Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Oefening 2: Examenvoorbereiding (QR: Audio)
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Lista zakupów do pracy i do domu
Vul de lege plekken in: liście zakupów, supermarketu, kupić, kasie, jogurt, świeże, sprzedawcę
(Boodschappenlijst voor werk en thuis)
Notatka: Dziś po pracy idę do . Chcę jedzenie na dwa dni i coś do picia. Na mam: pomidory, ogórek, paprykę, jabłka, banany, jogurt, szynkę, sok i ciastka. Proszę: wszystko .
W sklepie, przy , sprawdzam listę i pytam o jeden produkt: gdzie jest naturalny. Sprzedawca mówi, że jest w lodówkach obok sera. Jeśli czegoś nie ma, kupuję podobny produkt i dopisuję go na listę zakupów.Notitie (telefoon): Vandaag ga ik na het werk naar de supermarkt. Ik wil eten kopen voor twee dagen en iets te drinken. Op de boodschappenlijst staan: tomaten, komkommer, paprika, appels, bananen, yoghurt, ham, sap en koekjes. Graag alles vers.
In de winkel, bij de kassa, controleer ik de lijst en vraag ik de verkoper naar één product: waar de natuurlijke yoghurt is. De verkoper zegt dat die in de koelingen naast de kaas ligt. Als iets er niet is, koop ik een vergelijkbaar product en noteer ik het op de boodschappenlijst.
Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audio en beantwoord de vragen.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Co kobieta chce kupić na obiad?
O co pyta mężczyzna?
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Codziennie ___ w supermarkecie jogurt i sok.
(Elke dag koop ik in de supermarkt yoghurt en sap.)2. Czy ty ___ dziś banany i jabłka na listę zakupów?
(Koop jij vandaag bananen en appels voor de boodschappenlijst?)3. Sprzedawca ___ świeże pomidory i ogórki przy kasie.
(De verkoper verkoopt verse tomaten en komkommers bij de kassa.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Oefening 6: Reageer op de situatie (QR: AI+)
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Jesteś w domu i piszesz listę zakupów na dziś (jedzenie i napoje). Powiedz, co kupujesz. (Użyj: lista zakupów, jabłko, jogurt)
(Je bent thuis en schrijft de boodschappenlijst voor vandaag (eten en drinken). Zeg wat je koopt. (Gebruik: boodschappenlijst, appel, yoghurt))Na liście zakupów mam
(Op de boodschappenlijst heb ik ...)Voorbeeld:
Na liście zakupów mam jabłka, jogurt i sok.
(Op de boodschappenlijst heb ik appels, yoghurt en sap.)2. Jesteś w supermarkecie i nie widzisz ogórków. Zapytaj sprzedawcę, gdzie one są. (Użyj: ogórek, gdzie, proszę)
(Je bent in de supermarkt en ziet de komkommers niet. Vraag de verkoper waar ze zijn. (Gebruik: komkommer, waar, alstublieft))Przepraszam, gdzie są
(Pardon, waar zijn de ...)Voorbeeld:
Przepraszam, gdzie są ogórki, proszę?
(Pardon, waar zijn de komkommers, alstublieft?)Oefening 7: Brief schrijven (QR: AI+)
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Cześć! Jestem w supermarkecie. Nie mam Twojej listy zakupów 😊
Co mam kupić na dziś?
Widzę: pomidory, ogórki, paprykę, jabłka, gruszki, jogurt i sok. Chcesz coś z tego?
I jeszcze: gdzie jest szynka? Nie mogę znaleźć. Mam zapytać sprzedawcę?
— Michał
Hoi! Ik ben in de supermarkt. Ik heb je boodschappenlijst niet 😊
Wat moet ik kopen voor vandaag?
Ik zie: tomaten, komkommers, paprika, appels, peren, yoghurt en sap. Wil je iets daarvan?
En nog iets: waar is de ham? Ik kan het niet vinden. Zal ik de verkoper vragen?
— Michał
Nuttige zinnen:
-
Proszę, kup...
(Alsjeblieft, koop...)
-
Chcę jeszcze...
(Ik wil ook nog...)
-
Możesz zapytać sprzedawcę o...?
(Kun je de verkoper vragen over...?)
Tak, zapytaj sprzedawcę: „Przepraszam, gdzie jest szynka?” Dzięki!
Hoi Michał! Alsjeblieft, koop tomaten, komkommer, paprika en appels. Koop ook yoghurt en sap. Koop alsjeblieft geen peren.
Ja, vraag de verkoper: „Pardon, waar is de ham?” Bedankt!