Zaimki wskazujące to słowa używane do wskazywania konkretnych osób, rzeczy lub miejsc, określające ich odległość od mówiącego.

(Aanwijzende voornaamwoorden zijn woorden die worden gebruikt om naar specifieke personen, dingen of plaatsen te wijzen en die hun afstand tot de spreker aangeven.)

Wat doen ten, ta, to, ci, te eigenlijk?

In het Pools betekenen ten, ta, to, ci, te ongeveer: “deze / die”.

Ze horen altijd bij een zelfstandig naamwoord en laten zien:

  • het geslacht (mannelijk, vrouwelijk, onzijdig, …)
  • het getal (enkelvoud / meervoud)

In deze les kijk je alleen naar de mannelijke, vrouwelijke, onzijdige vormen in de mianownik (de basisvorm, “woordenboekvorm”).

Stap 1 – Koppel ten / ta / to aan het geslacht

Onthoud eerst de drie enkelvoudsvormen.

Geslacht (enkelvoud) Poolse vorm Voorbeeld Vergelijking met Nederlands
mannelijk ten ten mężczyzna deze man
vrouwelijk ta ta kobieta deze vrouw
onzijdig to to dziecko dit kind
  • ten gebruik je bij mannelijke woorden: ten kolega, ten film, ten problem.
  • ta gebruik je bij vrouwelijke woorden: ta koleżanka, ta rozmowa, ta firma.
  • to gebruik je bij onzijdige woorden: to dziecko, to spotkanie, to biuro.

Zelfcheck:

  • Kun jij bij ten mężczyzna, ta kobieta, to dziecko zeggen waarom precies ten / ta / to gebruikt wordt?

Stap 2 – Hoe herken je het geslacht van het woord?

Je kunt het geslacht meestal raden aan de eindletter van het zelfstandig naamwoord (mianownik, enkelvoud).

Uitgang Meestal geslacht Voorbeelden Vorm aanwijzend vnw.
medeklinker mannelijk mężczyzna, kolega*, film, komputer ten
-a vrouwelijk kobieta, koleżanka, firma, kawa ta
-o, -e, -ę, -um onzijdig dziecko, biuro, muzeum, imię to

*Let op: sommige personen op -a zijn grammaticaal nog steeds mannelijk, zoals mężczyzna, kolega. Je herkent dat aan de betekenis.

Praktische strategie:

  1. Kijk naar de laatste letter van het woord.
  2. Bepaal het geslacht.
  3. Kies daarbij ten / ta / to.

Mini-test: Welke vorm past?

  • ___ problem (eindigt op medeklinker) → ten problem
  • ___ kawa (eindigt op -a) → ta kawa
  • ___ biuro (eindigt op -o) → to biuro

Stap 3 – Meervoud: ci en te

In het meervoud heb je twee vormen:

Soort groep Poolse vorm Voorbeeld Vergelijking met Nederlands
mannelijk-persoonlijk
(minstens één man)
ci ci mężczyźni, ci koledzy deze mannen
alle andere meervouden:
alleen vrouwen, kinderen, dingen, dieren…
te te kobiety, te dzieci, te problemy deze vrouwen / kinderen / problemen
  • Gebruik ci alleen als de groep personen met minstens één man is.
  • Gebruik te in alle andere gevallen: alleen vrouwen, gemengde dingen, voorwerpen, abstracte woorden.

Voorbeelden:

  • ci mężczyźni (mannen) → er zijn mannen, dus ci.
  • ci pracownicy (medewerkers, gemengde groep met mannen) → ci.
  • te kobiety (vrouwen) → geen man in de groep, dus te.
  • te dzieci (kinderen) → kinderen = geen “mannelijk-persoonlijk”, dus te.
  • te problemy (problemen) → dingen, dus te.

Typische fouten:

  • ci kobietyte kobiety
  • te mężczyźnici mężczyźni

Zelfcheck: Kun jij uitleggen waarom het te dzieci is en niet ci dzieci?

Stap 4 – Let op de plaats in de zin

In deze les gebruik je de voornaamwoorden vooral in twee patronen:

  1. Voor het zelfstandig naamwoord
  • ten mężczyzna jest spokojny. – Deze man is rustig.
  • ta kobieta jest zdenerwowana. – Deze vrouw is nerveus.
  • to dziecko jest wesołe. – Dit kind is vrolijk.
  • ci mężczyźni są zmęczeni. – Deze mannen zijn moe.
  • te kobiety są zadowolone. – Deze vrouwen zijn tevreden.
  1. Na “to jest / to są …” (heel belangrijk in gesprekken)
  • To jest ten mężczyzna z IT. – Dat is die man van IT.
  • To jest ta menedżerka z HR. – Dat is die manager van HR.
  • To jest to dziecko mojego kolegi. – Dat is dat kind van mijn collega.
  • To są ci klienci z Niemiec. – Dat zijn die klanten uit Duitsland (met mannen).
  • To są te osoby z naszego zespołu. – Dat zijn die personen uit ons team.

Zelfcheck:

  • Kun jij één zin maken met Ten … jest … en één met To jest ten …?

Stap 5 – Korte beslisboom: welke vorm kies ik?

Gebruik deze mini-beslisboom als geheugensteun.

  1. Is het enkelvoud?
    • Ja → Ga naar stap 2.
    • Nee, meervoud → Ga naar stap 3.
  2. Enkelvoud: op welke letter eindigt het woord?
    • medeklinker → meestal ten
    • -a → meestal ta
    • -o, -e, -ę, -um → meestal to
    • Twijfel? Kijk in het woordenboek naar het geslacht.
  3. Meervoud: wie / wat is de groep?
    • personen met minstens één man → ci
    • alle andere gevallen (alleen vrouwen, kinderen, dieren, dingen, abstract) → te

Stap 6 – Veelvoorkomende vragen (FAQ)

  • Is er verschil tussen “deze” en “die” in het Pools?
    In deze les niet: ten / ta / to / ci / te kun je als “deze / die” vertalen. Afstand (hier / daar) negeren we nu.
  • Veranderen deze vormen nog?
    Ja, in andere naamvallen (bijv. na een voorzetsel) veranderen ze. In deze unit zie je ze alleen in de basisvorm, dus zoals in de tabel.
  • Waarom is het “te dzieci”, terwijl “dzieci” meervoud is?
    “Dzieci” zijn kinderen, dus geen “mannelijk-persoonlijk” meervoud. Daarom gebruik je te, net als bij vrouwen of dingen.

Stap 7 – Snelle zelftest

Kun je onderstaande vragen zonder spieken beantwoorden?

  1. Welke vormen gebruik je in het enkelvoud? Noem ze met geslacht.
  2. Welke twee vormen heb je in het meervoud? Wanneer gebruik je welke?
  3. Welk aanwijzend voornaamwoord hoort bij: biuro, kobieta, mężczyźni, dzieci, problem?
  4. Kun jij in het Pools zeggen: “Dit kind is bang”, “Deze vrouwen zijn moe”, “Dat zijn die mannen van marketing”?

Kun je dit allemaal beantwoorden en zinnen maken zoals:

  • Ten kolega jest dziś zdenerwowany.
  • Ta rozmowa jest trudna.
  • To ćwiczenie jest ciekawe.
  • Ci mężczyźni są spokojni.
  • Te osoby są smutne.

Dan ben je klaar om deze vormen actief in gesprekken te gebruiken.

  1. De aanwijzende voornaamwoorden ten, ta, to, ci, te worden verbogen naar naamval en geslacht.
Rodzaj (Geslacht)Zaimek wskazującyPrzykład (Voorbeeld)
męski (mannelijk)tenten mężczyzna
żeński (vrouwelijk)tata kobieta
nijaki (onzijdig)toto dziecko
męskoosobowy (mannelijk persoonlijk)cici mężczyźni
niemęskoosobowy (niet‑mannelijk persoonlijk)tete kobiety, te dzieci

 

Oefening: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. ___ kolega z biura jest dziś bardzo zdenerwowany.

___ collega van het kantoor is vandaag erg gespannen.)

2. ___ rozmowa z klientem jest dla mnie bardzo stresująca.

___ gesprek met de klant is voor mij erg stressvol.)

3. ___ ćwiczenie z emocji jest dla mnie trochę trudne.

___ oefening over emoties vind ik een beetje moeilijk.)

4. ___ osoby na zdjęciu wyglądają na bardzo smutne.

___ personen op de foto zien er erg verdrietig uit.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. ___ kolega z biura jest dziś bardzo zdenerwowany.

___ collega van het kantoor is vandaag erg gespannen.)

2. ___ rozmowa z klientem jest dla mnie bardzo stresująca.

___ gesprek met de klant is voor mij erg stressvol.)

3. ___ ćwiczenie z emocji jest dla mnie trochę trudne.

___ oefening over emoties vind ik een beetje moeilijk.)

4. ___ osoby na zdjęciu wyglądają na bardzo smutne.

___ personen op de foto zien er erg verdrietig uit.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Zet de zinnen om door het zelfstandig naamwoord tussen haakjes te vervangen door het passende aanwijzend voornaamwoord (die, dat, deze, die (mv), deze (mv)). Voorbeeld: To jest (mężczyzna) → To jest ten mężczyzna.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (ten) To jest (mężczyzna).
    ⇒ _______________________________________________ Example
    To jest ten mężczyzna.
    (To jest ten mężczyzna.)
  2. Hint Hint (ta) To jest (kobieta).
    ⇒ _______________________________________________ Example
    To jest ta kobieta.
    (To jest ta kobieta.)
  3. Hint Hint (to) To jest (dziecko).
    ⇒ _______________________________________________ Example
    To jest to dziecko.
    (To jest to dziecko.)
  4. Hint Hint (ci) To są (mężczyźni).
    ⇒ _______________________________________________ Example
    To są ci mężczyźni.
    (To są ci mężczyźni.)
  5. Hint Hint (te) To są (kobiety).
    ⇒ _______________________________________________ Example
    To są te kobiety.
    (To są te kobiety.)
  6. Hint Hint (te) To są (dzieci).
    ⇒ _______________________________________________ Example
    To są te dzieci.
    (To są te dzieci.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Beschrijf om de beurt de foto en vergelijk de emoties van de mensen erop.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
W pracy oglądacie zdjęcia z prezentacji o emocjach zespołu.
(Op het werk bekijken jullie foto’s uit een presentatie over de emoties binnen het team.)

Bespreek
  • Które zdjęcie pokazuje najbardziej szczęśliwą osobę? Dlaczego? (Welke foto toont volgens jou de gelukkigste persoon? Waarom?)
  • Która osoba jest twoim zdaniem najbardziej zdenerwowana? Opowiedz o tym zdjęciu. (Welke persoon lijkt volgens jou het meest gestrest/nerveus? Vertel over die foto.)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ten mężczyzna jest szczęśliwy. (Deze man is gelukkig.)
  • Ta kobieta jest zdenerwowana. (Deze vrouw is gestrest.)
  • To dziecko jest przestraszone. (Dit kind is bang.)

Gebruik in gesprek
  • ten, ta, to + emocja (deze, dit + emotie)
  • ci, te + ludzie i ich uczucia (deze + mensen en hun gevoelens)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Joanna Majchrowska

Master Spaanse filologie

University of Lodz

University_Logo

Polen


Laatst bijgewerkt:

woensdag, 18/02/2026 16:38