B1.17 - Fine dining
B1.17 - Fine dining

B1.17 - Fine dining - Vocabulary

Fijn dineren


Vocabulary (20)

Het voorgerecht Show

The starter Show

Het hoofdgerecht Show

The main course Show

Het nagerecht Show

The dessert Show

Het gerecht Show

The dish Show

Proost Show

Cheers Show

Heerlijk Show

Delicious Show

De tafel dekken Show

To set the table Show

Wijn combineren met Show

To pair wine with Show

Ruiken naar Show

To smell of Show

Smaken naar Show

To taste of Show

Genieten van Show

To enjoy Show

Aandacht besteden aan Show

To pay attention to Show

Dronken zijn Show

To be drunk Show

Openen Show

To open Show

Serveren Show

To serve Show

Dienen met Show

To serve with Show

Volstaan met Show

To suffice with Show

Te spreken zijn over Show

To be pleased with Show

Zich vergenoegen met Show

To content oneself with Show

Proosten Show

To make a toast Show

Proosten (to toast)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb geproost
(jij/je) hebt geproost
(hij/zij/ze/het) heeft geproost
(wij/we) hebben geproost
(jullie) hebben geproost
(zij/ze) hebben geproost

Wijn combineren met (to pair wine with)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb wijn gecombineerd met
(jij/je) hebt wijn gecombineerd met
(hij/zij/ze/het) heeft wijn gecombineerd met
(wij/we) hebben wijn gecombineerd met
(jullie) hebben wijn gecombineerd met
(zij/ze) hebben wijn gecombineerd met