Alcuni verbi all'imperfetto sono irregolari e cambiano nella radice o coniugazione.

(Sommige werkwoorden zijn onregelmatig in de onvoltooid verleden tijd en veranderen in de stam of in de vervoeging.)

Wat doet het imperfetto met fare, essere en dire?

In deze les kijk je naar het imperfetto (onvoltooid verleden tijd) van drie heel frequente onregelmatige werkwoorden:

  • fare – doen, maken
  • essere – zijn
  • dire – zeggen

Met het imperfetto beschrijf je:

  • achtergrond in het verleden: “Hoe was het?”
  • gewoonten: “Wat deed je vroeger vaak?”
  • lopende acties: “Wat was je aan het doen toen…?”

1. Herken het patroon: stam + gewone uitgangen

Goed nieuws: bij fare en dire is alleen de stam anders. De uitgangen zijn hetzelfde als bij regelmatige werkwoorden op -are / -ere / -ire.

Persoon fare dire Uitgang
iofacevodicevo-vo
tufacevidicevi-vi
lui / leifacevadiceva-va
noifacevamodicevamo-vamo
voifacevatedicevate-vate
lorofacevanodicevano-vano

Zie je het patroon?

  • stam face- (van fare) + normale uitgangen
  • stam dice- (van dire) + normale uitgangen

Zelfcheck

  • Kun je zonder te kijken vormen als noi facevamo en voi dicevate maken?
  • Als je de uitgang hoort, herken je dan meteen de persoon (io, tu, lui/lei, …)?

2. Essere: echt onregelmatig, dus uit je hoofd leren

Essere is anders: stam én uitgangen zijn onregelmatig. Dit rijtje moet je gewoon kennen.

Persoon essere – imperfetto
ioero
tueri
lui / leiera
noieravamo
voieravate
loroerano

Tips om te onthouden:

  • Alle vormen beginnen met er-.
  • In het midden zie je vaak -av-: eravamo, eravate.
  • Alleen ero, eri, era, erano hebben geen -av-.

Zelfcheck

  • Kun je hardop de reeks opzeggen: ero, eri, era, eravamo, eravate, erano zonder te stoppen?
  • Kun je in een zin als “Toen ik kind was, …” spontaan ero kiezen?

3. Wanneer gebruik je het imperfetto in het dagelijks leven?

Met deze drie werkwoorden maak je heel typische zinnen over vroeger. Denk altijd: achtergrond, gewoonte, beschrijving.

  • essere – situatie / beschrijving
    • Quando ero studente, ero sempre stanco.
      Toen ik student was, was ik altijd moe.
    • In ufficio eravamo molto tranquilli.
      Op kantoor waren we erg rustig.
  • fare – activiteiten / routines
    • Ogni mattina facevo una telefonata a un cliente.
      Elke ochtend deed ik een telefoontje naar een klant.
    • Da giovane facevamo spesso tardi al lavoro.
      Toen we jong waren, werden we vaak laat op het werk.
  • dire – wat mensen zeiden
    • Al telegiornale dicevano che c’era uno sciopero.
      Op het journaal zeiden ze dat er een staking was.
    • Il capo diceva sempre che il progetto era importante.
      De baas zei altijd dat het project belangrijk was.

Signaalwoorden die bijna altijd naar het imperfetto wijzen:

  • ogni… (ogni giorno, ogni mattina)
  • di solito (gewoonlijk)
  • sempre / spesso
  • quando ero… (quando ero piccolo, quando ero in ufficio)
  • in quel periodo, a quei tempi

4. Veelgemaakte fouten (en hoe je ze vermijdt)

Let bij het spreken en schrijven op deze typische valkuilen.

  • Verkeerde persoon door -va overal te gebruiken
    • *Ieri io faceva una telefonata*
    • Ieri io facevo una telefonata.
    • -va is alleen voor lui / lei.
  • Stam van het presens gebruiken
    • *Ogni giorno facciavo sport*
    • Ogni giorno facevo sport.
    • Onthoud: stam is face-, niet facci-.
  • essere regulariseren
    • *Io essavo stanco*
    • Io ero stanco.
    • *Noi essavamo in ufficio* ❌ → Noi eravamo in ufficio.
  • Tijdswoord niet aanpassen aan het verleden
    • *Ieri dico che il progetto è importante*
    • Ieri dicevo che il progetto era importante.
    • Let op: niet alleen het werkwoord in het Italiaans, ook de tijd van de zin moet kloppen.

5. Stap-voor-stap: zo vorm je de goede vorm

Gebruik dit kleine schema wanneer je twijfelt.

  1. Kies het werkwoord
    • doen/maken → fare
    • zijn → essere
    • zeggen → dire
  2. Bepaal de persoon
    • ik, jij, hij/zij, wij, jullie, zij → io, tu, lui/lei, noi, voi, loro
  3. Maak de vorm
    • bij fare: neem face- + uitgang (-vo, -vi, -va, -vamo, -vate, -vano)
    • bij dire: neem dice- + dezelfde uitgangen
    • bij essere: kies uit het rijtje ero, eri, era, eravamo, eravate, erano
  4. Controleer met een vraag in het Nederlands
    • Beschrijf ik een achtergrond, gewoonte of lopende actie? → dan zit je goed met het imperfetto.

6. Snelle zelftest: kan ik het al gebruiken?

Beantwoord voor jezelf kort deze vragen (mondeling of schriftelijk) in het Italiaans. Gebruik bewust fare, essere, dire in het imperfetto.

  1. Quando eri bambino/a, com’era la tua giornata tipica?
    (Gebruik: ero, facevo…)
  2. Com’era il tuo vecchio ufficio?
    (Gebruik: era, erano, eravamo…)
  3. Cosa facevate di solito il lunedì sera?
    (Gebruik: facevamo…)
  4. Cosa dicevano di solito i tuoi colleghi sul lavoro?
    (Gebruik: dicevano, dicevi…)

Als je deze vragen met volledige zinnen kunt beantwoorden, met vormen als ero, facevo, dicevano, dan kun je het imperfetto van fare, essere en dire al goed gebruiken in gesprekken.

  1. De meeste onregelmatige werkwoorden, zoals "fare", "dire", zijn gedeeltelijk onregelmatig: de stam verandert, maar de uitgangen blijven regelmatig.
  2. Het werkwoord "essere" is volledig onregelmatig: zowel de stam als de uitgangen veranderen.
1a coniugazione: verbo fare (1e vervoeging: werkwoord fare)2a coniugazione: verbo essere3a coniugazione: verbo dire (3e vervoeging: werkwoord dire)
Io facevoIo eroIo dicevo
Tu faceviTu eriTu dicevi
Lui / lei facevaLui / lei eraLui / lei diceva
Noi facevamoNoi eravamoNoi dicevamo
Voi facevateVoi eravateVoi dicevate
Loro facevanoLoro eranoLoro dicevano

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Ieri al telegiornale il presentatore ___ che lo sciopero dei mezzi era molto lungo.

Gisteren op het nieuws ___ de presentator dat de staking van het openbaar vervoer heel lang duurde.)

2. Quando abitavo a Milano, ogni sera ___ una chiamata a mia madre per raccontarle le notizie.

Toen ik in Milaan woonde, ___ ik elke avond mijn moeder om haar het nieuws te vertellen.)

3. Durante il programma il giornalista ___ molto calmo, mentre il pubblico in studio ___ nervoso.

Tijdens het programma ___ de journalist heel rustig, terwijl het publiek in de studio ___ nerveus.)

4. Quando guardavamo il telegiornale in quella casa, tu ___ sempre che i media non ___ obiettivi.

Toen we dat journaal in dat huis keken, ___ jij altijd dat de media niet ___ objectief.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de correcte zin in de imperfectum uit de gegeven opties. Let op veelvoorkomende fouten bij het gebruik van de imperfectum, zoals de onjuiste vorm van regelmatige en onregelmatige werkwoorden en een verkeerde vervoeging. De zinnen verwijzen naar alledaagse situaties en zijn nuttig om over gebeurtenissen uit het verleden, beschrijvingen en gewoonten te spreken.

1.
Spelfout: het juiste woord is 'televisie', niet 'televisoni'.
Ontbreekt een coherent onderwerp (ik); 'guardava' is derde persoon enkelvoud, terwijl voor 'Gisteravond ik...' 'guardavo' wordt gebruikt.
2.
Spelfout: 'amichi' moet 'amici' zijn.
Foute vorm: 'amiciato' bestaat niet; het moet 'amici' zijn.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen door het werkwoord in de tegenwoordige tijd te vervangen door de onvoltooide verleden tijd van de onregelmatige werkwoorden “fare”, “essere” of “dire”, zoals in het voorbeeld: Oggi faccio sport → Da bambino facevo sport.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (ieri) Oggi faccio una telefonata a mia madre.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ieri facevo una telefonata a mia madre.
    (Ieri facevo una telefonata a mia madre.)
  2. Hint Hint (quando) Oggi sono molto stanco in ufficio.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Quando lavoravo in banca, ero molto stanco in ufficio.
    (Quando lavoravo in banca, ero molto stanco in ufficio.)
  3. Hint Hint (ogni giorno) Ogni giorno dico ai colleghi che il progetto è importante.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ogni giorno dicevo ai colleghi che il progetto era importante.
    (Ogni giorno dicevo ai colleghi che il progetto era importante.)
  4. Hint Hint (prima) Adesso facciamo spesso tardi al lavoro.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Prima facevamo spesso tardi al lavoro.
    (Prima facevamo spesso tardi al lavoro.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Vertel per paar hoe de situatie was en wat jullie aan het doen waren toen jullie het hoorden.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
In ufficio commentate una notizia importante mandata ieri dal telegiornale.
(Op kantoor bespreek je een belangrijk nieuwsbericht dat gisteren op het journaal werd uitgezonden.)

Bespreek
  • Dove eravate e cosa facevate quando avete sentito la notizia? (Waar waren jullie en wat deden jullie toen jullie het nieuws hoorden?)
  • Com’era il telegiornale o il programma che stavate guardando? Chi era il presentatore? Com’era? (serio, simpatico…) (Hoe was het journaal of het programma dat jullie keken? Wie presenteerde het? Hoe was diegene? (serieus, vriendelijk…))

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Al telegiornale ieri sera c’era un servizio su… (Gisteravond was er in het journaal een item over…)
  • Di solito guardavo quel programma e il presentatore era… (Meestal keek ik dat programma en de presentator was…)
  • In quel momento facevo una chiamata e ero preoccupato/a… (Op dat moment was ik een telefoongesprek aan het voeren en ik was bezorgd…)

Gebruik in gesprek
  • imperfetto di essere per descrivere situazioni passate (imperfectum van essere om voorbijgaande situaties te beschrijven)
  • imperfetto di fare per azioni in corso o abitudini passate (imperfectum van fare voor lopende handelingen of vroegere gewoonten)
  • imperfetto di dire per riportare quello che le persone dicevano (imperfectum van dire om weer te geven wat mensen zeiden)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 04:12