Ćwiczenie: Gespreksoefening

Instrukcja:

  1. Powiedz pełne imię i nazwisko każdej osoby. (Noem de volledige naam en de achternaam van elke persoon.)
  2. Odegraj dialog, w którym pytasz kogoś o imię i przedstawiasz się. (Speel een dialoog waarin je iemand naar hun naam vraagt en jezelf voorstelt.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten