A1.29 - Lichamelijke toestanden en sensaties
A1.29 - Lichamelijke toestanden en sensaties

A1.29 - Lichamelijke toestanden en sensaties - Spreken

Stany fizyczne i odczucia


Ćwiczenie: Gespreksoefening

  1. Jak ludzie się czują w tych sytuacjach? (Hoe voelen de mensen zich in die situaties?)
  2. Opowiedz, jak się czujesz, używając słownictwa. (Vertel hoe je je voelt met behulp van de woordenschat.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten