Deze les leert je hoe je in het Italiaans taken in een kantooromgeving organiseert en delegeert met belangrijke uitdrukkingen van akkoord (d'accordo) en onenigheid (disaccordo). Leer kernwoorden als delegare (delegeren), completare (voltooien) en responsabilità (verantwoordelijkheid) in praktische dialogen.
Woordenschat (14) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Completare
Voltooien
2
Essere responsabile per
Verantwoordelijk zijn voor
3
Raggiunto
Bereikt
4
Il progetto
Het project
5
In attesa
In afwachting
Oefening 2: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Devo ___ il progetto entro domani.
(Ik moet het project ___ voor morgen.)2. Hai ragione, dobbiamo ___ chiaramente le responsabilità.
(Je hebt gelijk, we moeten de verantwoordelijkheden duidelijk ___.)3. Secondo me, non abbiamo ancora ___ il lavoro assegnato.
(Naar mijn mening hebben we het toegewezen werk nog niet ___.)4. Per favore, non ___ quel documento adesso.
(Alsjeblieft, niet ___ dat document nu.)Oefening 4: Het project op kantoor organiseren
Instructie:
Werkwoordschema's
Delegare - Delegeren
Trapassato prossimo
- io ho delegato
- tu hai delegato
- lui/lei ha delegato
- noi abbiamo delegato
- voi avete delegato
- loro hanno delegato
Delegare - Delegeren
Presente
- io delego
- tu delega
- lui/lei delega
- noi deleghiamo
- voi delegate
- loro delegano
Completare - Voltooien
Trapassato prossimo
- io ho completato
- tu hai completato
- lui/lei ha completato
- noi abbiamo completato
- voi avete completato
- loro hanno completato
Essere - Zijn
Presente
- io sono
- tu sei
- lui/lei è
- noi siamo
- voi siete
- loro sono
Oefening 5: Espressioni di accordo e disaccordo
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Uitdrukkingen van instemming en oneens zijn
Toon vertaling Toon antwoordenSì, è vero, Secondo me, Non sono d’accordo, No, grazie, No, non è vero, Sono d’accordo, Secondo te, Hai ragione
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Delegare delegeren Delen Gekopieerd!
Presente
Italiaans | Nederlands |
---|---|
(io) delego | ik delegeren |
(tu) delegi | jij delegeert |
(lui/lei) delega | hij/zij delegeert |
(noi) delegiamo | wij delegeren |
(voi) delegate | jullie delegeren |
(loro) delegano | zij delegeren |
Completare voltooien Delen Gekopieerd!
Trapassato prossimo
Italiaans | Nederlands |
---|---|
(io) avevo completato | ik had voltooid |
(tu) avevi completato | jij had voltooid |
(lui/lei) aveva completato | hij/zij had voltooid |
(noi) avevamo completato | wij hadden voltooid |
(voi) avevate completato | jullie hadden voltooid |
(loro) avevano completato | zij hadden voltooien |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Italiaans oefenen? Dat is mogelijk! Neem gewoon vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Lesoverzicht: Organisatie en delegeren in het Italiaans
In deze les leer je hoe je in het Italiaans taken en verantwoordelijkheden kunt toewijzen binnen een werkomgeving. De focus ligt op het uitdrukken van instemming (accordo) en onenigheid (disaccordo), wat essentieel is voor effectieve communicatie in werksituaties zoals het kantoor of projectmanagement.
Belangrijke thema's in deze les
- Het geven van opdrachten en taken aan collega's en teamleden.
- Uitwisselingen over taakverdeling tijdens vergaderingen.
- Hoe je instemming en onenigheid beleefd uitdrukt in het Italiaans.
- Spraakgebruik bij het delegeren van projectverantwoordelijkheden.
Voorbeelden van nuttige uitdrukkingen
- Sì, va bene – "Ja, prima" (toestemming of instemming).
- Non sono d'accordo – "Ik ben het er niet mee eens" (uitdrukking van onenigheid).
- Hai ragione – "Je hebt gelijk" (erkennen van de mening van de ander).
- Devo completare – "Ik moet voltooien" (gebruik van werkwoorden in context van taken afronden).
Woordenschat en uitdrukkingen voor taakbeheer
De volgende woorden komen veelvuldig voor in de dialogen en oefeningen:
- Delegare – delegeren; completare – voltooien
- compito – taak; responsabilità – verantwoordelijkheid
- scadenza – deadline; coordinare – coördineren
- aggiornare – bijwerken / op de hoogte brengen
Handige opmerkingen over Nederlands en Italiaans
In het Italiaans zijn uitdrukkingen van instemming en onenigheid vaak uitgebreider en formeler dan in het Nederlands. Bijvoorbeeld, waar we in het Nederlands eenvoudig "ik ben het niet eens" zeggen, gebruikt men in het Italiaans vaak "Non sono d'accordo" wat letterlijk betekent "Ik ben het niet eens" maar dan met zoveel woorden. Dit drukt een beleefde nuance uit, belangrijk in zakelijke contexten.
Daarnaast wordt het hulpwerkwoord bij werkwoordvervoegingen vaker en duidelijker aangegeven dan in het Nederlands. Bijvoorbeeld, in "ho delegato" (ik heb gedelegeerd) is de persoonsvorm expliciet met het hulpwerkwoord ho, waar het Nederlands het vaak eenvoudiger houdt zonder extra hulpwerkwoorden in de tegenwoordige tijd.
Voorbeelden van equivalente Nederlandse zinnen:
- Devo completare il progetto. – Ik moet het project afronden.
- Non sono d'accordo con questa idea. – Ik ben het niet eens met dit idee.
- Hai ragione, abbiamo scadenze da rispettare. – Je hebt gelijk, we moeten deadlines respecteren.