A1.2 - Je naam vertellen
A1.2 - Je naam vertellen

A1.2 - Je naam vertellen - Spreken

Podawanie swojego imienia


Ćwiczenie: Gespreksoefening

  1. Powiedz pełne imię i nazwisko każdej osoby. (Noem de volledige naam en de achternaam van elke persoon.)
  2. Odegraj dialog, w którym pytasz kogoś o imię i przedstawiasz się. (Speel een dialoog waarin je iemand naar hun naam vraagt en jezelf voorstelt.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten