De passato prossimo met onregelmatige participia

Il passato prossimo con participi irregolari


Alcuni participi passati sono irregolari e si usano per parlare di azioni recenti.

(Sommige voltooid deelwoorden zijn onregelmatig en je gebruikt ze om over recente acties te praten.)

Passato prossimo: waarom deze participi ‘onregelmatig’ zijn

In het passato prossimo gebruik je: hulpwerkwoord (essere/avere) + participio passato.

Bij veel werkwoorden is dat participio regelmatig (bv. -are → -ato), maar deze zes zijn onregelmatig en moet je als vaste vorm kennen.

De 6 vormen die je hier nodig hebt (als blokje leren)

Infinitief Participio passato Mini-check
essere stato denk: “status” → stato
dire detto dubbele tt
fare fatto dubbele tt
scrivere scritto dubbele tt + scr-
vedere visto niet veduto in dit niveau/context
prendere preso niet prenduto

Stap-voor-stap: zo bouw je een zin in het passato prossimo

  1. Kies het hulpwerkwoord: avere of essere.

  2. Zet het hulpwerkwoord in de tegenwoordige tijd (ho/hai/ha… of sono/sei/è…).

  3. Voeg het juiste onregelmatige participio toe: stato, detto, fatto, scritto, visto, preso.

Welke hulpwerkwoorden horen hier bij welke vormen?

  • essere → è stato / sono stato… (dit werkwoord gebruikt altijd essere als hulpwerkwoord)

    Voorbeeld: Il funzionario è stato molto gentile.

  • dire, fare, scrivere, vedere, prendere vormen in deze les met avere

    Voorbeeld: Ho detto… / Abbiamo fatto… / Hai scritto… / Avete visto… / Hanno preso

Wat gaat vaak mis (en hoe voorkom je het)?

  • “Zelf een vorm maken” alsof het regelmatig is:

    Ho prendutoHo preso

    Hai scrivatoHai scritto

  • Dubbele medeklinkers vergeten (heel typisch bij A2):

    Ho detoHo detto

    Ho fatoHo fatto

    Hai scritoHai scritto

  • Het verkeerde hulpwerkwoord bij “essere”:

    Il funzionario ha statoIl funzionario è stato

Snelle zelfcheck (10 seconden)

  • Heb ik het juiste hulpwerkwoord gekozen?

  • Staat het participio in de lijst: stato/detto/fatto/scritto/visto/preso?

  • Klopt de spelling (vooral tt in detto/fatto/scritto)?

Wat leer je hiermee meteen zeggen (praktisch en professioneel)

  • Ho detto che oggi ho un appuntamento.

  • Abbiamo fatto domanda per il permesso di lavoro.

  • Hai scritto il codice fiscale sul modulo?

  • Avete visto dov’è il municipio?

  • Il funzionario è stato molto gentile.

  • Hanno preso un appuntamento per oggi.

Verbo (Werkwoord)Participio irregolare (Onregelmatig voltooid deelwoord)Esempio (Voorbeeld)
Essere (Zijn)Stato (geweest)Il funzionario è stato molto gentile. (De ambtenaar is geweest heel vriendelijk.)
Dire (Zeggen)Detto (gezegd)Ho detto che ho un appuntamento oggi. (Ik heb gezegd dat ik vandaag een afspraak heb.)
Fare (Doen)Fatto (gedaan)Ho fatto domanda per il permesso di lavoro. (Ik heb een aanvraag ingediend voor de werkvergunning.)
Scrivere (Schrijven)Scritto (geschreven)Hai scritto il codice fiscale? (Heb je het fiscaal nummer opgeschreven?)
Vedere (Zien)Visto (gezien)Avete visto dov'è il municipio? (Hebben jullie gezien waar het gemeentehuis is?)
Prendere (Nemen)Preso (genomen)Non hanno preso appuntamento per oggi. (Ze hebben geen afspraak gemaakt voor vandaag.)

 

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Buongiorno, è già ___ qui per il rinnovo del documento?

Goedemorgen, bent u al ___ hier geweest voor de verlenging van het document?

2. Ho ___ al funzionario che ho un appuntamento alle dieci.

Ik heb tegen de ambtenaar ___ dat ik om tien uur een afspraak heb.

3. Hai ___ il codice fiscale nel modulo per il permesso di lavoro?

Heb je het burgerservicenummer op het formulier voor de werkvergunning ___?

4. Avete ___ un appuntamento online o siete venuti senza prenotazione?

Hebben jullie online een afspraak ___ of zijn jullie zonder afspraak gekomen?

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin met de passato prossimo en een onregelmatig voltooid deelwoord.

1.
Bij "prendere" is het voltooid deelwoord onregelmatig: "preso", niet "prenduto".
Het voltooid deelwoord van "prendere" is "preso"; "prendato" is niet correct.
2.
Bij "scrivere" is het voltooid deelwoord onregelmatig: "scritto", niet "scrivato".
De dubbele medeklinker ontbreekt: het correcte voltooid deelwoord is "scritto".

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de passato prossimo waarbij je het juiste onregelmatige voltooid deelwoord gebruikt (stato, detto, fatto, scritto, visto, preso).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (Essere) Il funzionario è molto gentile oggi.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Il funzionario è stato molto gentile oggi.
    (De ambtenaar is vandaag erg vriendelijk geweest.)
  2. Hint Hint (Dire) Io dico che ho un appuntamento domani.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ho detto che ho un appuntamento domani.
    (Ik heb gezegd dat ik morgen een afspraak heb.)
  3. Hint Hint (Fare) Noi facciamo domanda per il permesso di lavoro.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Abbiamo fatto domanda per il permesso di lavoro.
    (Wij hebben een werkvergunning aangevraagd.)
  4. Hint Hint (Scrivere) Tu scrivi il tuo codice fiscale sul modulo?
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Hai scritto il tuo codice fiscale sul modulo?
    (Heb jij je fiscaal nummer op het formulier geschreven?)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Vertel in tweetallen wat jullie vandaag hebben gedaan en wat ze tegen jullie gezegd hebben.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Hai appena finito la pratica al municipio per il permesso di lavoro.
(Je bent net klaar met de procedure op het gemeentehuis voor de werkvergunning.)

Bespreek
  • Quali documenti avete presentato e cosa mancava? (Welke documenten hebben jullie ingediend en wat ontbrak er?)
  • Com'è stato il funzionario pubblico e cosa vi ha detto sulla scadenza? (Usate il passato prossimo) (Hoe was de ambtenaar en wat heeft hij/zij jullie over de deadline verteld? (Gebruik de passato prossimo))

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ho fatto domanda per il permesso di lavoro. (Ik heb een aanvraag ingediend voor de werkvergunning.)
  • Il funzionario pubblico è stato gentile, ma la scadenza è vicina. (De ambtenaar was vriendelijk, maar de deadline is dichtbij.)
  • Hai scritto il codice fiscale sul documento? (Heb je het fiscaal nummer op het document geschreven?)

Gebruik in gesprek
  • passato prossimo con participi irregolari (ho fatto, ho detto, sono stato) (passato prossimo met onregelmatige voltooid deelwoorden (ho fatto, ho detto, sono stato))
  • domande al passato: Hai visto...? Hai scritto...? (vragen in de verleden tijd: Hai visto...? Hai scritto...?)
  • descrivere l'esperienza: è stato + aggettivo (de ervaring beschrijven: è stato + bijvoeglijk naamwoord)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 15/04/2026 19:07