Gebruik voordat, nadat, als, wanneer om de tijdsvolgorde van handelingen te beschrijven.
(Usa
- 'Voordat' indica una acción que ocurre primero.
- 'Nadat' indica una acción posterior.
- Usa 'als' y 'wanneer' para acciones futuras o condicionales.
| Tijdsbepaling (Marcador temporal) | Betekenis (Significado) | Voorbeeld (Ejemplo) |
|---|---|---|
| Voordat | Gebeurtenis vooraf (Evento anterior) | Voordat ik ga werken, ontbijt ik. (Antes de que vaya a trabajar, desayuno.) |
| Nadat | Gebeurtenis achteraf (Evento posterior) | Nadat ik heb gegeten, poets ik mijn tanden. (Después de que he comido, me cepillo los dientes.) |
| Als | Bij een voorwaarde (Con una condición) | Als ik ga slapen, poets ik mijn tanden. (Cuando me voy a dormir, me cepillo los dientes.) |
| Wanneer | Specifiek moment (Momento específico) | Wanneer mijn huid droog is, gebruik ik zalf. (Cuando mi piel está seca, uso pomada.) |
Ejercicio 1: Opción múltiple
Instrucción: Elige la respuesta correcta
1. _____ ik deze shampoo koop, wil ik weten of hij goed is voor een gevoelige huid.
_____ ik deze shampoo koop, wil ik weten of hij goed is voor een gevoelige huid.)2. _____ ik mijn handen heb gewassen, gebruik ik altijd een beetje zalf tegen een droge huid.
_____ ik mijn handen heb gewassen, gebruik ik altijd een beetje zalf tegen een droge huid.)3. _____ ik zweet na het sporten, gebruik ik meteen deodorant.
_____ ik zweet na het sporten, gebruik ik meteen deodorant.)4. _____ mijn huid rood wordt van deze zeep, stop ik direct met wassen en bel ik de huisarts.
_____ mijn huid rood wordt van deze zeep, stop ik direct met wassen en bel ik de huisarts.)Ejercicio 2: Opción múltiple
Instrucción: Elige en cada serie la frase que utiliza correctamente 'antes de', 'después de', 'si' o 'cuando' para indicar tiempo o una condición.
Ejercicio 3: Reescribe las frases
Instrucción: Reescribe las oraciones. Une las dos partes en una sola oración con antes de, después de, si o cuando (presta atención al orden de las palabras: proposición subordinada — verbo al final).
-
⇒ _______________________________________________ ExampleVoordat ik naar mijn werk ga, drink ik koffie.(Voordat ik naar mijn werk ga, drink ik koffie.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleNadat ik gegeten heb, poets ik mijn tanden.(Nadat ik gegeten heb, poets ik mijn tanden.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleVoordat ik ga slapen, neem ik een douche.(Voordat ik ga slapen, neem ik een douche.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleAls mijn pillen bijna op zijn, vul ik mijn medicijnen aan.(Als mijn pillen bijna op zijn, vul ik mijn medicijnen aan.)
Ejercicio 4: Gramática en acción
Instrucción: Cuenta a un compañero tu rutina de baño y hazle preguntas de seguimiento sobre sus hábitos.
- Wat doe jij altijd voordat je gaat douchen? (¿Qué haces siempre antes de ducharte?)
- Wat doe je direct nadat je klaar bent met douchen? Waarom doe je dat? (¿Qué haces justo después de terminar de ducharte? ¿Por qué lo haces?)
- Voordat ik douche, leg ik mijn tandenborstel en tandpasta klaar. (Antes de ducharme, coloco mi cepillo de dientes y la pasta dental.)
- Nadat ik douche, gebruik ik shampoo en daarna deodorant. (Después de ducharme, uso champú y después desodorante.)
- Als mijn huid droog is, smeer ik zalf. (Si mi piel está seca, me aplico pomada.)
- voordat + bijzin (antes de + oración subordinada)
- nadat + voltooid deelwoord (después de + participio pasado)
- als/wanneer + voorwaarde of gewoonte (si/cuando + condición o hábito)