Ma routine quotidienne
Ma routine quotidienne

Ma routine quotidienne

Mijn dagelijkse routine


Linda omschrijft haar nieuwe ochtendroutine, met koffie.
Linda décrit sa nouvelle routine matinale, avec du café.

Exercice 1: Immersion linguistique

Instruction: Regardez la vidéo et répondez aux questions associées.

Mot Traduction
Om vier uur opstaan Se lever à quatre heures
De wekker gaat Le réveil sonne
Een kop koffie pakken Prendre une tasse de café
Wakker worden Se réveiller
Mascara opdoen Mettre du mascara
Koffie klaarzetten (voor iemand) Préparer le café (pour quelqu’un)
Naar het werk gaan Aller au travail
(Gaan) ontbijten (Prendre) le petit-déjeuner
Sinds ik nieuwslezeres ben in de ochtendshow is mijn ochtendroutine veranderd. (Depuis que je suis présentatrice du journal dans l’émission matinale, ma routine du matin a changé.)
Om vier uur 's ochtends gaat mijn wekker af; dan sta ik op. (À quatre heures du matin, mon réveil sonne ; alors je me lève.)
Dan ga ik naar het koffiezetapparaat voor een cappuccino. (Ensuite, je vais à la machine à café pour un cappuccino.)
Als de kleine wakker wordt, heb ik een probleem. (Si le petit se réveille, j’ai un problème.)
Alles ligt al klaar van de avond ervoor. (Tout est déjà prêt depuis la veille au soir.)
Ik doe mascara op en pak mijn koffie. (Je mets du mascara et je prends mon café.)
En dan hop, de auto in naar het werk; geen ontbijt in de ochtend! (Et hop, en voiture direction le travail ; pas de petit-déjeuner le matin !)
Ontbijten doe ik als ik klaar ben met werken. (Je prends mon petit-déjeuner quand j’ai fini de travailler.)
Op naar de studio. Het nieuws krijg je van Merel. (En route vers le studio. Les infos, c’est Merel qui vous les donne.)

1. Hoe laat gaat haar wekker af?

(À quelle heure sonne son réveil ?)

2. Wat haalt ze bij het koffiezetapparaat?

(Que prend-elle à la machine à café ?)

3. Wanneer eet ze ontbijt?

(Quand prend-elle le petit-déjeuner ?)

4. Wat veroorzaakt een probleem in de ochtend?

(Qu’est-ce qui cause un problème le matin ?)

Exercice 2: Dialogue

Instruction: Lisez le dialogue et répondez aux questions.

Twee vrienden praten over Linda en haar ochtendroutine

Deux amis parlent de Linda et de sa routine du matin
1. Liam: Heb je het gehoord van Linda? Zij staat om vier uur op! (Tu as entendu parler de Linda ? Elle se lève à quatre heures !)
2. Emma: Ja joh! Dat kan ik echt niet. Ik slaap tot acht uur. (Oui ! Moi, je ne peux vraiment pas. Je dors jusqu’à huit heures.)
3. Liam: Ik sta om negen uur op. Ik scheer me en ontbijt daarna. (Je me lève à neuf heures. Je me rase et je prends ensuite mon petit-déjeuner.)
4. Emma: Ik ook! Ik ontbijt altijd en drink er ook een kop koffie bij. (Moi aussi ! Je prends toujours mon petit-déjeuner et je bois aussi une tasse de café avec.)
5. Liam: Scheer jij je ook? (Toi aussi, tu te rases ?)
6. Emma: Nee, grapjas. Ik was me, doe mascara op en zet de koffie klaar. (Non, clown. Je me lave, je mets du mascara et je prépare le café.)
7. Liam: Oh, oke. Ik ga net als Linda met de auto naar het werk. (Oh, d’accord. Je vais au travail en voiture comme Linda.)
8. Emma: Zullen we morgen samen met de fiets naar het werk gaan in plaats van met de auto? (On y va demain ensemble à vélo au travail au lieu d’y aller en voiture ?)
9. Liam: Ja, dat is goed! Dan begint onze ochtendroutine ontspannen en gezond. (Oui, c’est bon ! Alors, notre routine du matin commence de façon détendue et saine.)

1. Hoe laat staat Linda op?

(À quelle heure Linda se lève-t-elle ?)

2. Wat doen Liam en Emma morgen?

(Que font Liam et Emma demain ?)