Leer het gebruik van het discours indirect met de passato prossimo voor het uitdrukken van meningen en onderhandelingen, met sleutelwoorden zoals "ha convinto" (heeft overtuigd) en "ha rifiutato" (heeft geweigerd).
Woordenschat (15) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
La negoziazione
De onderhandeling
2
Credere
Geloven
3
La controfferta
De tegenaanbieding
4
Il risultato
Het resultaat
5
Il disaccordo
Het meningsverschil
Oefening 2: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Marco dice che ______ l'offerta perché non era convincente.
(Marco zegt dat hij ______ het aanbod heeft geweigerd omdat het niet overtuigend was.)2. Giulia pensa che tu ______ convinto tutti con il tuo discorso persuasivo.
(Giulia denkt dat jij ______ iedereen hebt overtuigd met je overtuigende toespraak.)3. Paolo e Maria dicono che ______ fatto un compromesso durante la negoziazione.
(Paolo en Maria zeggen dat ze ______ een compromis hebben gesloten tijdens de onderhandeling.)4. Luigi crede che tu ______ parlato con il direttore riguardo all'offerta.
(Luigi gelooft dat jij ______ met de directeur hebt gesproken over het aanbod.)Oefening 4: Het gesprek over het project
Instructie:
Werkwoordschema's
Convincere - Overtuigen
Passato prossimo
- io ho convinto
- tu hai convinto
- lui/lei ha convinto
- noi abbiamo convinto
- voi avete convinto
- loro hanno convinto
Rifiutare - Afwijzen
Passato prossimo
- io ho rifiutato
- tu hai rifiutato
- lui/lei ha rifiutato
- noi abbiamo rifiutato
- voi avete rifiutato
- loro hanno rifiutato
Fare - Doen
Passato prossimo
- io ho fatto
- tu hai fatto
- lui/lei ha fatto
- noi abbiamo fatto
- voi avete fatto
- loro hanno fatto
Credere - Geloven
Passato prossimo
- io ho creduto
- tu hai creduto
- lui/lei ha creduto
- noi abbiamo creduto
- voi avete creduto
- loro hanno creduto
Oefening 5: Il discorso indiretto con il passato prossimo
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: De indirecte rede met de voltooid tegenwoordige tijd
Toon vertaling Toon antwoordendice che ha avuto, dice che è stata, dice che ha ottenuto, dice che ha visto, affermano che hanno fatto, dice che ha rifiutato, dice che è stato, pensa che hai convinto
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A2.41.1 Grammatica
Il discorso indiretto con il passato prossimo
De indirecte rede met de voltooid tegenwoordige tijd
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Rifiutare weigeren Delen Gekopieerd!
Condizionale presente
Italiaans | Nederlands |
---|---|
(io) rifiuterei | ik zou weigeren |
(tu) rifiuteresti | jij zou weigeren |
(lui/lei) rifiuterebbe | hij/zij zou weigeren |
(noi) rifiuteremmo | wij zouden weigeren |
(voi) rifiutereste | jullie zouden weigeren |
(loro) rifiuterebbero | zij zouden weigeren |
Convincere overtuigen Delen Gekopieerd!
Passato prossimo
Italiaans | Nederlands |
---|---|
(io) ho convinto | ik heb overtuigd |
(tu) hai convinto | jij hebt overtuigd |
(lui/lei) ha convinto | hij/zij heeft overtuigd |
(noi) abbiamo convinto | wij hebben overtuigd |
(voi) avete convinto | jullie hebben overtuigd |
(loro) hanno convinto | zij hebben overtuigd |
Credere geloven Delen Gekopieerd!
Passato prossimo
Italiaans | Nederlands |
---|---|
(io) ho creduto | Ik heb geloofd |
(tu) hai creduto | jij hebt geloofd |
(lui/lei) ha creduto | hij/zij heeft geloofd |
(noi) abbiamo creduto | wij hebben geloofd |
(voi) avete creduto | jullie hebben geloofd |
(loro) hanno creduto | zij hebben geloofd |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Italiaans oefenen? Dat is mogelijk! Neem gewoon vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Meningen en onderhandelingen in het Italiaans
Deze les richt zich op hoe je in het Italiaans meningen kunt uiten en onderhandelingen kunt bespreken met behulp van de discorso indiretto (berichtgeving in de indirecte rede) gecombineerd met de passato prossimo (voltooide tijd). Dit is een belangrijk communicatiemiddel om verslag te doen van wat anderen gezegd hebben, zeker in informele en zakelijke situaties.
Belangrijkste leerdoelen
- Begrijpen en toepassen van de discorso indiretto met de passato prossimo.
- Woorden en uitdrukkingen gebruiken om meningen te delen, bijvoorbeeld secondo me (volgens mij), credo che (ik geloof dat), pensa che (hij/zij denkt dat).
- Vocabulaire rondom projecten, onderhandelingen en ervaringen, zoals compromesso (compromis), negoziazione (onderhandeling), rifiutare (weigeren), en convincere (overtuigen).
Voorbeeldzinnen
- Marco dice che ha risolto tutto molto bene.
(Marco zegt dat hij alles heel goed heeft opgelost.) - Giulia pensa che abbia fatto un compromesso interessante.
(Giulia denkt dat er een interessant compromis is gesloten.) - Fabio dice che ha rifiutato alcune proposte.
(Fabio zegt dat hij enkele voorstellen heeft geweigerd.)
De voltooid tegenwoordige tijd (passato prossimo) in de indirecte rede
In deze les leer je werken met het passato prossimo in de indirecte rede, bijvoorbeeld bij het overbrengen van andermans uitspraken over gebeurtenissen uit het verleden. De regelmatige vorm is: subject + hulpwerkwoord (avere/essere) in de tegenwoordige tijd + voltooid deelwoord.
Belangrijke werkwoorden en vervoegingen
- Convincere (overtuigen): io ho convinto, tu hai convinto, lui ha convinto...
- Rifiutare (weigeren): io ho rifiutato, tu hai rifiutato...
- Fare (doen/maken): io ho fatto, tu hai fatto...
- Credere (geloven): io ho creduto, tu hai creduto...
Verschillen tussen het Nederlands en het Italiaans
In het Nederlands gebruiken we vaak de indirecte rede met de aanhaling of met werkwoorden als "zeggen dat" in combinatie met een normale voltooid tegenwoordige tijd. In het Italiaans verandert de werkwoordsvorm vaak wat, vooral bij de combinatie van de discorso indiretto met de passato prossimo. Let op dat in het Italiaans het hulpwerkwoord gewoonlijk in de tegenwoordige tijd staat en het voltooid deelwoord hetzelfde blijft.
Voorbeeld:
Nederlands: Hij zegt dat hij het gedaan heeft.
Italiaans: Dice che ha fatto.
Handige zinnen en woorden
- Secondo me — volgens mij
- Penso che — ik denk dat
- Crede che — hij/zij gelooft dat
- Dice che — hij/zij zegt dat
- Abbiamo fatto un compromesso — we hebben een compromis gesloten
- Ha rifiutato la proposta — hij/zij heeft het voorstel geweigerd