1. Inmersión lingüística

2. Vocabulario (12)

De baby

De baby Mostrar

El bebé Mostrar

Een kind krijgen

Een kind krijgen Mostrar

Tener un hijo Mostrar

De tiener

De tiener Mostrar

El adolescente Mostrar

De volwassene

De volwassene Mostrar

El adulto Mostrar

Het huisdier

Het huisdier Mostrar

La mascota Mostrar

Het koppel

Het koppel Mostrar

La pareja Mostrar

De relatie

De relatie Mostrar

La relación Mostrar

Een gezin stichten

Een gezin stichten Mostrar

Formar una familia Mostrar

Samenwonen

Samenwonen Mostrar

Vivir juntos Mostrar

Trouwen

Trouwen Mostrar

Casarse Mostrar

Scheiden

Scheiden Mostrar

Divorciarse Mostrar

Sterven

Sterven Mostrar

Morir Mostrar

4. Ejercicios

Ejercicio 1: Redacción de correspondencia

Instrucción: Escribe una respuesta al siguiente mensaje adecuada a la situación

Mensaje de WhatsApp: Recibes un mensaje de WhatsApp de tu amiga neerlandesa Maaike sobre ir a vivir juntos, casarse y quizás tener un hijo; responde a su mensaje y cuéntale sobre tus planes y dudas.


Hey [jouw naam],

Hoe gaat het? Ik moest aan je denken, omdat ik veel aan de toekomst denk de laatste tijd.

Jasper en ik wonen nu twee jaar samen in ons appartement. We praten nu vaker over onze relatie en over later. Hij zei gisteren: "Ik zou misschien wel willen trouwen over een paar jaar." Dat was een verrassing voor mij!

Ik weet het niet zo goed. Ik zou graag eerst een huis willen kopen. Misschien zouden we dan pas aan een gezin moeten denken. Soms denk ik: eerst een huisdier, dan een baby. Maar ik ben ook een beetje bang. Een kind wordt ook een tiener natuurlijk…

Hoe is dat bij jou en je partner? Praten jullie over samenwonen of een kind krijgen? Zou jij willen trouwen, of vind je dat niet zo belangrijk? En hoe zie jij je leven over 5 of 10 jaar? Met kinderen, of zonder?

Ik ben benieuwd naar jouw mening. Je zou mij echt helpen als je eerlijk zegt wat jij zou doen in mijn situatie.

Liefs,
Maaike


Hola [tu nombre],

¿Cómo estás? He pensado en ti, porque últimamente pienso mucho en el futuro.

Jasper y yo llevamos ahora dos años conviviendo en nuestro apartamento. Ahora hablamos más a menudo sobre nuestra relación y sobre el futuro. Ayer dijo: "quizás me gustaría casarme dentro de unos años." ¡Eso fue una sorpresa para mí!

No lo sé muy bien. Me gustaría comprar antes una casa. Quizá entonces deberíamos pensar en una familia. A veces pienso: primero una mascota, luego un bebé. Pero también tengo un poco de miedo. Un niño también se convierte en adolescente, claro…

¿Cómo es eso contigo y tu pareja? ¿Hablan ustedes de convivir o de tener un hijo? ¿Te gustaría casarte, o no te parece tan importante? ¿Y cómo te imaginas la vida dentro de 5 o 10 años? ¿Con hijos o sin ellos?

Tengo curiosidad por tu opinión. Me ayudarías mucho si me dijeras sinceramente qué harías en mi situación.

Un abrazo,
Maaike


Entiende el texto:

  1. Wat zijn de twijfels van Maaike over trouwen en een gezin stichten?

    (¿Cuáles son las dudas de Maaike sobre casarse y formar una familia?)

  2. Welke hulp of advies vraagt Maaike precies aan jou in haar bericht?

    (¿Qué tipo de ayuda o consejo te pide Maaike exactamente en su mensaje?)

Frases útiles:

  1. Bedankt voor je bericht, ik zou graag zeggen dat...

    (Gracias por tu mensaje, me gustaría decir que...)

  2. Over vijf of tien jaar zou ik graag...

    (Dentro de cinco o diez años me gustaría...)

  3. In jouw situatie zou ik misschien...

    (En tu situación quizá yo...)

Hoi Maaike,

Leuk om van je te horen! Met mij gaat het goed, dank je.

Ik snap je twijfels heel goed. Trouwen is voor mij niet heel belangrijk, maar ik zou misschien later toch willen trouwen voor de duidelijkheid met papieren en zo. Ik zou graag eerst stabiel werk en een iets groter huis willen hebben. Dan zouden we pas aan een gezin denken.

Mijn partner en ik praten soms over samenwonen. We zouden misschien volgend jaar willen samenwonen, maar een kind nu nog niet. Ik zou eerst een huisdier willen, om te zien hoe dat gaat. Over vijf of tien jaar zie ik mezelf wel als volwassene met misschien één kind, maar alleen als onze relatie sterk blijft.

In jouw situatie zou ik rustig praten met Jasper. Jullie zouden misschien eerst kunnen kijken of jullie een huis kunnen kopen, en daarna pas denken aan trouwen of een baby.

Liefs,
[jouw naam]

Hola Maaike,

¡Qué bien saber de ti! Estoy bien, gracias.

Entiendo muy bien tus dudas. Casarse no es algo muy importante para mí, pero quizá más adelante me gustaría casarme por cuestiones legales y de papeles. Primero me gustaría tener un trabajo estable y una casa un poco más grande. Entonces solo pensaríamos en tener una familia.

Mi pareja y yo a veces hablamos de convivir. Quizá nos gustaría mudarnos juntos el año que viene, pero por ahora no un hijo. Primero querría una mascota, para ver cómo va. Dentro de cinco o diez años me veo como adulto con quizá un hijo, pero solo si nuestra relación sigue siendo fuerte.

En tu situación yo hablaría con calma con Jasper. Quizá primero podríais ver si podéis comprar una casa y después pensar en casaros o en tener un bebé.

Un abrazo,
[tu nombre]

Ejercicio 2: Opción múltiple

Instrucción: Elige la solución correcta

1. Ik ___ graag binnenkort met mijn partner samenwonen.

(Yo ___ me gustaría vivir pronto con mi pareja.)

2. We ___ misschien een huisdier nemen als we een huis kopen.

(Nosotros ___ quizás tendríamos una mascota si compramos una casa.)

3. Hij ___ graag binnen vijf jaar een gezin willen stichten.

(Él ___ le gustaría formar una familia dentro de cinco años.)

4. Jullie ___ aan de toekomst moeten denken voordat jullie trouwen.

(Vosotros ___ deberíais pensar en el futuro antes de casaros.)

Ejercicio 3: Tarjetas de diálogo

Instrucción: Selecciona una situación y practica la conversación con tu profesor o compañeros.

Ejercicio 4: Responde a la situación

Instrucción: Practica en parejas o con tu profesor.

1. Je praat met een collega die vraagt of je plannen hebt om ooit een gezin te stichten. Leg kort uit wat jouw ideeën zijn over een gezin stichten. (Gebruik: een gezin stichten, plannen, toekomst)

(Hablas con un colega que te pregunta si tienes planes de formar una familia algún día. Explica brevemente cuáles son tus ideas sobre formar una familia. (Usa: formar una familia, planes, futuro))

Ik wil graag een gezin stichten  

(Me gustaría formar una familia ...)

Ejemplo:

Ik wil graag over een paar jaar een gezin stichten, omdat ik het belangrijk vind om kinderen te hebben en een fijn thuis te creëren.

(Me gustaría formar una familia dentro de unos años porque creo que es importante tener hijos y crear un hogar agradable.)

2. Een vriend vraagt hoe je relatie is met je partner en of jullie samenwonen. Antwoord met een korte uitleg. (Gebruik: de relatie, samenwonen, gezellig)

(Un amigo pregunta cómo es tu relación con tu pareja y si viven juntos. Responde con una explicación breve. (Usa: la relación, convivir, agradable))

Onze relatie is  

(Nuestra relación es ...)

Ejemplo:

Onze relatie is heel goed. We wonen al twee jaar samen en het is erg gezellig.

(Nuestra relación es muy buena. Ya llevamos dos años conviviendo y es muy agradable.)

3. Je buurvrouw vraagt of je al hebt nagedacht over trouwen en waarom dat belangrijk voor jou is. Geef eenvoudig je mening. (Gebruik: trouwen, belangrijk, toekomst)

(Tu vecina pregunta si ya has pensado en casarte y por qué eso es importante para ti. Da tu opinión de manera sencilla. (Usa: casarse, importante, futuro))

Trouwen vind ik  

(Para mí casarse es ...)

Ejemplo:

Trouwen vind ik belangrijk, want het is een mooie stap voor de toekomst en het voelt als een speciale verbintenis.

(Para mí, casarse es importante porque es un paso bonito para el futuro y se siente como un compromiso especial.)

4. Je collega vraagt of je al kinderen wilt krijgen en wat je plannen zijn. Vertel kort wat je denkt over kinderen krijgen. (Gebruik: een kind krijgen, plannen, tijd)

(Tu colega pregunta si quieres tener hijos y cuáles son tus planes. Explica brevemente qué piensas sobre tener hijos. (Usa: tener un hijo, planes, tiempo))

Ik denk dat  

(Creo que ...)

Ejemplo:

Ik denk dat we over een paar jaar een kind willen krijgen als we er klaar voor zijn en genoeg tijd hebben voor het gezin.

(Creo que queremos tener un hijo en unos años, cuando estemos preparados y tengamos suficiente tiempo para la familia.)

5. Je praat met een familielid over het leven van tieners en volwassenen in een gezin. Leg uit wat jij belangrijk vindt in de relatie tussen tiener en volwassene. (Gebruik: de tiener, de volwassene, respect)

(Hablas con un familiar sobre la vida de adolescentes y adultos en una familia. Explica qué consideras importante en la relación entre adolescente y adulto. (Usa: el adolescente, el adulto, respeto))

Voor een tiener is  

(Para un adolescente es ...)

Ejemplo:

Voor een tiener is het belangrijk dat volwassenen respect tonen en helpen bij moeilijke keuzes in het leven.

(Para un adolescente es importante que los adultos muestren respeto y ayuden con las decisiones difíciles en la vida.)

Ejercicio 5: Ejercicio de escritura

Instrucción: Escribe 6 u 8 oraciones cortas sobre tus planes para tu familia o relaciones en el futuro (por ejemplo, convivir, casarse, tener hijos, mascota) y cómo encaja eso con tu trabajo en los Países Bajos.

Expresiones útiles:

In de toekomst zou ik graag… / Ik wil later misschien… / Voor mij is belangrijk dat… / Ik denk dat dit goed past bij mijn werk, omdat…

Oefening 6: Ejercicio de conversación

Instructie:

  1. Wat is de volgende grote stap die (jouw partner en) jij wilt zetten? (¿Cuál es el próximo gran paso que (tu pareja y) tú queréis dar?)
  2. Zou je een gezin willen stichten? (¿Te gustaría formar una familia?)
  3. Zou je huisdieren willen hebben? Waarom wel of niet? (¿Te gustaría tener mascotas? ¿Por qué o por qué no?)

Pautas docentes +/- 10 minutos

Frases de ejemplo:

Mijn partner en ik gaan in juni trouwen.

Mi pareja y yo nos casamos en junio.

Ik heb geen partner, maar mijn beste vriend en ik zijn net samen gaan wonen.

No tengo pareja, pero mi mejor amigo y yo nos acabamos de mudar juntos.

Ik wil binnenkort een gezin stichten. Ik zou graag 3 kinderen willen hebben.

Me gustaría formar una familia pronto. Me encantaría tener 3 hijos.

Ik wil in de toekomst geen kinderen. Mijn partner en ik zijn heel gelukkig zonder hen.

No quiero tener hijos en el futuro. Mi pareja y yo somos muy felices sin ellos.

Ik zou later graag een hond en twee katten willen hebben. Ik ben opgegroeid met huisdieren en ik zou hetzelfde willen voor mijn kinderen.

Me gustaría tener un perro y dos gatos más adelante. Crecí con mascotas y me gustaría lo mismo para mis hijos.

Een huisdier is een grote verantwoordelijkheid en met ons werk en twee kinderen hebben we niet genoeg tijd om voor een huisdier te zorgen.

Una mascota supone mucha responsabilidad y con nuestro trabajo y dos hijos no tenemos suficiente tiempo para cuidar de una mascota.

...