vriend in Italië sturen.

Devo comprare dei francobolli prima di poter spedire questa lettera.

Ik moet eerst wat postzegels kopen voordat ik deze brief kan versturen.

Sto inviando un'email al mio collega con il rapporto allegato.

Ik stuur een e-mail naar mijn collega met het rapport als bijlage.

Quanto devo pagare per inviare una lettera in Spagna?

Hoeveel moet ik betalen om een brief naar Spanje te versturen?

Sono all'ufficio postale, in attesa di spedire una lettera.

Ik ben bij het postkantoor, wachtend om een brief te versturen.

Adesso invio solo email. È più veloce e più facile.

Ik stuur nu alleen nog e-mails. Het is sneller en makkelijker.

A volte invio lettere per occasioni speciali. Come compleanni o festività.

Soms verstuur ik brieven voor speciale gelegenheden. Zoals verjaardagen of feestdagen.

...