A1.6 - Je leeftijd zeggen
A1.6 - Je leeftijd zeggen

A1.6 - Je leeftijd zeggen - Spreken

Podawanie wieku


Ćwiczenie: Gespreksoefening

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

  1. Podaj imię i wiek każdej osoby na obrazie. (Zeg de naam en de leeftijd van elke persoon op de afbeelding.)
  2. Powiedz, ile masz lat. (Zeg je eigen leeftijd.)
  3. Zapytaj innych o ich wiek. (Vraag de anderen naar hun leeftijd.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Oefening: Schrijfopdracht (AI+)

Instructie: Schrijf een kort bericht aan een collega (3 of 4 zinnen): hoe oud je bent, wanneer je jarig bent (dag en maand) en of je naar Ania's verjaardag gaat. (AI+)

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Nuttige uitdrukkingen:

Mam ... lat. / Urodziny mam ... (dnia) ... (miesiąca). / Przyjdę na urodziny. / Nie mogę przyjść.