De voltooid tegenwoordige toekomende tijd beschrijft acties die in de toekomst afgerond zullen zijn.
(Le futur antérieur (temps futur accompli) décrit des actions qui seront terminées dans le futur.)
- Forme : zullen + participe passé + hebben / zijn
| Persoon (Personne) | zullen + voltooid deelwoord + hebben (zullen + participe passé + hebben) | zullen + voltooid deelwoord + zijn (zullen + participe passé + zijn) |
|---|---|---|
| ik (je) | zal getekend hebben (j’aurai signé) | zal verhuisd zijn naar (j’aurai déménagé à/vers) |
| jij/je/u (tu/vous) | zal getekend hebben (tu auras signé / vous aurez signé) | zal verhuisd zijn naar (tu auras déménagé à/vers / vous aurez déménagé à/vers) |
| hij/zij/het (il/elle/ça) | zal getekend hebben (il/elle aura signé) | zal verhuisd zijn naar (il/elle aura déménagé à/vers) |
| wij/we (nous) | zullen getekend hebben (nous aurons signé) | zullen verhuisd zijn naar (nous aurons déménagé à/vers) |
| jullie (vous) | zullen getekend hebben (vous aurez signé) | zullen verhuisd zijn naar (vous aurez déménagé à/vers) |
| zij/ze (ils/elles) | zullen getekend hebben (ils/elles auront signé) | zullen verhuisd zijn naar (ils/elles auront déménagé à/vers) |
Exercice 1: Choix multiple
Instruction: Choisissez la bonne réponse
1. U ______ morgen vóór 12.00 uur getekend hebben.
Vous ______ aurez signé demain avant 12 h 00.2. Als we volgende week de sleutel krijgen, ______ al verhuisd zijn naar het lichte appartement in het appartementencomplex.
Si nous recevons la clé la semaine prochaine, ______ aura déjà déménagé dans l’appartement lumineux du complexe d’appartements.3. Tegen die tijd ______ alle verhuisdozen uitgepakt hebben en zullen we gewend zijn aan de nieuwe buurt.
D’ici là, ______ aurons déballé toutes les cartons de déménagement et nous nous serons habitués au nouveau quartier.4. Na de opzegtermijn ______ van adres veranderd zijn, dus stuur de post naar zijn nieuwe woning in de buitenwijken.
Après le délai de préavis, ______ aura changé d’adresse, alors envoyez le courrier à son nouveau logement en périphérie.Exercice 2: Réécrivez les phrases
Instruction: Réécrivez la phrase au futur antérieur (zullen + participe passé + hebben/zijn). Exemple : « Demain vers 17h00, je terminerai le rapport. » → « Demain vers 17h00, j'aurai terminé le rapport. »
-
Morgen om 12.00 uur rond ik de presentatie af.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ ExempleMorgen om 12.00 uur zal ik de presentatie afgerond hebben.(Demain à 12 h 00, j’aurai terminé la présentation.)
-
Vanavond om 20.00 uur lever jij het formulier in.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ ExempleVanavond om 20.00 uur zal jij het formulier ingeleverd hebben.(Ce soir à 20 h 00, tu auras remis le formulaire.)
-
Volgende week vrijdag tekenen wij het contract.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ ExempleVolgende week vrijdag zullen wij het contract getekend hebben.(Vendredi prochain, nous aurons signé le contrat.)
-
Over twee maanden verhuist zij naar Rotterdam.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ ExempleOver twee maanden zal zij naar Rotterdam verhuisd zijn.(Dans deux mois, elle aura déménagé à Rotterdam.)
Exercice 3: Grammaire en action
Instruction: Discutez des éléments qui seront finalisés d'ici cette date de déménagement.
- Welke administratieve stappen zullen jullie al geregeld hebben vóór de sleuteloverdracht? (Quelles démarches administratives aurez-vous déjà effectuées avant la remise des clés ?)
- Wat verwacht jij dat je tegen die datum getekend zal hebben en waarom? (Qu’est-ce que tu penses avoir signé d’ici cette date et pourquoi ?)
- Tegen die datum zal ik het huurcontract getekend hebben. (D’ici cette date, j’aurai signé le contrat de location.)
- Over twee weken zullen we verhuisd zijn naar de buitenwijken. (Dans deux semaines, nous aurons déménagé en banlieue.)
- De opzegtermijn - wanneer zal je van adres veranderd zijn? (Le préavis - quand auras-tu changé d’adresse ?)
- zal/zullen + voltooid deelwoord + hebben (zal/zullen + participe passé + hebben)
- zal/zullen + voltooid deelwoord + zijn (zal/zullen + participe passé + zijn)