Ćwiczenie: Gespreksoefening

Instrukcja:

  1. Opisz objawy każdej osoby. (Beschrijf de symptomen van elke persoon.)
  2. Jesteś u lekarza: stwórz dialog. (Je bent bij de dokter: creëer een dialoog.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten