1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (19)

La mappa

La mappa Show

De kaart Show

Il pianeta Terra

Il pianeta Terra Show

De planeet Aarde Show

L'oceano

L'oceano Show

De oceaan Show

Lo spazio

Lo spazio Show

De ruimte Show

Il cielo

Il cielo Show

De lucht Show

La luna

La luna Show

De maan Show

La stella

La stella Show

De ster Show

La tenda

La tenda Show

De tent Show

Il sacco a pelo

Il sacco a pelo Show

De slaapzak Show

La coperta

La coperta Show

Het deken Show

Nord

Nord Show

Noord Show

Sud

Sud Show

Zuid Show

Est

Est Show

Oost Show

Ovest

Ovest Show

West Show

Piacevole

Piacevole Show

Aangenaam Show

Spiacevole

Spiacevole Show

Onaangenaam Show

Mostrare

Mostrare Show

Tonen Show

Osservare

Osservare Show

Observeren Show

Esistere

Esistere Show

Bestaan Show

3. Grammatica

4. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Weekend in campeggio sul Lago di Garda

Woorden om te gebruiken: cielo, luna, tenda, sacco, nord, GPS, mappa, osservare, stelle, piacevole

(Weekend kamperen aan het Gardameer)

Questo volantino presenta il Campeggio Lago Blu, vicino al Lago di Garda. Il campeggio è tranquillo e , con piazzole per e camper. Ogni posto ha elettricità e una piccola vista sul e sulle montagne. Vicino all’ingresso c’è una grande con il , il sud, l’est e l’ovest, per aiutare gli ospiti a orientarsi. Inoltre, alla reception il personale può spiegare come usare il per arrivare ai sentieri nella natura.

Dal campeggio partono facili percorsi a piedi e in bicicletta. Di sera molti ospiti vanno al lago per la e le , perché la zona è lontana dalle luci della città. È possibile affittare tenda, a pelo e coperta, oppure portare la propria attrezzatura. Il campeggio è aperto da aprile a ottobre; è consigliata la prenotazione online nei mesi di luglio e agosto.
Deze folder presenteert Camping Lago Blu, vlakbij het Gardameer. De camping is rustig en prettig, met plaatsen voor tenten en campers. Elke plek heeft elektriciteit en biedt een klein uitzicht op de lucht en de bergen. Bij de ingang hangt een grote kaart met noord, zuid, oost en west om de gasten te helpen zich te oriënteren. Bovendien kan het personeel bij de receptie uitleggen hoe je de GPS gebruikt om bij de wandelpaden in de natuur te komen.

Vanaf de camping vertrekken eenvoudige wandel- en fietsroutes. ’s Avonds gaan veel gasten naar het meer om naar de maan en de sterren te kijken, omdat het gebied ver van de stadsverlichting ligt. Je kunt een tent, slaapzak en deken huren, of je eigen uitrusting meenemen. De camping is open van april tot oktober; online reserveren wordt aanbevolen in de maanden juli en augustus.

  1. Perché molte persone vanno al lago la sera, secondo il volantino?

    (Waarom gaan veel mensen volgens de folder ’s avonds naar het meer?)

  2. Che cosa puoi affittare direttamente al Campeggio Lago Blu?

    (Wat kun je rechtstreeks huren bij Camping Lago Blu?)

  3. Tu preferisci portare la tua attrezzatura o affittarla al campeggio? Perché?

    (Zou jij je eigen uitrusting meenemen of die op de camping huren? Waarom?)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Sul nostro pianeta ___ ancora qualche zona di campeggio molto tranquilla.

(Op onze planeet ___ nog een paar heel rustige kampeerplekken.)

2. Domani il ranger del parco ___ pure sul tablet il sentiero più sicuro.

(Morgen ___ de boswachter van het park het veiligste pad ook op de tablet laten zien.)

3. Durante la notte ___ il cielo e inoltre impareremo a usare la mappa delle stelle.

(Tijdens de nacht ___ we naar de hemel kijken en bovendien leren we de sterrenkaart te gebruiken.)

4. Se il cielo sarà sereno, ___ pure la possibilità di vedere la stazione spaziale.

(Als de hemel helder is, ___ er bovendien de mogelijkheid het ruimtestation te zien.)

Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. 1. Stai arrivando in auto al campeggio con un collega. Lui guida e ti chiede: “Mi dici dove devo andare adesso?”. Guardi la mappa o il GPS e gli spieghi la direzione. (Usa: "La mappa", Nord, Sud, destra/sinistra, dritto) Rispondi dando un’indicazione chiara usando "la mappa".

(1. Je komt met de auto aan op de camping samen met een collega. Hij rijdt en vraagt: “Kun je me zeggen waar ik nu heen moet?” Je kijkt op de kaart of GPS en legt hem de richting uit. (Gebruik: "de kaart", noord, zuid, rechts/links, rechtdoor) Geef een duidelijke routeaanwijzing en gebruik het woord "de kaart".)

Con la mappa  

(Met de kaart ...)

Voorbeeld:

Con la mappa vedo che dobbiamo andare verso Nord, poi dritto per due chilometri e girare a destra al campeggio.

(Met de kaart zie ik dat we naar het noorden moeten, daarna twee kilometer rechtdoor en dan rechtsaf bij de camping.)

2. 2. Sei in tenda con un’amica. Fuori piove e fa un po’ freddo. Lei ti chiede com’è per te dormire in campeggio stanotte. (Usa: "La tenda", piacevole, spiacevole, perché) Rispondi dicendo se trovi la situazione piacevole o spiacevole e spiega brevemente.

(2. Je zit in de tent met een vriendin. Buiten regent het en het is een beetje koud. Ze vraagt je hoe je het vindt om vannacht op de camping te slapen. (Gebruik: "de tent", aangenaam, onaangenaam, omdat) Zeg of je de situatie aangenaam of onaangenaam vindt en licht kort toe.)

Nella tenda  

(In de tent ...)

Voorbeeld:

Nella tenda per me è piacevole, mi piace il rumore della pioggia, ma è un po’ spiacevole perché fa freddo.

(In de tent vind ik het aangenaam; ik houd van het geluid van de regen, maar het is wel een beetje onaangenaam omdat het koud is.)

3. 3. Sei in montagna in Trentino con dei colleghi per un weekend di team building. Di sera guardate il cielo insieme e un collega italiano ti chiede cosa pensi delle stelle in montagna. (Usa: "La stella", il cielo, molto bello, di notte) Rispondi dicendo cosa osservi e come ti senti.

(3. Je bent in de bergen in Trentino met collega’s voor een weekend teambuilding. ’s Avonds kijken jullie samen naar de hemel en een Italiaanse collega vraagt wat je van de sterren in de bergen vindt. (Gebruik: "de ster", de hemel, heel mooi, ’s nachts) Zeg wat je opmerkt en hoe je je daarbij voelt.)

Le stelle  

(De sterren ...)

Voorbeeld:

Le stelle nel cielo di notte sono molto belle, sono molte e mi rilassano dopo la giornata di lavoro.

(De sterren aan de hemel ’s nachts zijn heel mooi; er zijn er veel en ze ontspannen me na een werkdag.)

4. 4. Sei in un campeggio sul mare in Sicilia. Vuoi fare una gita in barca, ma non conosci bene la zona. Vai alla reception e chiedi alla receptionist di mostrarti sul foglio o sul tablet dove si trova l’oceano o il mare aperto rispetto al campeggio. (Usa: mostrare, Est/Ovest, il pianeta Terra, il mare) Fai una richiesta cortese usando il verbo "mostrare".

(4. Je bent op een camping aan zee in Sicilië. Je wilt een boottocht maken, maar kent de omgeving niet goed. Je gaat naar de receptie en vraagt de receptioniste of ze op papier of op de tablet kan laten zien waar de oceaan of de open zee ligt ten opzichte van de camping. (Gebruik: tonen, oost/west, de planeet Aarde, de zee) Formuleer een beleefd verzoek met het werkwoord "tonen".)

Può mostrarmi  

(Kunt u mij ... tonen)

Voorbeeld:

Può mostrarmi sulla mappa dove è il mare aperto, verso Est o verso Ovest, così capisco meglio dove siamo sul pianeta Terra?

(Kunt u mij op de kaart laten zien waar de open zee ligt, naar het oosten of naar het westen, zodat ik beter begrijp waar we op de planeet Aarde zijn?)

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 5 of 6 zinnen om een camping of een plek in de natuur te beschrijven waar je graag naartoe zou willen gaan. Leg uit waar het ligt en welke activiteiten je daar wilt doen.

Nuttige uitdrukkingen:

Mi piacerebbe andare in campeggio a… / In questo posto è possibile… / Secondo me è un luogo molto piacevole perché… / Vorrei fare attività come…

Esercizio 6: Gespreksoefening

Istruzione:

  1. Descrivi le attività che si svolgono al campeggio e cosa devi fare per parteciparvi. (Beschrijf de activiteiten die op de camping plaatsvinden en wat je daarvoor moet doen.)
  2. Di solito cosa cerchi quando scegli un posto per campeggiare. (Zeg wat je meestal zoekt bij het kiezen van een kampeerplek.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Sto controllando la mappa per scegliere un percorso a piedi.

Ik bekijk de kaart om een wandelroute te kiezen.

Stanno preparando la tenda e i sacchi a pelo.

Ze zijn de tent en de slaapzakken aan het klaarmaken.

Il GPS ci aiuta a trovare la direzione giusta.

De gps helpt ons de juiste richting te vinden.

Questo campeggio si trova accanto all'oceano, infatti puoi sentire le onde dalla tenda.

Deze camping ligt naast de oceaan, je kunt zelfs de golven horen vanuit de tent.

Stanno osservando le stelle.

Ze zijn sterren aan het bekijken.

Stanno stendendo una coperta sull'erba per rilassarsi vicino alla tenda.

Ze leggen een deken op het gras om te ontspannen bij de tent.

...