Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

To biurko jest bardziej praktyczne niż tamten duży stół w salonie. (Dit bureau is praktischer dan die grote tafel in de woonkamer.)
Wolę okrągły stół w kuchni niż prostokątny stół w salonie. (Ik geef de voorkeur aan een ronde tafel in de keuken boven een rechthoekige tafel in de woonkamer.)
Ten wąski regał jest tak wysoki jak szeroka szafa w sypialni. (Die smalle boekenkast is even hoog als de brede kledingkast in de slaapkamer.)
Na planie mieszkania rysuję duży kwadrat, bo tam będzie nasz salon. (Op de plattegrond van het appartement teken ik een groot vierkant, want daar komt onze woonkamer.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Nowe logo biura architektonicznego

Vul de lege plekken in: zapamiętania, projekty, kwadrat, prostokąt, ściany, logo, pasuje, porównuje, koło

(Nieuw logo voor het architectenbureau)

W naszym biurze architektonicznym wybieramy nowe . Na stole leżą trzy . Pierwszy to mały niebieski . Drugi to duże czerwone . Trzeci to wysoki w dwóch kolorach.

Szef kształty. Mówi, że koło jest bardziej nowoczesne niż kwadrat, a prostokąt jest bardziej elegancki niż koło. Dla niego prostokąt najlepiej do firmy, bo domy często mają prostokątne i okna. Ja lubię koło, ale logo firmy nie musi być tak ładne jak plakat. Ważne, żeby było proste i łatwe do .
In ons architectenbureau kiezen we een nieuw logo. Op tafel liggen drie ontwerpen. Het eerste is een kleine blauwe vierkant. Het tweede is een grote rode cirkel. Het derde is een hoge rechthoek in twee kleuren.

De directeur vergelijkt de vormen. Hij zegt dat de cirkel moderner is dan het vierkant, en dat de rechthoek eleganter is dan de cirkel. Voor hem past de rechthoek het beste bij het bedrijf, omdat huizen vaak rechthoekige muren en ramen hebben. Ik houd van de cirkel, maar het bedrijfslogo hoeft niet zo mooi te zijn als een poster. Belangrijk is dat het eenvoudig is en gemakkelijk te onthouden.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Dzień dobry, mam pytanie o stolik. Ten okrągły lepiej pasuje do małego salonu niż duży, kwadratowy. Okrągły stół jest też lżejszy niż prostokątny.

Który stolik według kobiety lepiej pasuje do małego salonu?

(Welke tafel past volgens de vrouw beter bij een kleine woonkamer?)
2. Patrzę na dwa budynki w centrum. Wysoki biurowiec jest bardziej wąski niż niski, szeroki dom obok. Dom jest tak prosty jak mój blok, ale biurowiec ma ciekawszy kształt.

Jak mężczyzna opisuje wysoki budynek w centrum?

(Hoe beschrijft de man het hoge gebouw in het centrum?)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Na kursie architektury wnętrz często ___ różne kształty stolików.

(Tijdens de cursus interieurarchitectuur ___ ik vaak verschillende vormen van bijzettafels.)

2. Na zajęciach ___ prosty plan mojego małego mieszkania.

(Tijdens de lessen ___ ik een eenvoudig plan van mijn kleine appartement.)

3. W pracy ___ dwa biura: jedno jest bardziej wysokie niż szerokie.

(Op het werk ___ we twee kantoren: het ene is hoger dan het andere is breed.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Jesteś w sklepie z meblami. Sprzedawca pyta, jaki stół chcesz do biura. Odpowiedz i opisz kształt stołu. (Użyj: okrągły, prostokątny, do biura)

(Je bent in een meubelwinkel. De verkoper vraagt welke tafel je voor het kantoor wilt. Beantwoord en beschrijf de vorm van de tafel. (Gebruik: rond, rechthoekig, voor kantoor))

Chcę stół    

(Chcę stół ...)

Voorbeeld:

Chcę stół okrągły do małego biura.

(Chcę stół okrągły do małego biura.)

2. Rozmawiasz z grafikiem o nowym logo firmy. On pyta, jaki kształt logo wolisz. Odpowiedz krótko. (Użyj: trójkąt, koło, wolę)

(Je praat met een ontwerper over een nieuw bedrijfslogo. Hij vraagt welke vorm van het logo je liever hebt. Antwoord kort. (Gebruik: driehoek, cirkel, ik geef de voorkeur aan))

W logo wolę    

(W logo wolę ...)

Voorbeeld:

W logo wolę prosty trójkąt, nie koło.

(W logo wolę prosty trójkąt, nie koło.)

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Cześć! Tu Magda. Jestem w sklepie z ramkami. Chcę kupić ramkę na plakat do Twojego salonu.

Są dwie:

  • A: prostokątna, duża, czarna
  • B: kwadratowa, mała, biała

Którą wybierasz? Wolisz coś większego czy mniejszego?


Hoi! Hier is Magda. Ik ben in de lijstjeswinkel. Ik wil een lijst kopen voor een poster in jouw woonkamer.

Er zijn er twee:

  • A: rechthoekig, groot, zwart
  • B: vierkant, klein, wit

Welke kies je? Heb je liever iets groters of kleiners?


Nuttige zinnen:

  1. Wybieram ramkę…

    (Ik kies de lijst…)

  2. Wolę… ponieważ…

    (Ik geef de voorkeur aan… omdat…)

  3. Ramka jest duża/mała i…

    (De lijst is groot/klein en…)

Cześć Magda! Dzięki. Wybieram ramkę A. Wolę prostokątną i większą, bo plakat jest wysoki. Czarna ramka pasuje do salonu. Proszę, kup A.

Hoi Magda! Bedankt. Ik kies lijst A. Ik geef de voorkeur aan de rechthoekige en grotere lijst, omdat de poster hoog is. Een zwarte lijst past bij de woonkamer. Kun je A kopen, alsjeblieft?