A1.11 - Rangtelwoorden
A1.11 - Rangtelwoorden

A1.11 - Rangtelwoorden - Spreken

Liczebniki porządkowe


Ćwiczenie: Gespreksoefening

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

  1. Na którym piętrze mieszka każda osoba? (Op welke verdieping woont elke persoon?)
  2. Czy mieszkasz w mieszkaniu? Na którym piętrze mieszkasz? (Woon je in een appartement? Op welke verdieping woon je?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Oefening: Schrijfopdracht (AI+)

Instructie: Schrijf een kort bericht (4 of 5 zinnen) aan een collega: vermeld op welke verdieping het kantoor is en wanneer het eerste, tweede en derde blok van de vergadering beginnen. (AI+)

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Nuttige uitdrukkingen:

Recepcja jest na parterze. / Biuro jest na piątym piętrze. / Pierwszy blok zaczyna się o 9:00. / Przy rejestracji podaj imię i nazwisko.