L'imperfetto dei verbi irregolari come fare, essere e dire mostra cambi di radice o coniugazione unica, ad esempio: facevo, ero, dicevo. Questa lezione spiega come usarli correttamente.
  1. De meeste onregelmatige werkwoorden, zoals fare, dire, zijn gedeeltelijk onregelmatig: ze veranderen de stam, maar de vervoeging blijft regelmatig.
  2. Het werkwoord essere is volledig onregelmatig: zowel de stam als de vervoeging veranderen.
1a coniugazione: verbo fare2a coniugazione: verbo essere3a coniugazione: verbo dire
Io facevo (Ik deed)Io ero (Ik was)Io dicevo (Ik zei)
Tu facevi (Jij maakte)Tu eri (Jij was)Tu dicevi (Jij zei)
Lui / lei faceva (Hij / zij deed)Lui / lei era (Hij / zij was)Lui / lei diceva (Hij / zij zei)
Noi facevamo (Wij maakten)Noi eravamo (Wij waren)Noi dicevamo (Wij zeiden)
Voi facevate (Jullie maakten)Voi eravate (Jullie waren)Voi dicevate (Jullie zeiden)
Loro facevano (Zij deden)Loro erano (Zij waren)Loro dicevano (Zij zeiden)

Oefening 1: L'imperfetto: i verbi irregolari

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

eravamo, facevate, ero, facevi, diceva, facevo, dicevano, era

1. Dire:
Ieri sera, lui ... sempre la verità durante il telegiornale.
(Gisteravond zei hij altijd de waarheid tijdens het nieuws.)
2. Dire:
Loro ... cose interessanti sulla radio locale ieri.
(Ze zeiden gisteren interessante dingen over de lokale radio.)
3. Fare:
Quando ero piccolo, ... spesso sport con gli amici.
(Toen ik klein was, deed ik vaak aan sport met vrienden.)
4. Essere:
Noi ... molto felici dopo aver sentito le notizie.
(Wij waren erg blij nadat we het nieuws hadden gehoord.)
5. Essere:
Io ... contento di guardare la televisione da bambino.
(Ik was blij om als kind televisie te kijken.)
6. Fare:
Tu ... il compito mentre guardavi la televisione.
(Jij maakte je huiswerk terwijl je naar de televisie keek.)
7. Essere:
Lei ... sempre molto curiosa di sapere cosa accadeva.
(Ze was altijd erg nieuwsgierig om te weten wat er gebeurde.)
8. Fare:
Voi ... domande durante il programma radiofonico.
(Jullie stelden vragen tijdens het radioprogramma.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin in de onvoltooid verleden tijd uit de gegeven opties. Let op veelvoorkomende fouten bij het gebruik van de onvoltooid verleden tijd, zoals de verkeerde vorm van regelmatige en onregelmatige werkwoorden en de verkeerde vervoeging. De zinnen hebben betrekking op alledaagse situaties en zijn nuttig om te spreken over gebeurtenissen uit het verleden, beschrijvingen en gewoonten.

1.
Spelfout: het correcte woord is 'televisie', niet 'televisies'.
Het ontbreekt aan een coherent onderwerp (ik); 'keek' is de eerste persoon enkelvoud, maar er wordt 'ik' gebruikt, dus zou 'ik keek' moeten zijn.
2.
Spelfout: 'vrinden' moet 'vrienden' zijn.
Foute vorm: 'vriendenen' bestaat niet; het moet 'vrienden' zijn.
3.
Foute vorm met onbestaand achtervoegsel 'vergaderingingen'.
Fout in getal: 'vergadering' is enkelvoud terwijl de meervoudsvorm 'vergaderingen' bedoeld is.
4.
Fout in meervoud van 'dag'; de correcte vorm is 'dagen'.
Fout in getal: 'klant' is enkelvoud terwijl het meervoud 'klanten' moet zijn.

Inleiding tot het imperfetto van onregelmatige werkwoorden

In deze les leer je het gebruik van het imperfetto bij Italiaanse onregelmatige werkwoorden. Het imperfetto is een verleden tijd die vaak wordt gebruikt om gewoonten, achtergrondinformatie en beschrijvingen in het verleden uit te drukken. Hoewel de meeste werkwoorden regelmatig zijn, zijn er ook belangrijke onregelmatige werkwoorden die je goed moet kennen.

Overzicht van de onregelmatige werkwoorden in het imperfetto

We richten ons op drie veelvoorkomende onregelmatige werkwoorden die elk een andere onregelmatigheid vertonen:

  • Fare (doen/maken) – gedeeltelijk onregelmatig: de stam verandert, maar de uitgangen zijn regelmatig.
  • Essere (zijn) – volledig onregelmatig: zowel de stam als de uitgangen veranderen.
  • Dire (zeggen) – gedeeltelijk onregelmatig, net als 'fare'.

Conjugatie voorbeelden

Hieronder vind je een overzicht van de vervoegingen van deze drie werkwoorden in het imperfetto:

Fare (1e conjugatie)Essere (2e conjugatie)Dire (3e conjugatie)
Io facevoIo eroIo dicevo
Tu faceviTu eriTu dicevi
Lui/lei facevaLui/lei eraLui/lei diceva
Noi facevamoNoi eravamoNoi dicevamo
Voi facevateVoi eravateVoi dicevate
Loro facevanoLoro eranoLoro dicevano

Belangrijke opmerkingen over onregelmatigheden

De meeste onregelmatige werkwoorden veranderen hun stam in het imperfetto, maar volgen de reguliere uitgangen (-vo, -vi, -va, -vamo, -vate, -vano). Een uitzondering hierop is essere, dat volledig onregelmatig is met andere uitgangen.

Vergelijking met het Nederlands

Het gebruik van het imperfetto in het Italiaans komt deels overeen met de Nederlandse imperfectum maar verschilt in nuancering. In het Nederlands gebruik je bijvoorbeeld regelmatig de verleden tijd om gewoontes aan te geven, terwijl het Italiaans met het imperfetto ook achtergrondbeschrijvingen maakt. Daarnaast kent het Nederlands geen aparte vormen voor onregelmatige werkwoorden in deze specifieke verleden tijd, maar kent het wel sterke werkwoorden die hun klinkers veranderen.

Een paar nuttige Italiaanse uitdrukkingen en hun Nederlandse equivalenten:

  • Fare una passeggiata – een wandeling maken
  • Dire la verità – de waarheid zeggen
  • Essere felice – gelukkig zijn

Deze werkwoorden komen veel voor en zijn handig in alledaagse situaties en gesprekken over het verleden.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 28/08/2025 14:06