Il gerundio è un tempo verbale che esprime un'azione in corso.
(De
- De gerundio van werkwoorden op "-are" wordt gevormd met de stam + "-ando".
- De gerundio van werkwoorden op "-ere, -ire" wordt gevormd met de stam + "-endo".
- De gerundio wordt gebruikt om de tegenwoordige duurvorm (presente progressivo) te maken; die vorm je met het werkwoord "stare" + gerundio.
| Verbo (Werkwoord) | Forma in gerundio (Gerundiumvorm) | Esempio (Voorbeeld) |
|---|---|---|
| Creare (Creëren) | Creando (Creërend) | Stanno creando una famiglia. (Ze zijn een gezin aan het stichten.) |
| Vivere (Wonen / leven) | Vivendo (Wonend) | Stiamo vivendo insieme da poco. (We wonen nog maar kort samen.) |
| Morire (Sterven) | Morendo (Stervend) | L'animale sta morendo. (Het dier is aan het sterven.) |
| Dire (Zeggen) | Dicendo (Zeggend) | Sto dicendo ai gemelli di andare a giocare. (Ik ben tegen de tweeling aan het zeggen dat ze moeten gaan spelen.) |
| Fare (Doen / maken) | Facendo (Doend) | Stanno facendo un lavoro importante. (Ze zijn belangrijk werk aan het doen.) |
| Bere (Drinken) | Bevendo (Drinkend) | Sta bevendo un bicchiere d'acqua. (Hij/zij is een glas water aan het drinken.) |
Uitzonderingen!
- Wederkerende werkwoorden zetten "si" vóór "stare". Voorbeeld: "sposarsi" -> "si stanno sposando"
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. In questo periodo stiamo ______ insieme da poco e stiamo facendo dei piani per il matrimonio.
In deze periode ______ we nog maar kort samen en maken we plannen voor het huwelijk.2. Quando sei arrivato, i gemelli ______ in Comune.
Toen je aankwam, ______ de tweeling op het gemeentehuis.3. Scusa, non posso parlare: sto ______ a mio figlio di fare i compiti.
Sorry, ik kan niet praten: ik ben ______ tegen mijn zoon dat hij zijn huiswerk moet maken.4. Il veterinario dice che l'animale domestico sta ______ e dobbiamo decidere subito cosa fare.
De dierenarts zegt dat het huisdier aan het ______ is en dat we meteen moeten beslissen wat we moeten doen.Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste zin met de gerundio (stare + gerundio).
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen met de tegenwoordig duurvorm (stare + gerundio), zoals in het voorbeeld: "Io lavoro" → "Sto lavorando".
-
In questo momento noi facciamo un lavoro importante.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIn questo momento stiamo facendo un lavoro importante.(Op dit moment zijn we belangrijk werk aan het doen.)
-
Adesso tu bevi un bicchiere d'acqua.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldAdesso stai bevendo un bicchiere d'acqua.(Nu ben je een glas water aan het drinken.)
-
Oggi loro creano una famiglia.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldOggi stanno creando una famiglia.(Vandaag zijn ze een gezin aan het stichten.)
-
In questo periodo noi viviamo insieme da poco.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIn questo periodo stiamo vivendo insieme da poco.(In deze periode zijn we nog maar kort aan het samenwonen.)
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Spreek om de beurt en besluit samen de volgende stap voor het gezin.
- Cosa state facendo ora come coppia o come famiglia? (Wat zijn jullie nu aan het doen als koppel of als gezin?)
- State pensando di sposarvi o di avere un bambino? Perché o perché no? (spiegate) (Denken jullie eraan om te trouwen of een kind te krijgen? Waarom wel of waarom niet? (leg uit))
- Stiamo creando una famiglia (We zijn een gezin aan het vormen)
- Stiamo vivendo insieme da poco (We wonen nog maar kort samen)
- Si stanno sposando il mese prossimo (o si stanno separando) (Ze gaan volgende maand trouwen (of ze gaan uit elkaar))
- stare + gerundio (azione in corso) (stare + gerundio (actie die bezig is))
- gerundio -ando/-endo (creando, vivendo, dicendo, facendo) (gerundio -ando/-endo (creando, vivendo, dicendo, facendo))
- si + stare + gerundio (riflessivi: si stanno sposando) (si + stare + gerundio (wederkerend: si stanno sposando))