1. Nauka przez zanurzenie w języku

2. Słownictwo (15)

Het platteland

Het platteland Pokaż

Plątteland Pokaż

Het dorp

Het dorp Pokaż

Wieś Pokaż

De boerderij

De boerderij Pokaż

Gospodarstwo Pokaż

De boer

De boer Pokaż

Rolnik Pokaż

De schuur

De schuur Pokaż

Stodoła Pokaż

De natuur

De natuur Pokaż

Przyroda Pokaż

De wei

De wei Pokaż

Pastwisko Pokaż

De molen

De molen Pokaż

Młyn Pokaż

De koe

De koe Pokaż

Krowa Pokaż

Het paard

Het paard Pokaż

Koń Pokaż

Het varken

Het varken Pokaż

Świnia Pokaż

Het schaap

Het schaap Pokaż

Owca Pokaż

De geit

De geit Pokaż

Koza Pokaż

De kip

De kip Pokaż

Kura Pokaż

Voeden

Voeden Pokaż

Karmić Pokaż

4. Ćwiczenia

Ćwiczenie 1: Pisanie korespondencji

Instrukcja: Napisz odpowiedź na następującą wiadomość odpowiednią do sytuacji

E-mail: Otrzymasz e-mail od małego hotelu na wsi z informacjami o weekendzie; odpowiedz, aby zadać pytania i opowiedzieć o swoich planach.


Beste gast,

Bedankt voor uw interesse in Hotel De Paardenwei in ons rustige dorp. Ons hotel ligt midden in de natuur, naast een kleine boerderij met koeien, schapen en kippen. U kunt daar helpen met het voeden van de dieren.

In het weekend organiseren we een korte fietstocht langs een oude molen en door de wei. Heeft u nog vragen over activiteiten of vervoer vanaf het station?

Met vriendelijke groet,
Marieke Jansen
Hotel De Paardenwei


Szanowny Gościu,

Dziękujemy za zainteresowanie Hotelem De Paardenwei w naszej spokojnej wiosce. Nasz hotel położony jest pośród przyrody, obok niewielkiego gospodarstwa z krowami, owcami i kurami. Można tam pomagać przy dokarmianiu zwierząt.

W weekend organizujemy krótką wycieczkę rowerową wzdłuż starego młyna i przez łąkę. Czy mają Państwo jakieś pytania dotyczące atrakcji lub transportu ze stacji?

Z poważaniem,
Marieke Jansen
Hotel De Paardenwei


Zrozum tekst:

  1. Wat kun je doen op of bij de boerderij als je in Hotel De Paardenwei logeert?

    (Co można robić na lub przy gospodarstwie, jeśli zatrzymasz się w Hotelu De Paardenwei?)

  2. Welke vragen stelt Marieke in haar e-mail aan de gast?

    (Jakie pytania zadaje Marieke w swoim e-mailu gościowi?)

Przydatne zwroty:

  1. Bedankt voor uw e-mail over het weekend op het platteland.

    (Dziękuję za Państwa e-mail dotyczący weekendu na wsi.)

  2. Ik heb nog een vraag over...

    (Mam jeszcze pytanie dotyczące...)

  3. Ik kom graag naar uw hotel en wil graag weten...

    (Chętnie przyjadę do Państwa hotelu i chciałbym/chciałabym wiedzieć...)

Beste mevrouw Jansen,

Bedankt voor uw e-mail over Hotel De Paardenwei. Het klinkt heel leuk in uw dorp.

Ik heb nog een paar vragen. Hoe kom ik van het station naar uw hotel? Is er een bus of moet ik een taxi nemen? En wanneer is de fietstocht langs de molen, op zaterdag of zondag? Moet ik zelf een fiets meenemen of kan ik er één huren bij u?

Ik kom waarschijnlijk in het weekend van 12 mei. Ik hoor graag van u.

Met vriendelijke groet,
[Je naam]

Szanowna Pani Jansen,

Dziękuję za e-mail dotyczący Hotelu De Paardenwei. Brzmi to bardzo zachęcająco.

Mam jeszcze kilka pytań. Jak dojadę ze stacji do Państwa hotelu? Czy kursuje autobus, czy będę musiał/musiała wziąć taksówkę? Kiedy odbywa się wycieczka rowerowa przy młynie — w sobotę czy w niedzielę? Czy muszę przywieźć własny rower, czy można go u Państwa wypożyczyć?

Prawdopodobnie przyjadę w weekend 12 maja. Czekam na wiadomość.

Z poważaniem,
[Twoje imię]

Ćwiczenie 2: Wielokrotny wybór

Instrukcja: Wybierz poprawne rozwiązanie

1. Volgend weekend ___ ik het platteland ontdekken en een oude boerderij bezoeken.

(W następny weekend ___ odkryję okolice wiejskie i odwiedzę starą farmę.)

2. Mijn collega ___ mij morgen een mooie dorpsstraat laten zien en samen zullen we ook de molen ontdekken.

(Mój kolega ___ mi jutro pokaże ładną wiejską uliczkę, a razem odkryjemy też młyn.)

3. Tijdens onze vakantie ___ ik elke ochtend de dieren op de boerderij voeden.

(Podczas naszych wakacji ___ będę każdego ranka karmić zwierzęta na farmie.)

4. De boer ___ in de namiddag de koeien in de wei voeden en daarna zal hij zijn gasten het dorp laten ontdekken.

(Rolnik ___ po południu nakarmi krowy na pastwisku, a potem pokaże gościom wieś.)

Ćwiczenie 3: Karty dialogowe

Instrukcja: Wybierz sytuację i przećwicz rozmowę z nauczycielem lub kolegami z klasy.

Ćwiczenie 4: Zareaguj na sytuację

Instrukcja: Ćwiczenia w parach lub z nauczycielem.

1. Je plant in het weekend een dagje naar het platteland met een collega. Jullie willen een rustig dorp bezoeken met mooie natuur. Vraag je collega of hij/zij mee wil en vertel kort wat je daar wilt doen. (Gebruik: het platteland, de natuur, wandelen)

(Planujesz weekendowy wypad na wieś z kolegą z pracy. Chcecie odwiedzić spokojną miejscowość z piękną przyrodą. Zapytaj kolegę, czy chce iść z tobą i krótko powiedz, co zamierzasz tam robić. (Użyj: het platteland, de natuur, wandelen))

Op het platteland  

(Op het platteland ...)

Przykład:

Op het platteland wil ik graag wandelen in de natuur en even weg zijn van de stad. Ga je mee dit weekend?

(Op het platteland wil ik graag wandelen in de natuur en even weg zijn van de stad. Ga je mee dit weekend?)

2. Je praat met een Nederlandse collega die uit een klein dorp komt. Je bent nieuwsgierig en vraagt hoe het leven in het dorp is. Vertel ook iets kort over jouw eigen woonplaats. (Gebruik: het dorp, rustig, druk)

(Rozmawiasz z holenderskim kolegą, który pochodzi z małej miejscowości. Jesteś ciekaw, jak wygląda życie w tym miasteczku. Powiedz też krótko o swoim miejscu zamieszkania. (Użyj: het dorp, rustig, druk))

In mijn dorp  

(In mijn dorp ...)

Przykład:

In mijn dorp is het best rustig, maar er is een supermarkt en een paar cafés. In de grote stad waar ik nu woon is het veel drukker.

(In mijn dorp is het best rustig, maar er is een supermarkt en een paar cafés. In de grote stad waar ik nu woon is het veel drukker.)

3. Je bent met vrienden op vakantie in Nederland en jullie bezoeken een boerderij. Je legt uit welk boerderijdier jij het leukste vindt en waarom. (Gebruik: de boerderij, de koe, het paard, leuk vinden)

(Jesteś na wakacjach w Holandii z przyjaciółmi i odwiedzacie farmę. Wyjaśnij, które zwierzę gospodarskie lubisz najbardziej i dlaczego. (Użyj: de boerderij, de koe, het paard, leuk vinden))

Op de boerderij  

(Op de boerderij ...)

Przykład:

Op de boerderij vind ik de koe het leukst, want ik vind het interessant hoe ze melk geven en de hele dag in de wei staan.

(Op de boerderij vind ik de koe het leukst, want ik vind het interessant hoe ze melk geven en de hele dag in de wei staan.)

4. Je belt een kleine camping op het platteland. Je wilt vragen of er activiteiten met boerderijdieren zijn voor kinderen, zoals de dieren voeden. Stel een korte, duidelijke vraag en zeg voor welke dag je informatie wilt. (Gebruik: de boerderij, de kinderen, voeden)

(Dzwonisz na mały kemping na wsi. Chcesz zapytać, czy są zajęcia z udziałem zwierząt gospodarskich dla dzieci, np. karmienie zwierząt. Zadaj krótkie, jasne pytanie i powiedz, na który dzień chcesz uzyskać informację. (Użyj: de boerderij, de kinderen, voeden))

Ik wil graag  

(Ik wil graag ...)

Przykład:

Ik wil graag weten of de kinderen op de boerderij de dieren mogen voeden. Heeft u zulke activiteiten aanstaande zaterdag?

(Ik wil graag weten of de kinderen op de boerderij de dieren mogen voeden. Heeft u zulke activiteiten aanstaande zaterdag?)

Ćwiczenie 5: Ćwiczenie pisemne

Instrukcja: Napisz 6 lub 8 zdań o weekendzie, który chciałbyś spędzić na wsi: dokąd pojedziesz, co tam zobaczysz i jakie aktywności chcesz robić.

Przydatne wyrażenia:

Ik zou graag naar ... gaan, omdat ... / Op het platteland wil ik vooral ... / Ik vind het leuk om ... te zien / In het weekend hoop ik ook tijd te hebben om ...

Oefening 6: Ćwiczenie z konwersacji

Instructie:

  1. Beschrijf de activiteiten op de afbeeldingen en geef een reactie daarop. (Opisz aktywności na obrazach i skomentuj je.)
  2. Waar ben je opgegroeid? Op het platteland of in de stad? (Gdzie dorastałeś? Na wsi czy w mieście?)
  3. Moest je voor dieren zorgen? Boerderijdieren of huisdieren? (Czy musiałeś opiekować się zwierzętami? Zwierzętami hodowlanymi czy domowymi?)

Wytyczne nauczania +/- 10 minut

Przykładowe zwroty:

Ik ben opgegroeid op het platteland.

Dorastałem na wsi.

Mijn familie heeft een boerderij, dus ik hielp veel met de verzorging van de varkens, koeien en kippen.

Moja rodzina ma gospodarstwo, więc dużo pomagałem opiekować się świniami, krowami i kurami.

Ik ben opgegroeid in een kleine stad. Mijn familie had een hond. Ik hielp om voor hem te zorgen.

Dorastałem w małym mieście. Moja rodzina miała psa. Pomagałem się nim opiekować.

Ik ben opgegroeid in Berlijn, de hoofdstad van Duitsland. We hadden maar een klein appartement, dus hadden we nooit een huisdier.

Dorastałem w Berlinie, stolicy Niemiec. Mieliśmy tylko małe mieszkanie, więc nigdy nie mieliśmy zwierzątka.

De boer voert de kippen wat maïs.

Rolnik karmi kury kukurydzą.

Ze plukken appels in de velden.

Zbierają jabłka na polach.

De boer bewerkt het veld.

Rolnik uprawia pole.

...