Zaimki wskazujące to słowa używane do wskazywania konkretnych osób, rzeczy lub miejsc, określające ich odległość od mówiącego.
(Aanwijzende voornaamwoorden zijn woorden die worden gebruikt om naar specifieke personen, dingen of plaatsen te wijzen en die hun afstand tot de spreker aangeven.)
- De aanwijzende voornaamwoorden ten, ta, to, ci, te worden verbogen naar naamval en geslacht.
| Rodzaj (Geslacht) | Zaimek wskazujący | Przykład (Voorbeeld) |
|---|---|---|
| męski (mannelijk) | ten | ten mężczyzna |
| żeński (vrouwelijk) | ta | ta kobieta |
| nijaki (onzijdig) | to | to dziecko |
| męskoosobowy (mannelijk persoonlijk) | ci | ci mężczyźni |
| niemęskoosobowy (niet‑mannelijk persoonlijk) | te | te kobiety, te dzieci |
Oefening: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. ___ kolega z biura jest dziś bardzo zdenerwowany.
___ collega van het kantoor is vandaag erg gespannen.)2. ___ rozmowa z klientem jest dla mnie bardzo stresująca.
___ gesprek met de klant is voor mij erg stressvol.)3. ___ ćwiczenie z emocji jest dla mnie trochę trudne.
___ oefening over emoties vind ik een beetje moeilijk.)4. ___ osoby na zdjęciu wyglądają na bardzo smutne.
___ personen op de foto zien er erg verdrietig uit.)Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. ___ kolega z biura jest dziś bardzo zdenerwowany.
___ collega van het kantoor is vandaag erg gespannen.)2. ___ rozmowa z klientem jest dla mnie bardzo stresująca.
___ gesprek met de klant is voor mij erg stressvol.)3. ___ ćwiczenie z emocji jest dla mnie trochę trudne.
___ oefening over emoties vind ik een beetje moeilijk.)4. ___ osoby na zdjęciu wyglądają na bardzo smutne.
___ personen op de foto zien er erg verdrietig uit.)Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Zet de zinnen om door het zelfstandig naamwoord tussen haakjes te vervangen door het passende aanwijzend voornaamwoord (die, dat, deze, die (mv), deze (mv)). Voorbeeld: To jest (mężczyzna) → To jest ten mężczyzna.
-
⇒ _______________________________________________ ExampleTo jest ten mężczyzna.(To jest ten mężczyzna.)
Oefening 3: Grammatica in actie
Instructie: Beschrijf om de beurt de foto en vergelijk de emoties van de mensen erop.
- Które zdjęcie pokazuje najbardziej szczęśliwą osobę? Dlaczego? (Welke foto toont volgens jou de gelukkigste persoon? Waarom?)
- Która osoba jest twoim zdaniem najbardziej zdenerwowana? Opowiedz o tym zdjęciu. (Welke persoon lijkt volgens jou het meest gestrest/nerveus? Vertel over die foto.)
- Ten mężczyzna jest szczęśliwy. (Deze man is gelukkig.)
- Ta kobieta jest zdenerwowana. (Deze vrouw is gestrest.)
- To dziecko jest przestraszone. (Dit kind is bang.)
- ten, ta, to + emocja (deze, dit + emotie)
- ci, te + ludzie i ich uczucia (deze + mensen en hun gevoelens)