B1.30 - Time off and holidays
B1.30 - Time off and holidays

B1.30 - Time off and holidays - Vocabulary

Verlof en feestdagen


Vocabulary (24)

De noodsituatie Show

The emergency Show

Het medische attest Show

The medical certificate Show

Collectieve arbeidsovereenkomst (cao) Show

Collective labour agreement (CLA) Show

De contractclausule Show

The contract clause Show

De vrije dag Show

The day off Show

Een vrije dag aanvragen Show

Request a day off Show

Verlof aanvragen Show

Apply for leave Show

Betaald verlof Show

Paid leave Show

Onbetaald verlof Show

Unpaid leave Show

Ziekteverlof Show

Sick leave Show

Ziekteverlof hebben Show

To be on sick leave Show

Recht hebben op Show

To be entitled to Show

Besluiten tot Show

To decide on Show

Aandringen bij Show

To insist with Show

Meevallen Show

To be better than expected Show

Van tevoren aankondigen Show

To announce in advance Show

Op reis zijn Show

To be on a trip Show

Om persoonlijke redenen Show

For personal reasons Show

Om familiale redenen Show

For family reasons Show

Om medische redenen Show

For medical reasons Show

De pauze Show

The break Show

De werkdag Show

The working day Show

De werkweek Show

The working week Show

De feestdag Show

The public holiday Show

Besluiten (to decide)

Conditionele Verleden Tijd (CVT)


(ik) zou besloten hebben
(jij/je) zou besloten hebben
(hij/zij/ze/het) zou besloten hebben
(wij/we) zouden besloten hebben
(jullie) zouden besloten hebben
(zij/ze) zouden besloten hebben

Aankondigen (to announce)

Conditionele Verleden Tijd (CVT)


(ik) zou aangekondigd hebben
(jij/je) zou aangekondigd hebben
(hij/zij/ze/het) zou aangekondigd hebben
(wij/we) zouden aangekondigd hebben
(jullie) zouden aangekondigd hebben
(zij/ze) zouden aangekondigd hebben