Ćwiczenie: Gespreksoefening
Instrukcja:
- Opisz narodowość każdej osoby. (Beschrijf de nationaliteit van elke persoon.)
- Powiedz, gdzie oni teraz mieszkają. (Zeg waar ze momenteel wonen.)
- Powiedz, gdzie mieszkasz. (Vertel waar je woont.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten