Esercizio: Gespreksoefening

Istruzione:

  1. Descrivi le attività nelle immagini e commentale. (Beschrijf de activiteiten op de afbeeldingen en geef er commentaar op.)
  2. Dove sei cresciuto? In campagna o in città? (Waar ben je opgegroeid? Op het platteland of in de stad?)
  3. Hai dovuto prenderti cura degli animali? Animali da allevamento o animali domestici? (Heb je voor dieren moeten zorgen? Boerderijdieren of huisdieren?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten