Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

W poniedziałek rano mam ważne spotkanie w pracy. (Maandagochtend heb ik een belangrijke vergadering op mijn werk.)
We wtorek wieczorem chodzę na kurs języka polskiego. (Dinsdagavond ga ik naar een Poolse taalcursus.)
W piątek po południu robię zakupy na weekend. (Vrijdagmiddag doe ik boodschappen voor het weekend.)
W niedzielę rano lubię długo spać i odpoczywać. (Zondagochtend slaap ik graag lang en rust uit.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Plan tygodnia lekarza rodzinnego

Vul de lege plekken in: południa, sobotę, czwartek, tydzień, wtorek, niedzielę, piątek, wcześnie, południu, poniedziałek, sobotę, weekend, niedzielę, środę, śpi

(Weekplanning van de huisarts)

Przychodnia „Zdrowy Tydzień” wysyła nowym pacjentom prosty plan pracy. W i lekarz pracuje tylko rano: od ósmej do . W przyjmuje po , od trzynastej do siedemnastej. W ma dyżur wieczorny, od siedemnastej do dwudziestej. W lekarz kończy wcześniej i po pracy jedzie do domu.

W i przychodnia jest zamknięta – to . W lekarz długo , bo w tygodniu wstaje bardzo . W nie pracuje, robi zakupy i czyta gazetę. Wieczorem planuje nowy w kalendarzu: notuje spotkania, wizyty i ważne telefony.
Huisartsenpraktijk “Gezonde Week” stuurt nieuwe patiënten een eenvoudig werkrooster. Op maandag en dinsdag werkt de dokter alleen ’s ochtends: van acht uur tot de middag. Op woensdag ontvangt hij ’s middags, van dertien tot zeventien uur. Op donderdag heeft hij een avonddienst, van zeventien tot twintig uur. Op vrijdag is de dokter eerder klaar en gaat na het werk naar huis.

Op zaterdag en zondag is de praktijk gesloten – het is weekend. Op zaterdag slaapt de dokter lang, omdat hij doordeweeks heel vroeg opstaat. Op zondag werkt hij niet; hij doet boodschappen en leest de krant. ’s Avonds plant hij de nieuwe week in de agenda: hij noteert afspraken, bezoeken en belangrijke telefoontjes.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. W poniedziałek rano mam spotkanie w biurze. We wtorek i środę pracuję w domu. W piątek wieczorem wyjeżdżam na weekend do Krakowa.

Kiedy osoba wyjeżdża na weekend?

(Wanneer vertrekt de persoon voor het weekend?)
2. Od poniedziałku do piątku wstaję wcześnie rano. O siódmej jem śniadanie, a wieczorem około dziesiątej idę spać. W sobotę śpię długo i po południu robię zakupy.

Co mężczyzna robi w sobotę po południu?

(Wat doet de man op zaterdagmiddag?)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. W poniedziałek rano długo ___, bo nie mam spotkań.

(Maandagochtend ___ ik lang, omdat ik geen afspraken heb.)

2. We wtorek po południu ___ projekt w biurze.

(Dinsdagmiddag ___ we aan een project op kantoor.)

3. Od poniedziałku do piątku wieczorem ___ zakupy w małym sklepie.

(Van maandag tot en met vrijdag ___ ik 's avonds boodschappen in een kleine winkel.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Twój polski kolega z pracy pyta: „Kiedy masz wolny weekend?”. Odpowiedz pełnym zdaniem. (Użyj: weekend, sobota, niedziela)

(Je Poolse collega van het werk vraagt: “Wanneer heb je een vrij weekend?”. Beantwoord met een volledige zin. (Gebruik: weekend, zaterdag, zondag))

W weekend mam    

(In het weekend heb ik ...)

Voorbeeld:

W weekend mam wolne w sobotę i w niedzielę.

(In het weekend ben ik vrij op zaterdag en zondag.)

2. Dzwonisz do przychodni, aby umówić wizytę. Recepcjonistka pyta: „Jaki dzień tygodnia i pora będą dobre?”. Odpowiedz. (Użyj: poniedziałek, wtorek, rano)

(Je belt de huisartsenpraktijk om een afspraak te maken. De receptioniste vraagt: “Welke dag van de week en welk tijdstip zouden goed zijn?”. Beantwoord. (Gebruik: maandag, dinsdag, ochtend))

W poniedziałek rano    

(Op maandag in de ochtend ...)

Voorbeeld:

W poniedziałek rano mogę przyjść na wizytę.

(Op maandag in de ochtend kan ik komen voor de afspraak.)

Oefening 7: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over je typische week: wat je ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds doet op verschillende dagen van de week.

Nuttige uitdrukkingen:

W poniedziałek rano… / Po południu zwykle… / W weekend często… / Wieczorem lubię…