1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (15)

La discussione

La discussione Show

De discussie Show

Il disaccordo

Il disaccordo Show

Het meningsverschil Show

Il compromesso

Il compromesso Show

Het compromis Show

La negoziazione

La negoziazione Show

De onderhandeling Show

L'offerta

L'offerta Show

Het aanbod Show

La controfferta

La controfferta Show

Het tegenvoorstel Show

Il risultato

Il risultato Show

Het resultaat Show

Il discorso

Il discorso Show

De toespraak Show

Persuasivo

Persuasivo Show

Overtuigend Show

Convincente

Convincente Show

Overtuigend Show

Avere un'opinione

Avere un'opinione Show

Een mening hebben Show

Condividere un'idea

Condividere un'idea Show

Een idee delen Show

Credere

Credere Show

Denken / geloven Show

Convincere

Convincere Show

Overtuigen Show

Rifiutare

Rifiutare Show

Weigeren Show

3. Grammatica

4. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Email interna: proposta e controproposta al cliente

Woorden om te gebruiken: compromesso, controfferta, creduto, rifiutato, convincente, disaccordo, negoziazione, risultati, offerta

(Interne e-mail: voorstel en tegenvoorstel aan de klant)

Ieri il team marketing ha presentato una nuova a un importante cliente. Secondo il responsabile, la proposta era chiara e , ma il cliente ha alcuni punti sul prezzo. Nel suo report il responsabile scrive che ha molto nel progetto e che ha spiegato bene i attesi.

Oggi l’azienda prepara una . Nel testo dell’email il responsabile dice che ha ascoltato con attenzione il del cliente e che vuole trovare un . Propone uno sconto piccolo, ma chiede una firma del contratto entro dieci giorni. Alla fine, scrive che spera in una rapida e in un risultato positivo per tutti.
Gisteren heeft het marketingteam een nieuw voorstel gepresenteerd aan een belangrijke klant. Volgens de verantwoordelijke was het voorstel duidelijk en overtuigend, maar de klant heeft op een aantal prijsvoorwaarden bezwaar gemaakt. In zijn verslag schrijft de verantwoordelijke dat hij sterk in het project geloofde en dat hij de verwachte resultaten goed heeft toegelicht.

Vandaag stelt het bedrijf een tegenvoorstel op. In de tekst van de e-mail zegt de verantwoordelijke dat hij het bezwaar van de klant zorgvuldig heeft aangehoord en dat hij een compromis wil vinden. Hij stelt een kleine korting voor, maar vraagt om ondertekening van het contract binnen tien dagen. Tot slot schrijft hij dat hij hoopt op een snelle onderhandeling en op een positief resultaat voor alle partijen.

  1. Perché il cliente non ha accettato completamente la prima proposta dell’azienda?

    (Waarom heeft de klant het eerste voorstel van het bedrijf niet volledig aanvaard?)

  2. Che cosa scrive il responsabile nel suo report sulla prima offerta?

    (Wat schrijft de verantwoordelijke in zijn verslag over het eerste voorstel?)

  3. Quali sono gli elementi principali della controfferta che l’azienda prepara oggi?

    (Wat zijn de belangrijkste onderdelen van het tegenvoorstel dat het bedrijf vandaag voorbereidt?)

  4. Nella tua esperienza lavorativa, ti è capitato di fare un compromesso con un cliente o un collega? Che cosa è successo?

    (Is het jou ooit gebeurd dat je op het werk of met een collega een compromis moest sluiten? Wat gebeurde er?)

  5. writing_instruction: Scrivi 6 o 8 frasi per descrivere una situazione in cui hai dovuto esprimere la tua opinione al lavoro o con amici e hai cercato un compromesso.

    (writing_instruction: Schrijf 6 of 8 zinnen om een situatie te beschrijven waarin je je mening op het werk of met vrienden moest uiten en een compromis zocht.)

  6. useful_expressions:

    (useful_expressions:)

  7. Secondo me / secondo noi…

    (Volgens mij / volgens ons…)

  8. Io penso che…

    (Ik denk dat…)

  9. Possiamo trovare un compromesso…

    (Kunnen we een compromis vinden…)

  10. Sono (non sono) d’accordo con questa proposta perché…

    (Ik ben (ben het niet) eens met dit voorstel omdat…)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ieri in riunione Marco ha detto che ___ la prima offerta del cliente.

(Gisteren zei Marco tijdens de vergadering dat ___ het eerste aanbod van de klant.)

2. Dopo la riunione tutti hanno detto che ___ alle spiegazioni del direttore.

(Na de vergadering zei iedereen dat ___ de uitleg van de directeur.)

3. Il direttore ha detto che ___ il cliente proponendo un piccolo sconto.

(De directeur zei dat ___ de klant door een kleine korting voor te stellen.)

4. Per il prossimo contratto noi ___ l’offerta iniziale se non fosse abbastanza chiara.

(Voor het volgende contract zouden wij ___ het eerste voorstel als het niet duidelijk genoeg zou zijn.)

Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Al lavoro il tuo collega propone una riunione molto lunga il venerdì pomeriggio. Tu non sei d’accordo e vuoi proporre un’altra idea. Esprimi la tua opinione in modo gentile. (Usa: l’opinione, secondo me, non sono d’accordo)

(Op het werk stelt je collega een heel lange vergadering voor op vrijdagmiddag. Jij bent het daar niet mee eens en wilt een ander voorstel doen. Geef je mening op een beleefde manier. (Gebruik: de mening, volgens mij, ik ben het daar niet mee eens))

La mia opinione è  

(Mijn mening is ...)

Voorbeeld:

La mia opinione è che il venerdì pomeriggio non è una buona idea. Secondo me la riunione è meglio la mattina.

(Mijn mening is dat vrijdagmiddag geen goed idee is. Volgens mij is de vergadering beter in de ochtend.)

2. In un bar con un amico decidete dove andare in vacanza insieme. Il tuo amico vuole mare e discoteca, ma tu preferisci una vacanza tranquilla. Fai una piccola controproposta. (Usa: la controfferta, possiamo, forse)

(In een café beslissen jij en een vriend waar jullie samen op vakantie gaan. Je vriend wil zee en discotheek, maar jij geeft de voorkeur aan een rustige vakantie. Doe een klein tegenvoorstel. (Gebruik: het tegenvoorstel, we kunnen, misschien))

Come controfferta possiamo  

(Als tegenvoorstel kunnen we ...)

Voorbeeld:

Come controfferta possiamo andare al mare ma in un posto più tranquillo. Così lui ha il mare e io posso riposare.

(Als tegenvoorstel kunnen we naar zee gaan, maar naar een rustigere plek. Zo heeft hij zee en kan ik uitrusten.)

3. Stai cercando un appartamento in affitto. Il proprietario ti fa un’offerta di 900 euro al mese. Per te è troppo. Prova a negoziare in modo semplice e gentile. (Usa: l’offerta, la negoziazione, è possibile)

(Je zoekt een appartement om te huren. De eigenaar doet je een aanbod van 900 euro per maand. Voor jou is dat te veel. Probeer op een eenvoudige en beleefde manier te onderhandelen. (Gebruik: het aanbod, de onderhandeling, is het mogelijk))

Per me l’offerta  

(Voor mij is het aanbod ...)

Voorbeeld:

Per me l’offerta di 900 euro è un po’ alta. È possibile avere 850 euro al mese? Così per me è più facile.

(Voor mij is het aanbod van 900 euro wat hoog. Is het mogelijk 850 euro per maand te betalen? Dan is het voor mij makkelijker.)

4. Con i tuoi coinquilini discutete su chi pulisce la cucina questa settimana. Tutti sono stanchi. Proponi un piccolo compromesso per trovare un risultato per tutti. (Usa: il compromesso, il risultato, possiamo)

(Met je huisgenoten bespreek je wie deze week de keuken schoonmaakt. Iedereen is moe. Stel een klein compromis voor zodat het voor iedereen werkt. (Gebruik: het compromis, het resultaat, we kunnen))

Un compromesso può essere  

(Een compromis kan zijn ...)

Voorbeeld:

Un compromesso può essere che oggi pulisco io la cucina e la prossima settimana pulisci tu. Così il risultato è giusto per tutti.

(Een compromis kan zijn dat ik vandaag de keuken schoonmaak en jij dat volgende week doet. Zo is het resultaat eerlijk voor iedereen.)

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 6 of 8 zinnen om een situatie te beschrijven waarin je je mening op het werk of met vrienden moest uiten en een compromis zocht.

Nuttige uitdrukkingen:

Secondo me / secondo noi… / Io penso che… / Possiamo trovare un compromesso… / Sono (non sono) d’accordo con questa proposta perché…

Esercizio 6: Gespreksoefening

Istruzione:

  1. Guarda l'immagine e immagina di negoziare un accordo importante. Usa le frasi per discutere i termini. (Kijk naar de afbeelding en stel je voor dat je onderhandelt over een belangrijke deal. Gebruik de zinnen om de voorwaarden te bespreken.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Credo che questa offerta sia equa e sono felice di accettarla.

Ik geloof dat dit aanbod eerlijk is, en ik ben blij het te accepteren.

Senza dubbio, questa proposta sembra soddisfare tutte le nostre esigenze.

Zonder twijfel lijkt dit voorstel aan al onze behoeften te voldoen.

Sono convinto che questo sia un buon punto di partenza per noi per andare avanti.

Ik ben ervan overtuigd dat dit een goed uitgangspunt is voor ons om verder te gaan.

Sono d'accordo con l'offerta, ma vorrei rivedere i dettagli finali prima di firmare.

Ik ga akkoord met het aanbod, maar ik zou graag de definitieve details willen bekijken voordat ik teken.

Non sono d'accordo con questi termini; non sono esattamente ciò che ci aspettavamo.

Ik ga niet akkoord met deze voorwaarden; ze zijn niet helemaal wat we hadden verwacht.

Penso che la controfferta richieda alcune modifiche prima di poter procedere.

Ik denk dat het tegenvoorstel nog wat aanpassingen nodig heeft voordat we verder kunnen gaan.

A mio avviso, i termini proposti sono troppo restrittivi e devono essere rivisti.

Naar mijn mening zijn de voorgestelde voorwaarden te beperkend en moeten ze worden herzien.

Non sono convinto che questa offerta sia la migliore opzione per noi in questo momento.

Ik ben er niet van overtuigd dat dit aanbod op dit moment de beste optie voor ons is.

...