A1.26 - Zintuigen en waarnemen
A1.26 - Zintuigen en waarnemen

A1.26 - Zintuigen en waarnemen - Spreken

Zmysły i postrzeganie


Ćwiczenie: Gespreksoefening

  1. Opisz przeciwieństwa na obrazkach, używając porównań (więcej niż, tak jak, mniej niż). (Beschrijf de tegenstelling in de afbeeldingen met vergelijkingen (meer dan, zo ... als, minder dan).)
  2. Stwórz dialog z pytaniami o preferencje: jedzenie słodkie czy słone, napoje słodkie czy gorzkie itd. (Maak een dialoog waarin voorkeuren worden gevraagd: zoet of zout eten, zoete of bittere dranken, enzovoort.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten