Il video mostra un progetto dell'Università di Pisa per promuovere l'utilizzo dei mezzi di trasporto pubblici, che sono più sostenibili delle automobili.
De video toont een project van de Universiteit van Pisa om het gebruik van het openbaar vervoer te bevorderen, dat duurzamer is dan auto’s.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.

Woord Vertaling
I mezzi pubblici Openbaar vervoer
Non inquinanti Niet-vervuilend
Le modalità di trasporto Vervoerswijzen
Sostenibile Duurzaam
La bicicletta Fiets
Ho preso il treno Ik nam de trein
Il trasporto pubblico Het openbaar vervoer
A Pisa chi usa i mezzi pubblici o mezzi non inquinanti viene premiato con l’app GoodGo. (In Pisa worden mensen die het openbaar vervoer of niet-vervuilende vervoermiddelen gebruiken beloond met de app GoodGo.)
Cinzia è una delle prime iscritte e può scegliere come usare i punti che ha accumulato. (Cinzia is een van de eerste aanmeldingen en kan kiezen hoe ze de punten die ze heeft verzameld wil gebruiken.)
Dice: "Ho usato la bicicletta, il treno, ho fatto un tratto a piedi e ho usato l’autobus, totalizzando quarantotto punti". (Ze zegt: "Ik heb de fiets gebruikt, de trein genomen, een stukje gelopen en de bus gebruikt, in totaal acht en veertig punten".)
Chiara si muove in città con la bicicletta e usa l’app Save My Bike, che mostra i luoghi dove è possibile parcheggiare. (Chiara beweegt zich in de stad met de fiets en gebruikt de app Save My Bike, die laat zien waar je kunt parkeren.)
Chi si iscrive riceve anche un sensore a radiofrequenza, molto utile in caso di furto della bicicletta. (Wie zich aanmeldt krijgt ook een radiofrequentiesensor, heel handig bij diefstal van de fiets.)
Chiara spiega: "È un bottone che si mette nella bici, tiri su il sellino e lo inserisci dentro". (Chiara legt uit: "Het is een knopje dat je op de fiets zet; je tilt het zadel op en stopt het erin".)
"In caso di furto segnalo che mi è stata rubata e così riesco a ritrovarla", aggiunge Chiara. ("Als hij gestolen wordt meld ik dat mijn fiets is weggenomen en zo kan ik hem terugvinden", voegt Chiara toe.)
Il progetto ha un budget di oltre ottocentomila euro, di cui il quarantacinque per cento è finanziato dall’Unione Europea. (Het project heeft een budget van meer dan achthonderdduizend euro, waarvan vierenvijftig procent wordt gefinancierd door de Europese Unie.)
Quando l’app è stata lanciata, trecento persone si sono iscritte nella prima settimana. (Toen de app werd gelanceerd schreven zich driehonderd mensen in in de eerste week.)
Massimiliano Petri spiega che nelle città italiane, per esempio a Pisa, solo il nove per cento dei cittadini usa il trasporto pubblico. (Massimiliano Petri legt uit dat in Italiaanse steden, bijvoorbeeld in Pisa, slechts negen procent van de inwoners het openbaar vervoer gebruikt.)

Begripsvragen:

  1. Perché le persone a Pisa ricevono dei punti con l’app GoodGo?

    (Waarom krijgen mensen in Pisa punten met de app GoodGo?)

  2. Quali mezzi di trasporto usa Cinzia nella sua giornata di viaggio?

    (Welke vervoermiddelen gebruikt Cinzia tijdens haar reisdag?)

  3. Che cosa fa l’app Save My Bike per aiutare i ciclisti in caso di furto della bicicletta?

    (Wat doet de app Save My Bike om fietsers te helpen bij diefstal van de fiets?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Trasporti sostenibili in città

Duurzaam vervoer in de stad
1. Filippo: Buongiorno, sono in città per lavoro e vorrei capire come muovermi. (Goedendag, ik ben in de stad voor mijn werk en ik wil graag weten hoe ik me het beste kan verplaatsen.)
2. Addetta dell'info point: Buongiorno. Se mi dice dove deve andare, le posso suggerire le soluzioni migliori. (Goedendag. Als u mij zegt waar u naartoe moet, kan ik u de beste opties aanbevelen.)
3. Filippo: Alloggio nella zona della fiera e devo raggiungere spesso il centro. (Ik verblijf in de buurt van de beurs en ik moet vaak naar het centrum.)
4. Addetta dell'info point: Allora può usare le bici a noleggio. Le può prenotare tramite l’app del Comune. (Dan kunt u gebruikmaken van huurfietsen. U kunt ze reserveren via de app van de gemeente.)
5. Filippo: Sì, può andare bene. Il percorso dovrebbe essere abbastanza breve. (Ja, dat klinkt goed. De route zou behoorlijk kort moeten zijn.)
6. Addetta dell'info point: Esatto, inoltre la bici è ecologica e sostenibile e così evita il traffico nelle ore di punta. (Precies. Bovendien is de fiets milieuvriendelijk en duurzaam, en zo vermijdt u het verkeer tijdens de spits.)
7. Filippo: Invece che cosa mi consiglia per gli spostamenti un po’ più lunghi? (Wat raadt u me aan voor wat langere afstanden?)
8. Addetta dell'info point: Può usare i mezzi pubblici, come tram e autobus. Passano ogni cinque-dieci minuti. (U kunt het openbaar vervoer nemen, zoals tram of bus. Die rijden elke vijf tot tien minuten.)
9. Filippo: Ci sono anche alternative che mi permettono di risparmiare tempo? (Zijn er ook alternatieven waarmee ik tijd kan besparen?)
10. Addetta dell'info point: Ci sono anche le auto elettriche, ma di solito costano un po’ di più. (Er zijn ook elektrische auto's, maar die zijn meestal iets duurder.)
11. Filippo: No, non voglio perdere tempo a cercare parcheggio. (Nee, ik wil geen tijd verliezen met het zoeken naar een parkeerplek.)
12. Addetta dell'info point: Allora i mezzi pubblici e le bici restano davvero la soluzione più comoda. (Dan blijven het openbaar vervoer en de fiets echt de handigste oplossingen.)
13. Filippo: Perfetto, e dove posso comprare i biglietti? (Perfect, en waar kan ik kaartjes kopen?)
14. Addetta dell'info point: Li trova in ogni edicola oppure sulla stessa app. Buona permanenza! (U vindt ze bij elke kiosk of via dezelfde app. Fijn verblijf!)

1. Leggi il dialogo. Perché Filippo è in città?

(Lees de dialoog. Waarom is Filippo in de stad?)

2. Dove alloggia Filippo?

(Waar verblijft Filippo?)

Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken

Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.

  1. Nella tua vita quotidiana, come vai di solito al lavoro o all’università? Perché scegli questo mezzo?
    In het dagelijks leven: hoe ga je meestal naar je werk of naar de universiteit? Waarom kies je juist dat vervoermiddel?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Devi andare in centro in una nuova città italiana per un colloquio: quale mezzo scegli e perché?
    Je moet voor een sollicitatie naar het centrum van een nieuwe Italiaanse stad: welk vervoermiddel kies je en waarom?

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. Nella città dove vivi, quali sono i vantaggi e gli svantaggi dei mezzi pubblici (autobus, tram, treno)?
    In de stad waar je woont, wat zijn de voor- en nadelen van het openbaar vervoer (bus, tram, trein)?

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. Un collega vuole muoversi in modo più sostenibile: che consigli pratici gli dai per evitare il traffico e inquinare meno?
    Een collega wil zich duurzamer verplaatsen: welke praktische tips geef je om files te vermijden en minder te vervuilen?

    __________________________________________________________________________________________________________