Exercice 1: Associer un mot
Instruction: Associez chaque début avec sa fin correcte.
Exercice 2: Préparation à l'examen
Instruction: Lisez le texte, comblez les lacunes avec les mots manquants et répondez aux questions ci-dessous
E-mail aan de huisarts
Remplissez les lacunes: ziek, medicijn, rust, hoest, graag, misselijk, koorts, advies, paracetamol, helpt
(E-mail au médecin généraliste)
Beste huisarts,
Sinds gisteren voel ik mij erg . Ik heb hoge en ik veel. Ik ben ook een beetje . Ik wil vandaag of morgen een afspraak maken. Normaal werk ik op kantoor, maar vandaag blijf ik thuis om te nemen. Ik heb al genomen, maar dat niet goed. Kunt u mij zeggen welk ik kan nemen? Moet ik meteen langskomen of is dat niet nodig? Ik hoor graag uw .
Met vriendelijke groet,
Sara JanssenCher/Chère médecin,
Depuis hier, je me sens très malade. J'ai une forte fièvre et je tousse beaucoup. Je suis aussi un peu nauséeuse. Je voudrais prendre rendez‑vous aujourd'hui ou demain. Normalement, je travaille au bureau, mais aujourd'hui je reste à la maison pour me reposer. J'ai déjà pris du paracétamol, mais cela n'aide pas beaucoup. Pouvez‑vous me dire quel médicament je peux prendre ? Dois‑je venir tout de suite ou est‑ce inutile ? J'attends votre avis.
Cordialement,
Sara Janssen
Exercice 3: Écoutez et répondez aux questions
Instruction: Écoutez les extraits audio et choisissez la bonne réponse aux questions.
Wat wil de man van de huisarts?
Welk advies krijgt de vrouw in de apotheek?
Exercice 4: Choix multiple
Instruction: Choisissez la bonne solution
1. De huisarts ___ u vandaag heel snel.
(Le médecin généraliste ___ vous aide aujourd'hui très rapidement.)2. Mijn collega is erg ziek, dus ik ___ haar graag met het werk.
(Ma collègue est très malade, donc je ___ l'aide volontiers au travail.)3. De dokter ___ nu een recept voor medicijnen, want ik voel me niet zo goed.
(Le docteur ___ maintenant une ordonnance pour des médicaments, car je ne me sens pas très bien.)Exercice 5: Cartes de dialogue
Instruction: Entraînez la conversation avec votre professeur ou vos camarades.
Exercice 6: Répondez à la situation
Instruction: Exercez-vous par deux ou avec votre enseignant.
1. Je belt de huisartsassistente. Je voelt je niet goed. Zeg dat je ziek bent en noem één klacht. Vraag of zij kan helpen. (Gebruik: ziek, helpen, de koorts)
(Vous appelez l’assistante du médecin. Vous ne vous sentez pas bien. Dites que vous êtes malade et mentionnez un symptôme. Demandez si elle peut vous aider. (Utilisez : ziek, helpen, de koorts))Ik ben ziek en
(Ik ben ziek en ...)Exemple:
Ik ben ziek en ik heb koorts. Kunt u mij helpen, alstublieft?
(Ik ben ziek en ik heb koorts. Kunt u mij helpen, alstublieft?)2. Je bent op je werk. Een collega vraagt: ‘Gaat het?’ Je hoest veel en voelt je niet fit. Leg kort uit wat er aan de hand is en zeg dat je misschien griep hebt. (Gebruik: hoesten, de griep, niet zo gezond)
(Vous êtes au travail. Un collègue demande : « Gaat het? » Vous toussez beaucoup et ne vous sentez pas en forme. Expliquez brièvement ce qui se passe et dites que vous avez peut‑être la grippe. (Utilisez : hoesten, de griep, niet zo gezond))Ik hoest veel en
(Ik hoest veel en ...)Exemple:
Ik hoest veel vandaag en ik denk dat ik griep heb. Ik voel me niet zo gezond.
(Ik hoest veel vandaag en ik denk dat ik griep heb. Ik voel me niet zo gezond.)Exercice 7: Rédiger de la correspondance
Instruction: Rédigez une réponse au message suivant appropriée à la situation
Onderwerp: Afspraak huisarts
Beste mevrouw / meneer,
U heeft een afspraak bij de huisarts op maandag om 08.00 uur.
Als u ziek bent met koorts, veel hoesten of als u zich niet goed voelt, komt u graag naar de praktijk. De dokter kan u dan helpen en eventueel een medicijn voorschrijven.
Als u de afspraak wilt verzetten, stuur dan een e-mail.
Met vriendelijke groet,
Huisartsenpraktijk De Brug
Objet : Rendez‑vous chez le médecin
Madame / Monsieur,
Vous avez un rendez‑vous chez le médecin le lundi à 08h00.
Si vous êtes malade avec de la fièvre, une forte toux ou si vous ne vous sentez pas bien, venez de préférence au cabinet. Le docteur pourra alors vous aider et éventuellement vous prescrire un médicament.
Si vous souhaitez reporter le rendez‑vous, envoyez un e‑mail.
Cordialement,
Cabinet médical De Brug
Phrases utiles:
-
Ik voel me ...
(Je me sens ...)
-
Kunt u de afspraak verzetten naar ...?
(Pouvez‑vous reporter le rendez‑vous au ... ?)
-
Alvast bedankt voor uw hulp.
(Merci d’avance pour votre aide.)
Ik voel me ziek. Ik heb koorts en ik hoest veel. Ik ben erg moe en slaap niet goed.
Maandag om 08.00 uur is moeilijk voor mij. Kunt u de afspraak verzetten naar dinsdag of woensdag in de ochtend?
Alvast bedankt voor uw hulp.
Met vriendelijke groet,
[Je naam]
Madame, Monsieur,
Je me sens malade. J’ai de la fièvre et je tousse beaucoup. Je suis très fatigué(e) et je ne dors pas bien.
Lundi à 08h00 est difficile pour moi. Pouvez‑vous reporter le rendez‑vous au mardi ou au mercredi matin ?
Merci d’avance pour votre aide.
Cordialement,
[Votre nom]