Esercizio: Gespreksoefening

Istruzione:

  1. Con l'aiuto delle immagini descrivi cosa devi fare in aeroporto e sull'aereo. (Met behulp van de foto's beschrijf wat je moet doen op het vliegveld en in het vliegtuig.)
  2. Ti piace volare? Perché sì o perché no? (Hou je van vliegen? Waarom of waarom niet?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten