In de video bespreekt een koppel hun plan voor een date in Haarlem.
Dans la vidéo, un couple discute de leur plan pour un rendez-vous à Haarlem.

Exercice 1: Immersion linguistique

Instruction: Regardez la vidéo et répondez aux questions associées.

Mot Traduction
Het idee L'idée
Haarlem ontdekken Découvrir Haarlem
Een cadeau geven Offrir un cadeau
Restaurant Restaurant
Verborgen pareltjes ontdekken Découvrir des pépites cachées
Een nachtje weg Passer une nuit
Een activiteit Une activité
Een drankje doen Prendre un verre
Hoe kwam je op het idee? (Comment t'est venue l'idée ?)
Nou, ik dacht dat het leuk zou zijn om Haarlem te ontdekken. (Je me suis dit que ce serait sympa de découvrir Haarlem.)
Ik vond het een leuk verjaardagscadeau voor jou: samen restaurantjes ontdekken. (Je trouvais que c'était un joli cadeau d'anniversaire pour toi : découvrir des petits restaurants ensemble.)
Voor mij voelt het als het ontdekken van verborgen plekjes in een andere stad. (Pour moi, c'est comme découvrir des endroits cachés dans une autre ville.)
Het is leuk om een dagje weg te gaan, misschien zelfs een nachtje, en samen nieuwe restaurantjes te ontdekken. (C'est agréable de partir une journée, peut‑être même une nuit, et de découvrir ensemble de nouveaux restaurants.)
Als je van lekker eten houdt, is dat een leuke manier om een stad te leren kennen. (Si tu aimes bien manger, c'est une belle façon de découvrir une ville.)
Je vindt mooie plekjes en kunt lekker een drankje doen. (On trouve de beaux endroits et on peut prendre un verre.)

1. Wat willen ze samen doen in Haarlem?

(Que veulent-ils faire ensemble à Haarlem ?)

2. Waarom is het idee een leuk verjaardagscadeau?

(Pourquoi l'idée est‑elle un joli cadeau d'anniversaire ?)

3. Hoe voelt het voor de spreker om naar Haarlem te gaan?

(Comment la locutrice ressent‑elle le fait d'aller à Haarlem ?)

4. Wat kun je daar ook doen naast eten?

(Qu'est‑ce qu'on peut aussi y faire en plus de manger ?)

Exercice 2: Dialogue

Instruction: Lisez le dialogue et répondez aux questions.

Een koppel plant een leuke date na een drukke week

Un couple organise un joli rendez‑vous après une semaine chargée
1. Lars: Hoi liefje. Wat een drukke week! Zullen we vrijdagavond samen iets leuks doen? (Salut mon amour. Quelle semaine chargée ! On fait quelque chose de sympa vendredi soir ?)
2. Emma: Ja, graag! Ik heb echt wat ontspanning nodig. Wat zullen we doen? (Oui, volontiers ! J'ai vraiment besoin de me détendre. Qu'est‑ce qu'on pourrait faire ?)
3. Lars: Zullen we naar de bioscoop gaan? Ze draaien een nieuwe film met Lotte Verbeek. (On va au cinéma ? Ils passent un nouveau film avec Lotte Verbeek.)
4. Emma: Ja, goede actrice, maar we zijn vorige maand al naar de bioscoop geweest. Kunnen we deze keer naar een concert gaan? (Oui, bonne actrice, mais on est déjà allés au cinéma le mois dernier. On pourrait aller à un concert cette fois‑ci ?)
5. Lars: Goed idee! Samen genieten van muziek en weer echt op date. (Bonne idée ! Profiter de la musique ensemble et se retrouver en tête‑à‑tête.)
6. Emma: Er is ook een evenement in het park in de vroege avond. Zullen we daarheen gaan met Sarah en Nick? (Il y a aussi un événement dans le parc en début de soirée. On y va avec Sarah et Nick ?)
7. Lars: Ja, leuk, maar ik ga liever niet op een koppeldate. Gewoon lekker met z'n tweeën. (Oui, sympa, mais je préfère éviter une sortie en double rendez‑vous. Juste tous les deux.)
8. Emma: Prima! We kunnen daarna ook uit eten gaan of naar het theater. (Parfait ! Après, on peut aussi aller dîner ou au théâtre.)
9. Lars: Oké. We kunnen met de fiets naar het restaurant gaan. In het centrum is parkeren lastig. (D'accord. On peut aller au restaurant à vélo. Se garer en centre‑ville est difficile.)
10. Emma: Goed! Liever met de taxi of de tram, dan kunnen we samen een goede fles wijn drinken en gaan we vroeg naar huis. (Super ! Plutôt en taxi ou en tram, comme ça on pourra boire une bonne bouteille de vin ensemble et rentrer tôt.)
11. Lars: Oké, nog één ding: we kruipen vroeg onder de wol, zodat we eindelijk weer wat quality time samen hebben! (D'accord, encore une chose : on se couche tôt, comme ça on aura enfin un peu de temps de qualité tous les deux !)
12. Emma: Mijn collega’s hebben mij uitgenodigd voor een afterwork op vrijdag, maar dit lijkt me een beter plan. (Mes collègues m'ont invitée à un afterwork vendredi, mais ce plan me semble mieux.)

1. Wat wil Emma liever doen dan naar de bioscoop gaan?

(Que préfère faire Emma plutôt qu'aller au cinéma ?)

2. Waarom wil Lars niet met Sarah en Nick naar het evenement?

(Pourquoi Lars ne veut‑il pas aller à l'événement avec Sarah et Nick ?)