Leer in deze les hoe je de tijd aangeeft en een klok leest in het Pools, met praktische woorden zoals 'godzina' (uur), 'minuta' (minuut), en zinnen zoals „Która jest godzina?” (Hoe laat is het?). Ontdek ook uitdrukkingen voor afspraken zoals „Spotkamy się o siedemnastej” (We spreken af om vijf uur 's middags).
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Wijs de onderstaande woorden toe aan de juiste categorieën die te maken hebben met de klok en het aangeven van tijd.
Elementy zegara
Określanie czasu
Ćwiczenie 4: Gespreksoefening
Instrukcja:
- Hoe laat is het op de foto's? (Hoe laat is het op de foto's?)
- Hoe laat is het op dit moment? (Hoe laat is het nu?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Jest w pół do czwartej. Het is half 4. |
Jest czwarta po południu. Het is vier uur in de middag. |
Za piętnaście dwunasta. Het is kwart voor twaalf. |
Jest dziesięć po piątej. Het is tien over vijf. |
Jest kwadrans po dziesiątej rano. Het is kwart over tien in de ochtend. |
Jest pierwsza w nocy. Het is één uur 's nachts. |
... |
Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Która jest godzina? Zegarek _____, że jest trzynasta.
(Hoe laat is het? De klok _____ dat het één uur 's middags is.)2. Pracuję od ósmej rano do szesnastej po południu, więc zaczynam pracę, gdy zegar _____ ósma.
(Ik werk van acht uur 's ochtends tot vier uur 's middags, dus ik begin te werken als de klok _____ acht slaat.)3. Dzisiaj jest piękna, jesienna pogoda, pada lekki deszcz i _____ chłodno.
(Vandaag is het mooi herfstweer, het regent licht en het _____ koel.)4. O której godzinie _____ się nasze spotkanie z przyjaciółmi?
(Hoe laat _____ onze ontmoeting met vrienden beginnen?)Oefening 7: Hoe ik de tijd aangeef op het werk en thuis
Instructie:
Werkwoordschema's
Wstawać - Opstaan
Czas teraźniejszy
- ja wstaję
- ty wstajesz
- on/ona/ono wstaje
- my wstajemy
- wy wstajecie
- oni/one wstają
Przygotowywać - Maken
Czas teraźniejszy
- ja przygotowuję
- ty przygotowujesz
- on/ona/ono przygotowuje
- my przygotowujemy
- wy przygotowujecie
- oni/one przygotowują
Być - Zijn
Czas teraźniejszy
- ja jestem
- ty jesteś
- on/ona/ono jest
- my jesteśmy
- wy jesteście
- oni/one są
Zacząć się - Beginnen
Czas teraźniejszy
- ja zaczynam się
- ty zaczynasz się
- on/ona/ono zaczyna się
- my zaczynamy się
- wy zaczynacie się
- oni/one zaczynają się
Pytać - Vragen
Czas teraźniejszy
- ja pytam
- ty pytasz
- on/ona/ono pyta
- my pytamy
- wy pytacie
- oni/one pytają
Spotykać się - Ontmoeten
Czas teraźniejszy
- ja spotykam się
- ty spotykasz się
- on/ona/ono spotyka się
- my spotykamy się
- wy spotykacie się
- oni/one spotykają się
Oglądać - Kijken
Czas teraźniejszy
- ja oglądam
- ty oglądasz
- on/ona/ono ogląda
- my oglądamy
- wy oglądacie
- oni/one oglądają
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Pools oefenen? Dat is mogelijk! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Tijd aangeven en de klok aflezen in het Pools
In deze les leer je hoe je met het Pools de tijd kunt vragen, vertellen en begrijpen. Het gaat om basiszinnen en uitdrukkingen waarmee je de klok kunt aflezen en spreken over uren, minuten en specifieke momenten van de dag. De les is gericht op A1-niveau, dus ideaal voor beginners die de Poolse tijdsaanduidingen willen beheersen.
Belangrijke woordenschat over de klok
Je leert woorden die te maken hebben met de klok en tijdsaanduiding, zoals tarcza (klokplaat), wskazówka (wijzer), cyfra (cijfer) en zegarek (polshorloge). Daarnaast komen basisbegrippen voor tijd aan bod, zoals godzina (uur), minuta (minuut), kwadrans (kwartier) en pół (half). Deze termen vormen de basis van hoe je in het Pools de tijd benoemt en leest.
Veelvoorkomende zinnen om naar de tijd te vragen en te vertellen
- "Która jest teraz godzina?" (Hoe laat is het nu?)
- "Zegar wskazuje dwie godziny." (De klok wijst twee uur aan.)
- "Spotkamy się o siedemnastej." (We ontmoeten elkaar om vijf uur 's middags.)
- "Mam spotkanie o trzeciej po południu." (Ik heb een afspraak om drie uur 's middags.)
- "Zaczynamy lekcję o dziewiątej rano." (We beginnen de les om negen uur 's ochtends.)
Praktische dialogen en situaties
Via verschillende dialogen leer je in realistische situaties vragen naar de tijd te stellen en te antwoorden. Bijvoorbeeld in het kantoor, op het busstation of in een café. Dit maakt het gebruik van tijdsaanduidingen natuurlijk en toepasbaar in het dagelijks leven.
Grammatica en werkwoordvervoegingen rond tijd
De les bevat ook oefeningen met werkwoordvervoegingen in de tegenwoordige tijd die vaak met tijdsaanduidingen voorkomen, zoals pokazywać (tonen), bić (slaan, in dit geval voor de klok), być (zijn), en zaczynać się (beginnen). Door deze werkwoorden correct te vervoegen en gebruiken, kun je heldere en juiste tijdsaanduidingen formuleren.
Verschillen tussen het Nederlands en Pools bij tijdsaanduiding
In het Pools wordt vaak gebruikgemaakt van de 24-uursnotatie voor tijd, bijvoorbeeld piętnaście (15:00) in plaats van 3 uur 's middags. Daarnaast worden delen van de dag expliciet genoemd: rano (ochtend), po południu (middag), en wieczorem (avond).
Een voorbeeld is de zin: "Mam spotkanie o trzeciej po południu." Dit betekent letterlijk "Ik heb een afspraak om drie uur in de middag," wat in het Nederlands vaak gewoon als "om drie uur" wordt gezegd, afhankelijk van context.
Een handige uitdrukking om te vragen hoe laat het is: "Przepraszam, która jest godzina?", vergelijkbaar met het Nederlandse "Pardon, hoe laat is het?"
Ook woorden zoals kwadrans (kwartier) en pół (half) worden veel gebruikt in tijdsaanduidingen, vergelijkbaar met het Nederlands.