Ćwiczenie: Gespreksoefening

Instrukcja:

  1. Wyobraź sobie, że jesteś na targu. Co chciałbyś kupić? Jak płacisz? (Stel je voor dat je op de markt bent. Wat zou je willen kopen? Hoe betaal je?)
  2. Nazwij i omów ceny. Czy jest tanio czy drogo? Poproś o zniżkę. (Noem en bespreek de prijzen. Is het goedkoop of duur? Vraag om een korting.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten