L'infinito passato si usa per indicare azioni svolte in frasi secondarie che si sono concluse prima dell'azione nella frase principale.

(L'infinito passato wordt gebruikt om handelingen in bijzinnen aan te geven die zijn afgerond vóór de handeling in de hoofdzin.)

Wat is het Italiaans infinito passato?

  • Betekenis: het infinito passato is een soort “voltooid infinitief”.
  • Je gebruikt het om te zeggen dat een actie al klaar is, meestal vóór een andere actie.
  • In het Nederlands voelt het vaak als:
    na iets gedaan te hebben / voordat ik iets had gedaan / zonder iets gedaan te hebben.

Voorbeelden (Italiaans → ongeveer Nederlands):

  • Dopo avere spedito la lettera, ti ho chiamato.
    → Na de brief verstuurd te hebben, heb ik je gebeld.
  • Sono contento di avere finito il lavoro.
    → Ik ben blij het werk afgemaakt te hebben.

De vorm: stap voor stap

Het infinito passato bestaat altijd uit twee delen:

  • avere of essere in de infinitief
  • + het participio passato (voltooid deelwoord)
Type werkwoord Infinitief Infinito passato Voorbeeld
Transitief (met lijdend voorwerp) spedire avere spedito Dopo avere spedito il pacco…
Onpersoonlijk intransitief scrivere avere scritto Di avere scritto abbastanza…
Bewegingswerkwoord andare essere andato/a Dopo essere andato in banca…
Stato / blijven / zijn essere essere stato/a Di essere stato chiaro…

Zelfcheck: herken je in elk voorbeeld duidelijk:
avere/essere + een voltooid deelwoord? Zo ja, dan zie je de vorm goed.

Wanneer gebruik je het infinito passato?

In de praktijk zie je het vooral na een paar vaste woorden.

  • dopo + infinito passato
    → iets is eerst gebeurd, daarna komt de hoofdhandeling.
    • Dopo avere letto il contratto, l’ho firmato.
      Na het contract gelezen te hebben, heb ik het getekend.
  • prima di + infinito passato
    → je kijkt terug op iets dat al klaar was vóór iets anders.
    • Prima di avere inviato l’email, ho controllato l’indirizzo.
  • senza + infinito passato
    → je benadrukt dat iets niet gebeurd is vóór een andere actie.
    • Sono uscito senza avere salutato il direttore.
      Ik ben weggegaan zonder de directeur gegroet te hebben.
  • di + infinito passato
    → vaak na een gevoel, zekerheid, spijt, enz.
    • Sono sicuro di avere mandato la mail.
    • Mi dispiace di non essere stato chiaro.

Tip: vraag jezelf af: “Is de actie al klaar vóór iets anders?” Dan is infinito passato vaak passend.

Welk hulpwerkwoord: avere of essere?

Grote geruststelling: de keuze is dezelfde als bij het passato prossimo.

  • Gebruik avere met:
    • de meeste werkwoorden met een lijdend voorwerp
      avere spedito, avere scritto, avere letto, avere pagato…
  • Gebruik essere met:
    • veel werkwoorden van beweging / verandering
      essere andato, essere arrivato, essere entrato…
    • werkwoorden als essere, diventare, rimanere
      essere stato, essere diventato…
    • reflexieve werkwoorden
      essersi registrato, essersi sposato…

Mini-check:

  • Denk aan de vorm in het passato prossimo:
    sono andato → infinito passato: essere andato.
    ho scritto → infinito passato: avere scritto.

Concordantie: wanneer verandert het voltooid deelwoord?

Bij avere blijft het participio passato meestal onveranderd:

  • Dopo avere scritto la lettera… (m/v, enk./mv: altijd scritto).

Bij essere past het participio zich aan aan geslacht en getal van het onderwerp:

  • Dopo essere andato in banca… (man, alleen)
  • Dopo essere andata in banca… (vrouw, alleen)
  • Dopo essere andati in banca… (groep met minstens één man)
  • Dopo essere andate in banca… (groep vrouwen)

Zelftest: kun je de zin aanpassen voor een vrouw?

  • Dopo essere entrato in ufficio, ho telefonato.
    → Voor een vrouw: Dopo essere entrata in ufficio…

Plaats van pronomina: belangrijk verschil met het Nederlands

Een veelgemaakte fout gaat over de positie van voornaamwoorden.

  • Bij een gewoon infinitief staan de pronomina achteraan vast:
    • mandaremandarlo (het sturen)
    • sposaresposarsi (trouwen)
  • Bij het infinito passato schuiven ze naar voor het hulpwerkwoord:
    • mandarloaverlo mandato
    • sposarsiessersi sposato/a
Fout Correct
*Dopo avere mandatola Dopo averla mandata…
*Dopo sposarmi Dopo essermi sposato…

Onthoud: bij het infinito passato gaan mi, ti, lo, la, ci, vi, li, le, ci, ne vóór avere/essere.

Typische fouten & valkuilen

  • 1. Vergeten van het hulpwerkwoord
    *Dopo spedito il pacco…
    Dopo avere spedito il pacco…
  • 2. Een extra participio van avere/essere toevoegen
    *Dopo avuto scritto la mail…
    Dopo avere scritto la mail…
  • 3. Verkeerd hulpwerkwoord
    *Dopo avere andato in banca…
    Dopo essere andato in banca…
  • 4. Geen concordantie bij essere
    Spreek je over een vrouw?
    *Dopo essere andato…
    Dopo essere andata
  • 5. Onnodig gebruik na dopo che
    Als je dopo che + persoonsvorm gebruikt, heb je géén infinito passato nodig.
    • Dopo che ho spedito il pacco, sono andato in banca.
    • Of: Dopo avere spedito il pacco, sono andato in banca.
    • *Dopo che avere spedito il pacco…

Korte strategie: hoe maak ik zelf een correcte zin?

  1. Bepaal de volgorde van de acties
    Welke actie gebeurt eerst? Die krijgt het infinito passato.
  2. Kies het signaalwoord
    • dopo → na iets gedaan te hebben
    • prima di → voordat je iets gedaan hebt
    • senza → zonder iets gedaan te hebben
    • di → na werkwoorden/uitdrukkingen van gevoel, zekerheid, spijt…
  3. Kies het hulpwerkwoord
    Denk aan het passato prossimo: gebruik daar hetzelfde hulpwerkwoord.
  4. Maak: avere/essere + participio passato
    Controleer vorm en eventueel geslacht/meervoud bij essere.
  5. Controleer de pronomina
    Staan mi, ti, lo, la, ci, vi, li, le, ci, ne vóór het hulpwerkwoord?
    Ja → goed. Nee → aanpassen.

Zelfcheck: begrijp je het infinito passato nu?

  • Kun je uitleggen in je eigen woorden dat het infinito passato een infinitief is die naar het verleden verwijst?
  • Kun je voor de werkwoorden mandare, arrivare, registrarsi de vormen maken:
    avere mandato, essere arrivato/a, essersi registrato/a?
  • Kun je zelf een zin maken met:
    • dopo avere…
    • prima di avere/essere…
    • senza avere…
    • di avere/essere…

Als je deze vragen met “ja” kunt beantwoorden, ben je klaar om het infinito passato actief te gebruiken in gesprekken en schrijfoefeningen.

  1. Het wordt gevormd met 'avere' of 'essere' in de infinitief + voltooid deelwoord.
  2. Het wordt gebruikt na voorzetsels zoals 'dopo', 'di', 'prima di', 'senza'.
  3. Gewoonlijk hebben de hoofdzin en de bijzin hetzelfde onderwerp.
Infinito presente (Onvoltooid infinitief)Infinito passato (Voltooid infinitief)Esempio (Voorbeeld)
Spedire (Versturen)Avere spedito (Verstuurd hebben)Ti ho chiamato dopo avere spedito la lettera.
Scrivere (Schrijven)Avere scritto (Geschreven hebben)Non credo di avere scritto molto. 
Andare (Gaan)Essere andato (Gegaan zijn)Dopo essere andato all'ufficio postale, sono andato in banca.
Entrare (Binnenkomen)Essere stato (Geweest zijn)Sono felice di essere stato al negozio oggi.

Uitzonderingen!

  1. Rechtstreekse en onrechtstreekse voornaamwoorden, gecombineerde voornaamwoorden en de partikels 'ci' en 'ne' komen achter de infinitief. Voorbeeld: "sposarsi" -> "essermi sposato"

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Dopo _________ il modulo, deve metterlo nella busta con la lettera.

Dopo _________ il modulo, deve metterlo nella busta con la lettera.)

2. Prima di _________ l’email al cliente, ho controllato due volte il suo indirizzo.

Prima di _________ l'email al cliente, ho controllato due volte il suo indirizzo.)

3. Dopo _________ all’ufficio postale, ho scaricato le fatture dal sito dell’azienda.

Dopo _________ all'ufficio postale, ho scaricato le fatture dal sito dell'azienda.)

4. Sono contento di _________ tutti i documenti prima di inviare il messaggio.

Sono contento di _________ tutti i documenti prima di inviare il messaggio.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin die het voltooid infinitief correct gebruikt volgens de gegeven regels.

1.
Fout: 'gehad' wordt niet gebruikt in deze constructie; de correcte vorm is 'nadat ik ze had gelezen'.
Fout: de juiste vorm van het voltooid infinitief ontbreekt; men moet zeggen 'nadat ik ze had gelezen'.
2.
Fout: het werkwoord 'aankomen' wordt niet gebruikt met het wederkerend voornaamwoord in deze vorm; correct is 'nadat ik was aangekomen'.
Fout: het hulpwerkwoord 'zijn' in de infinitief ontbreekt om het voltooid infinitief te vormen.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen door beide handelingen in één zin te combineren en gebruik correct het voltooid infinitief (na, vóór, zonder, van).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (dopo) Prima ho spedito il pacco. Poi ho chiamato mia sorella.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Dopo avere spedito il pacco, ho chiamato mia sorella.
    (Dopo avere spedito il pacco, ho chiamato mia sorella.)
  2. Hint Hint (prima di) Prima controlliamo l'indirizzo. Poi scriviamo la lettera.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Prima di scrivere la lettera, controlliamo l'indirizzo.
    (Prima di scrivere la lettera, controlliamo l'indirizzo.)
  3. Hint Hint (dopo) Sono andato all'ufficio postale. Poi sono tornato in ufficio.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Dopo essere andato all'ufficio postale, sono tornato in ufficio.
    (Dopo essere andato all'ufficio postale, sono tornato in ufficio.)
  4. Hint Hint (senza) Non ho fatto la fila. Ho usato il servizio online.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Senza avere fatto la fila, ho usato il servizio online.
    (Senza avere fatto la fila, ho usato il servizio online.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Vertel in tweetallen de volgorde van de handelingen met gebruik van het voltooid deelwoord (infinitief verleden).

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Devi spiegare a un collega come hai inviato documenti importanti, passo dopo passo.
(Je moet een collega stap voor stap uitleggen hoe je belangrijke documenten hebt verzonden.)

Bespreek
  • Cosa avevi fatto prima di avere inviato i documenti? (Wat had je gedaan voordat je de documenten had verzonden?)
  • Dopo avere spedito la busta, cosa è successo? (Wat gebeurde er nadat je de envelop had verstuurd?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • dopo avere spedito la busta (dopo avere spedito la busta)
  • prima di avere scritto il messaggio (prima di avere scritto il messaggio)
  • allegare un file prima di inviare (allegare un file prima di inviare)

Gebruik in gesprek
  • dopo avere + participio passato (dopo avere + participio passato)
  • prima di avere/essere + participio passato (prima di avere/essere + participio passato)
  • essere/avere + participio passato dopo espressioni come sono contento di avere (essere/avere + participio passato dopo espressioni come sono contento di avere)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 04:50